Met een totaal van bijna 60.000 ton moet DSV eigenlijk alleen nog marktleider Kuehne + Nagel (K+N) voor laten gaan, maar zet het grootheden als DHL Global en Rhenus op afstand.

Officiële IATA top 100

Op de officiële IATA top 100 voor 2018, die Nieuwsblad Transport deze week heeft gepubliceerd, zijn deze nieuwe krachtsverhoudingen nog niet meegenomen. De overname van Panalpina werd immers pas dit voorjaar beklonken. Toch blijkt DSV ook zonder de inbreng van Panalpina op de IATA-lijst een hoofdrol op te eisen in de top.

Zo zag de Deense expediteur ‘autonoom’ het exportvolume op Schiphol met maar liefst 60% stijgen naar 18.000 ton. Dat leverde de logistiek dienstverlener uit het kleine Deense Hedehusene een achtste plek op. In 2017 moest DSV nog genoegen nemen met een bescheiden veertiende plek bij een volumeverlies van 20%. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat DSV in 2017 nog druk bezig was met de integratie van het in 2016 overgenomen Amerikaanse UTi. Dat had dat jaar een negatieve impact op de verkoopcijfers van de Denen.

Fast Forward

Panalpina schoof de afgelopen jaren door onder meer overnames in de perishable-markt op naar een tweede plek op de IATA-lijst. Maar het Zwitserse bedrijf wist in 2018 nauwelijks te profiteren van die acquisities in de Nederlandse markt. Het volume bleef nagenoeg gelijk (+0,06%) aan dat van 2017. Dat betekent met een gemiddelde volumegroei van 4,3% in de Nederlandse luchtvrachtmarkt eigenlijk een klein verlies aan marktaandeel voor de Zwitsers.

Panalpina is niet het enige grote expeditiebedrijf dat het slecht deed. Uit de IATA CASS-cijfers blijkt dat alle spelers in de top 3 een minder goed jaar kenden op Schiphol op exportgebied.

Uit de IATA CASS-cijfers blijkt dat alle spelers in de top 3 een minder goed jaar kenden op Schiphol op exportgebied.

Marktleider K+N verloor 6,5% aan volume, terwijl DHL Global het exportvolume met een vergelijkbaar percentage zag afnemen. K+N blijft met bijna 100.000 ton wel onaangevochten de grootste luchtvrachtexpediteur in de Nederlandse markt. Het Duitse DHL Global neemt met 32.000 ton de derde plek in. Daarbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat DHL het nadeel heeft dat het zich nauwelijks richt op de volumemarkt perishables zoals K+N en Panalpina.

Top 10

De top 10 liet verder, afgezien van de opmars van DSV, nauwelijks verschuivingen zien. Rhenus (+6,3%), DB Schenker (+12,4%), Expeditors (+5,3%) en UPS (+3,4%) consolideerden hun posities op de plekken 4 ,5 ,6 ,7 , terwijl de wholesaler IAA met een volumeverlies van 8,3% op een negende plaats het eerste Nederlandse vrachtbedrijf blijft in de kopgroep.

Opvallend is verder de komst van het Franse Geodis op de laatste plek van de top 10 met een volumegroei van bijna 47%. In de vorige editie van de IATA stond het dochterbedrijf van de Franse posterijen nog op een minder prominente 16e plaats.

In het kielzog van Geodis liet de groep van achtervolgers (11 tot 20) wel een groot aantal verschuivingen zien. Zo klopt het Nederlandse Fast Forward met een volumewinst van 45% langzaam op de deur van de top 10. Het Amerikaanse Penske Logistics is ook bezig met een opmerkelijke opmars in de IATA-rangen met ruim 50% meer volume in 2018. Ook het Japanse Nippon Express (+32%) is na een aantal slechte jaren in de Nederlandse luchtvrachtmarkt weer helemaal terug op de IATA-lijst.

Vrachtslots

De enige dissonant in het gewichtsegment 10.000 tot 15.000 ton is Copex Air (-13,9%). Deze oude Nederlandse expediteur verliest als dochterbedrijf van het Duitse Rhenus steeds meer terrein op de IATA-lijst. Niet uit te sluiten is daarbij dat exportvolumes zijn overgeheveld naar het zusterbedrijf Rhenus Logistics. Dat zag vorig jaar het tonnage met ruim 6% stijgen op Schiphol. De vraag is dan ook of het aanhouden van diverse merknamen door de Rhenus-groep nog wel nut heeft op Schiphol, vooral als het gaat om het inkopen van vrachtcapaciteit.

Dat vooral de netwerk-expediteurs het vorig jaar minder goed deden op de Nederlandse markt op exportgebied kan een voorbode zijn voor slecht nieuws voor Schiphol. De luchthaven kampt sinds een jaar met onvoldoende slots voor vrachtvluchten. Juist de grote spelers in de markt zijn daar uiterst gevoelig voor en kunnen makkelijk schuiven met gateways in Europa indien er niet voldoende vrachtcapaciteit aanwezig is op een bepaalde luchthaven.

Daarnaast beschikken partijen als K+N, Panalpina en DHL ook over eigen charteroperaties. Indien deze trend zich doorzet, zou dat betekenen dat Schiphol voor de grote netwerkexpediteurs als transitohub steeds minder interessant wordt. Een vrees die belangenorganisaties als Evofenedex al eerder hebben geuit.

Als de trend zich doorzet, wordt Schiphol voor de grote netwerkexpediteurs steeds minder interessant.

Zowel in volume als omzet was de exportgroei op Schiphol minder groot dan in 2017. Het totale exportvolume op Schiphol steeg vorig jaar met 4,3% naar ruim 670.000 ton. Daarmee blijft de Nederlandse mainport populair als Europese gateway op exportgebied. Een jaar eerder zag de luchthaven het tonnage nog met ruim 15% toenemen.

Stijging luchtvrachttarieven

De exportomzet, geholpen door een stevige stijging van de luchtvrachttarieven, liet een toename zien van 12%. Daarmee kwam de Nederlandse luchtvrachtmarkt met 1,1 miljard euro voor het eerst boven de magische grens van 1 miljard euro. Maar in 2017 groeide de exportmarkt met maar liefst 35%.

Die groeipercentages zal Schiphol met een dalende vraag naar vrachtruimte in de markt, een tekort aan vrachtslots en de dreigende tax op vrachtvluchten voorlopig niet meer halen, luidt de verwachting van luchtvrachtexperts.