Kalitta Air beschuldigt de Nederlandse partijen er in de klacht van ‘ten onrechte’ slots te hebben achtergehouden van de Amerikaanse vrachtvervoerder. Als een resultaat daarvan was Schiphol gesloten voor competitie van een Amerikaanse luchtvaartmaatschappij, stelt de maatschappij. Kalitta moest daardoor de afgelopen tijd noodgedwongen uitwijken naar luchthavens in België, waaronder Oostende en Brussels Airport.

Profiteren

Kalitta schrijft dat het heeft geprobeerd met de ACNL een oplossing te vinden, maar dat dit niet is gelukt. Verder wijst de maatschappij erop dat de maatregelen van de Nederlandse slotcoördinatie kan worden gezien als ‘discriminerend, illegaal en in strijd met het luchtvaartverdrag tussen de VS en de EU. De vrachtmaatschappij gelooft verder dat het om een ‘gerichte actie gaat’ waar de Nederlandse concurrenten KLM en vrachtdochter Martinair direct van profiteren.

Kalitta zegt de afgelopen vijftien jaar een belangrijke speler te zijn geweest als de enige Amerikaanse vrachtmaatschappij op de route New York en Schiphol. Voor het winterseizoen 2017 moest de vervoerder al de helft van de vier vluchten in de week inleveren, omdat plotseling de zogeheten 80/20 ‘use-it-or-lose-it’-regeling werd toegepast door de Nederlandse slotcoordinator. Daardoor verliezen maatschappijen hun historische rechten als zij minder dan 80% van de toegekende slots benutten.

Nul slots

Over het winterseizoen 2018/2019 kwam dat aantal toegekende slots op Schiphol uit op nul. Kalitta Air stelt dat het voor de tijdrooster van de vluchten deels afhankelijk is van haar grote klant, het Amerikaanse leger, en daardoor niet geheel kan voldoen aan de 80-20-regel op Schiphol.