‘Een onderhandelaar die haast heeft, zou zichzelf zo maar te kort kunnen doen’, liet minister Hoekstra eerder deze maand weten in reactie op kamervragen over de effecten van de aankoop van KLM-aandelen. Eenzelfde overweging geldt met betrekking tot de positie en inzet van de luchtvrachtsector richting luchtvaartnota. We zitten nog in de zo belangrijke ‘joint fact finding fase’, waar we met elkaar richtingen zoeken en feiten en kennis beoordelen die de basis moet gaan vormen voor de uiteindelijke nota. Een fase waarin resultaten, tempo en draagvlak ieder nog hun eigen dynamiek kennen.

Een belangrijke en positieve ontwikkeling is dat een steeds bredere coalitie van partijen een duidelijk geluid laat horen richting beleidsmakers en politieke besluitvormers dat luchtvracht een stevige positie verdient in de luchtvaartnota. En daarmee een verankering in de toekomst van de luchtvaart in Nederland.

Dit omdat de branche belangrijk is voor onze economie en werkgelegenheid, maar óók omdat het een belangrijke rol speelt voor de kwaliteit van het netwerk van onze nationale mainport Schiphol. En dan heb ik het niet alleen over de vrachtvluchten maar ook over het passagenetwerk.

Een complexe relatie die ik in een eerdere column al uitlegde, maar nogmaals in het kort: er bestaat een aantoonbare positieve relatie tussen het vrachtvervoer en de kwaliteit van het passagenetwerk omdat de vracht die meegaat in de belly van passagiersvliegtuigen voor veel van die vluchten het verschil maakt tussen winst en verlies op bepaalde routes.

Een groot deel van die vracht wordt aan- en afgevoerd door vrachtvliegtuigen, de ‘werkpaarden’ uit de luchtvrachtwereld. Zonder hun aanwezigheid zou Schiphol niet die status als Europese vrachthub hebben die het nu heeft. En dat trekt weer expediteurs aan. Passage- en vrachtbelangen raken elkaar hier dus en kunnen en mogen niet los van elkaar worden gezien en gewogen.

Die relatie zijn wij aan het uitleggen aan beleidsmakers en politieke besluitvormers. Geen eenvoudige boodschap, maar wie zegt dat logistiek eenvoudig is? Maar wel een boodschap die gelukkig steeds beter begrepen wordt en die op dit moment aanleiding vormt voor het zoeken van tot nu toe onorthodoxe oplossingen om voldoende ruimte voor de vrachtvluchten op Schiphol te kunnen garanderen.

Recent schreef luchtvaartjurist Frans Vreede hier ook een column over in deze krant. Hij riep op ‘de prioritering van vrachtslots de hoogste prioriteit te geven’ omdat dit niet alleen noodzakelijk is maar ook juridisch mogelijk. Ook ACN is met een aantal experts druk bezig om informatie en best practices te verzamelen op dit vlak.

Voldoende aanknopingspunten voor een druk najaar voor de luchtvrachtlobby. Waarbij ik me ongerust maak over de zeer ‘geleidelijke voortgang’ van dit proces. Met iedere seizoenswisseling (de slottoedeling kent een winter- en een zomerseizoen) zonder vooruitzicht op een oplossing zien we een verdere afname van het aantal vrachtvluchten op Schiphol. Leidend tot onherstelbare schade omdat partijen vertrekken.

Want dat is wat er op dit moment gebeurt. Verwacht van ons geen acties á la boeren op het Malieveld. Ook al lonken zij met hun tractors wel naar de landingsbanen van Schiphol (waarbij ik overigens geen enkele logische relatie zie). Verwacht wél een stevige – met cijfers en feiten onderbouwde – lobby richting opstellers van de luchtvaartnota en de politieke besluitvormers. Voor de positie van luchtvracht in de luchtvaartnota geldt wat mij betreft dus: it ain’t over till the fat lady sings. Maar haast is wel geboden!