Op 2 oktober deed de Wereldhandelsorganisatie (WTO) uitspraak in het geschil tussen de Europese Unie en VS inzake illegale staatssteun van Brussel aan vliegtuigfabrikant Airbus. De VS mag sinds 18 oktober importheffingen opleggen op Europese goederen tot 7,5 miljard dollar. Dit komt dan weer bovenop de onrust rond de Brexit.

Meer tegenwind en onrust voor de logistiek. Omzetverlies bij opdrachtgevers betekent immers vaak oplopende betalingsachterstanden, of erger, een failliete opdrachtgever. In die gevallen bestaat er een heel geschikte zekerheid voor expediteurs, warehouse-operators of andere logistieke partijen die regelmatig goederen van opdrachtgevers onder hun hoede hebben. Die zekerheid is het contractuele pandrecht.

Een pandrecht is wat het is: een schuldenaar geeft een bepaalde zaak aan de schuldeiser in pand tot zekerheid van een vordering die de schuldeiser op de schuldenaar heeft. De logistieke dienstverlener heeft dikwijls goederen van zijn opdrachtgever in z’n loods staan. En daarop kan een pandrecht worden gevestigd. Dit heeft een groot voordeel. Blijft de opdrachtgever in gebreke met betaling, dan kan de dienstverlener tot verkoop van verpande goederen overgaan. Uit de opbrengst kan hij dan zijn vordering voldaan krijgen. En dat blijft zo, ook als de schuldenaar failliet gaat. Sterker: de schuldeiser blijft met zijn vordering buiten het faillissement, kan dus handelen ‘als ware er geen faillissement’.

Hoe wordt het pandrecht gevestigd? Door het úit de macht brengen van de te verpanden goederen van de schuldenaar, en ín de macht van de schuldeiser. Aan deze vereisten is bij logistiek pandrecht voldaan: de goederen bevinden zich al in de loods van de dienstverlener. Tweede vereiste is dat opdrachtgever en dienstverlener vooraf met elkaar hebben afgesproken het pandrecht te vestigen.

Voldoende daarvoor is dat de vestiging van het pandrecht in de algemene voorwaarden van de dienstverlener is opgenomen. En de gebruikelijke branchevoorwaarden – de Nederlandse Expeditievoorwaarden en andere voorwaarden afkomstig van de Fenex, alsook de Physical Distribution voorwaarden van TLN c.q. de Stichting Vervoeradres –  bevatten een bepaling inzake pandrecht. Let wel op, want er zijn relevante verschillen tussen de diverse voorwaarden op dit punt.

Twee adders hier: de voorwaarden moeten zijn overeengekomen én de tekst ervan vóór of bij het sluiten van de overeenkomst zijn ter hand gesteld aan de opdrachtgever. Dus: in het offertestadium moet een zin worden opgenomen als: ‘Op deze offerte en de te sluiten overeenkomst(en) zijn de (bijvoorbeeld) Nederlandse Expeditievoorwaarden toepasselijk. Een afschrift van deze voorwaarden is gehecht aan deze offerte’. En dat laatste moet ook écht gebeuren. Als deze regels zijn gevolgd, komt er een rechtsgeldig pandrecht tot stand. Maar aan het concreet inroepen ervan zitten nogal wat haken en ogen. Dus: vraag juridisch advies alvorens het pandrecht daadwerkelijk in te roepen.