De namen van de slachtoffers – geen mens kwam de Boeing 777 levend uit – werden op afgelopen 17 juli opgelezen door hun nabestaanden. Sommigen van de oplezers hadden sonore stemmen waarachter de ingehouden tranen zich lieten vermoeden. Anderen hielden het, om het wat plat te zeggen, niet droog meer. Adembenemend.

De Nederlandse regering zegt nu bewijs te hebben tegen vier verdachten van het afschieten van de raket. Ik weet bijna zeker dat dit kwartet schuld heeft aan wat er in 2014 in de Donetsk, een tussen Oekraïne en Rusland betwist gebied, is gebeurd. Tegelijk ben ik er van overtuigd dat geen van die drie Russen en één opstandige Oekraïner op enig moment de bedoeling heeft gehad om een burgerluchtvaarttoestel op weg van Amsterdam naar Maleisië uit de lucht te halen. Een moordproces tegen deze vier lijkt me kansloos, er nog van afgezien dat ze nooit voor de Nederlandse rechter kunnen worden gehaald. Een veroordeling bij verstek is van nul en gener waarde.

Wie ik, was ik werkzaam bij het OM, eerder zou aanklagen, dan zouden dat Malaysian Airways en KLM zijn. Mijn aanklacht zou luiden: dood door schuld. De twee maatschappijen, die tussen Nederland en Maleisië samenwerkten op basis van ‘codesharing’, hadden kunnen en moeten verwachten dat een vliegreis over een oorlogsgebied grote risico’s zou meebrengen voor het toestel en zijn inzittenden. Collega’s als British Airways en Air France hadden al besloten hun toestellen om dit deel van Oekraïne heen te leiden. Dat kost een uurtje extra reistijd en een flinke scheut meer kerosine, maar het voorkomt rampen, zoals die met de MH17.

Als een reder coute que coute olie of andere producten via de Straat van Hormuz wil vervoeren, dient hij er rekening mee te houden dat het schip in moeilijkheden kan komen. Wie zich beklaagt over piraterij in de buurt van de Hoorn van Afrika of de kustwateren van Nigeria is feitelijk een boekanier, uit op eigen gewin en bereid alle risico’s aan te gaan. Het neemt niet weg dat ik tranen heb gelaten bij de herdenking van vlucht MH17.