Een beweging die is ingezet door de capaciteitsbeperkingen op Schiphol. Hierdoor moest een aantal carriers die al jarenlang op Schiphol vloog, geheel of gedeeltelijk uitwijken naar elders. Dat was en is heel pijnlijk voor het imago van onze mainport en schaadt het vertrouwen van de markt.

Die daling wordt recentelijk bovendien alleen nog maar versterkt door een duidelijk zichtbare afvlakking van de markt, waarbij luchtvracht een ‘early indicator’ is voor de ontwikkeling in de mondiale economie.

Als er nu niet snel iets gebeurt, verliest onze nationale luchthaven haar toppositie – na Frankfurt en Parijs de nummer drie van Europa. London-Heathrow Airport zit Schiphol dicht op de hielen en ‘runner-ups’ als de luchthavens van Istanbul en Leipzig groeien jaarlijks met double digits.

Risico

Als er geen oplossing voor de slottekorten voor freighters wordt gevonden, dan lopen we het risico dat de vrachtvliegtuigen langzaam maar zeker door passagierstoestellen verdrukt worden van Schiphol. De uitdagingen rond Lelystad verkleinen dit risico zeker niet. Schiphol wordt dan vergelijkbaar met London Heathrow Airport, waar nog nauwelijks full freighters landen.

Groot verschil met Heathrow is echter dat daar op zestig mijl afstand vliegveld Stansted ligt, waar het grootste deel van de vrachtvluchten wordt afgewikkeld. Schiphol heeft dat niet. De gevolgen van het geschetste verdringingsmechanisme zullen fors zijn, niet alleen voor de Nederlandse luchtvrachtsector maar voor het hele netwerk van Schiphol. De vrachtvluchten zijn namelijk een belangrijke bouwsteen van dat netwerk. Laat me proberen dit beknopt uit te leggen.

Jaarlijks wordt er zo’n 1,7 miljoen ton veelal hoogwaardige luchtvracht vervoerd via Schiphol. Ruim de helft daarvan in vrachtvliegtuigen, de rest in het vrachtruim (de belly) van passagiersvliegtuigen.

Het tekort aan slots voor freighters op Schiphol heeft als gevolg dat een aantal verladers en expediteurs (noodgedwongen) de focus verlegt naar die vrachthubs in Europa waar naast bellyruimte wel ruimte voor vrachtvluchten beschikbaar is. Vanuit commerciële marktoverwegingen, maar ook omdat bepaalde vracht, van explosieven en lithiumbatterijen tot paarden en lithografiemachines van ASML, alleen in freighters kan of mag worden vervoerd.

Netwerk

Die verschuiving is niet alleen nadelig voor de vrachtsector op Schiphol, maar het gehele, in de jaren zorgvuldig opgebouwde, netwerk van onze mainport ondervindt hier de nadelige gevolgen van. Luchtvracht speelt namelijk een belangrijke rol in het rendement van passagiersvluchten. Luchtvaartmaatschappijen die vracht vervoeren in de belly van passagierstoestellen genereren met deze vracht extra (en bovendien duurzame) inkomsten. Inkomsten die een flink aantal intercontinentale passageroutes financieel rendabel maken.

Omdat de beschikbare bellyruimte in moderne passagierstoestellen steeds groter wordt, zal dit belang zeker niet afnemen. Maar die vracht moet er wél zijn. Omdat de zogenaamde ‘catchment area’ van Schiphol beperkt is, spelen road feeder services (luchtvracht die per vrachtwagen vanuit Europa naar Schiphol komt) maar zeker ook freighters een belangrijke rol bij het bevoorraden van Schiphol als transitopunt met voldoende cargo handling capaciteit.

Luchtvaartnota

Aandacht voor de positie van vrachtvluchten in de luchtvaartnota 2020 – 2050 én het op korte termijn vinden van beleidsinstrumenten om ruimte voor freighters te behouden op Schiphol is daarom écht essentieel. Maar dat zorgt alleen voor behoud van wat er minimaal nodig is. Aannemende dat er de komende jaren niet méér slots vergeven worden aan vrachtvliegtuigen dan de afgelopen jaren, ligt dat percentage op 3,5% van alle jaarlijkse vliegbewegingen van Schiphol.

Voor een verdere ontwikkeling van de luchtvrachtsector zal de vrachtbranche op Schiphol actief de beschikbare bellycapaciteit beter moeten benutten. Daarnaast moeten we ons met betrekking tot de lading op vrachtvliegtuigen, nog meer dan nu, richten op ‘high yield’ en lading die onze branche sneller, betrouwbaarder, veiliger en duurzamer afhandelt dan haar grote concurrenten in Frankfurt en Parijs. Alleen zo kunnen we de dramatische daling een halt toeroepen en gezamenlijk voorkomen dat Schiphol het predicaat ‘cargo hub’ verliest.