Uitgangspunt daarbij is dat de uitval niet is veroorzaakt door moedwillig toedoen. Het systeem zal er dus uitgeklapt zijn door falen van mens en/of techniek. Een eerste vraag is dan wat precies de juridische positie is van de beheerder van het tanksysteem op Schiphol, Aircraft Fuel Supply BV (AFS)?

Luchtvaartmaatschappijen kopen daarbij hun kerosine niet bij AFS, maar bij grote oliemaatschappijen, al dan niet via een tussenpersoon. Bij overeenstemming over prijs en hoeveelheid moet de kerosine aan boord van het vliegtuig worden geleverd. Vroeger gebeurde dat afzonderlijk met tankauto’s, maar door de toegenomen congestie sloegen de oliemaatschappijen de handen ineen en richtten AFS op.

Dit bedrijf pompt in opdracht van de oliemaatschappijen de kerosine via haar ondergronds buisleidingnetwerk tot het aansluitpunt onder het platform waarop het vliegtuig staat geparkeerd. Géén contract dus tussen AFS en de luchtvaartmaatschappij. Bij leveringsproblemen klopt de luchtvaartmaatschappij dan ook niet primair aan bij AFS, maar bij de oliemaatschappij. Of deze laatste aansprakelijk is jegens de luchtvaartmaatschappij hangt dus af van het contract tussen die twee.

Een ander aspect is de aanzienlijke schade die de gedupeerde touroperators, passagiers, expediteurs en afhandelaren hebben geleden door de storing. In principe kan AFS buiten contract aansprakelijk zijn, net als bijvoorbeeld degene die jouw auto aanrijdt schadeplichtig is als het zijn schuld is. Belangrijk hierbij is dat AFS niet zómaar een schakel is in de logistieke keten, maar één die bij uitval tot ernstige maatschappelijke ontwrichting kan leiden. En hoe reëel die kans is, hebben we gezien met de chaos op Schiphol. De activiteit van AFS hoort thuis bij de vitale infrastructuur van Nederland, zoals onder andere internettoegang, dataverkeer, betalingsverkeer en andere processen die categorie B van de vitale infrastructuur in Nederland vormen.

De primaire verantwoordelijkheid voor de continuïteit en weerbaarheid van deze vitale processen ligt bij de aanbieders zelf. In dit geval dus AFS. Zoals steeds, zijn de feiten en omstandigheden een belangrijke factor bij de beoordeling van aansprakelijkheid. Afhankelijk daarvan is buitencontractuele aansprakelijkheid van AFS jegens luchtvaartmaatschappijen en derden bepaald niet uitgesloten. Anderzijds zijn die acties tegen AFS zeker geen gelopen race. Verschillende verweren zijn denkbaar, waaronder dat het transport van kerosine via ondergrondse buisleidingen moet worden aangemerkt als binnenlands vervoer in de zin van artikel 8:20 BW. In dat geval kan AFS zich mogelijk beroepen op de wettelijke bescherming die het vervoerrecht biedt aan vervoerders die buiten overeenkomst worden aangesproken.

Het woord is nu aan TNO. Intussen doen gedupeerden er goed aan om een eventuele claim zorgvuldig te documenteren, en een eventuele verjaringstermijn in de gaten te houden. Want die termijnen zijn verraderlijk kort in het vervoerrecht.