Dat durft nu ook de internationale luchtvaartorganisatie IATA hardop te zeggen in het laatste marktrapport over de maand juni. De signalen voor een verdere afkoeling van de marktvraag waren al afgegeven in de statistieken van luchtvrachtanalisten als het Britse Drewry, het Chinese TAC en het Nederlandse WorldACD.

De laatste consultant sprak recent zelfs van een bijna nulgroei van het internationale luchtvrachtvervoer met 0,4% over juni. Zover wil de IATA nog niet gaan, maar ook de luchtvrachtanalisten van de belangenorganisatie zijn een stuk pessimistischer geworden. Zo spreken zij van een volumestijging van 2,7%, ofwel bijna een halvering van de gemiddelde groeicijfers (4,7%) over de eerste zes maanden van dit jaar. Daarnaast is het groeipercentage over de maand juni het op een na laagste van het lopende boekjaar.

Inkoopgedrag

IATA wijt de tegenvallende groei in de markt grotendeels aan het inkoopgedrag van de ladingaanbieders. Niet alleen hebben de meeste bedrijven hun voorraden structureel weer op peil sinds de eerste drie maanden van dit jaar, de zogeheten Purchasing Managers Index, die het industrieel inkoopgedrag van verladers meet, ligt ook op het laagste niveau sinds 2016. 

Daarnaast zeggen de experts dat de exportorderboeken in grote markten als China, Japan en de VS al enige tijd negatief zijn en zorgt de hete zomer en het mindere consumptiegedrag dat de schappen van de meeste grote distributiecentra minder snel behoeven te worden aangevuld.

IATA wijst er tevens op dat het aan de grond houden van de complete vrachtvloot van het Japanse Nippon Cargo Airlines (NCA) in de tweede helft van juni de groeicijfers in de mondiale luchtvrachtmarkt negatief heeft beïnvloed met 0,5 procentpunt. Dat effect zal nog enige tijd aanhouden nu de Japanse autoriteiten geen haast maken om de vrachtvliegtuigen van NCA vrij te geven nadat het bedrijf had gesjoemeld met de onderhoudspapieren van twee B747-400F’s.

Importheffingen

Topman Alexandre de Juniac van de IATA onderstreept in een toelichting op de mindere vervoerscijfers dat de luchtvrachtindustrie in een ‘moeilijke zakelijke omgeving is terechtgekomen met dreigend risico van krimp’. Dat het boegbeeld van de luchtvaartorganisatie de gemiddelde groei voor de rest van het jaar al met een half procentpunt naar beneden heeft bijgesteld op 4%, laat al een beetje zien dat de IATA al rekening houdt met minder florissante scenario’s.

De voormalige chef van Air France-KLM wijst daarbij ook op het risico van een verdere verslechtering van de wereldhandel door importbarrières en de dreiging van handelsoorlogen. Die zullen  ook gevolgen hebben voor het luchtvrachtaanbod, hoewel de huidige schermutselingen rond staal, sojabonen en spijkerbroeken niet direct effect hebben op het aanbod van de luchtvaartmaatschappijen.

Reshoring

De Fransman wijst verder op het risico van het zogeheten ‘reshoring’ waarbij verladers productie dichter bij huis gaan leggen en het hoofdzakelijk intercontinentale luchtvrachtvervoer daardoor aanbod verliest. De Juniac: ‘Handelsoorlogen hebben nog nooit winnaars opgeleverd. Overheden moeten zich ook realiseren dat welvaart komt van het stimuleren van handel en niet van het blokkeren van economieën.’

De vervoerscijfers over de maand juni van de IATA laten intussen zien dat Azië, de grootste luchtvrachtmarkt van de wereld, in juni slechts een bescheiden transportgroei van 1,5% kende. Daarbij was ook nog eens het internationaal segment goed voor een stijging van amper 1%, het slechtste resultaat in anderhalf jaar volgens IATA. Over de eerste zes maanden was nog wel sprake van een groei in tonkilometers van 4,6%. Daarmee volgde het werelddeel het mondiale gemiddelde.

Europa

Europese luchtvaartmaatschappijen deden het in vergelijking met hun Aziatische rivalen relatief goed bij een stijging van vrachttonkilometers in juni met 3,3%. Over de eerste helft van het jaar was nog sprake van een toename van 4,1%. IATA wijst er wel op dat Europese vrachtmaatschappijen steeds minder profiteren van knelpunten in de logistiek van verladers op het continent. Moesten veel bedrijven in het verleden via dure last minute oplossingen nog de hulp inroepen van airlines, nu hebben de verladers alternatieve kanalen om op terug te vallen.

Daarnaast was er ook binnen de EU sprake van een ‘slowdown’ aan exportorders, waardoor minder extra luchtvrachtaanbod was te verdelen. De sterke dollar en sterke economische groei in de VS zorgden er intussen voor dat de Noord-Amerikaanse maatschappijen (+3,8%) meer vervoer kregen te verwerken. Daarbij was het ook opvallend dat de importstromen sterk toenamen (+5,3%).

De Golfcarriers hielden met een 3,8% groei nog gelijke tred met de Amerikanen, maar vergeleken met het vijfjaargemiddelde van 9,5% in het Midden-Oosten was er in die regio sprake van enige teleurstelling. Zuid-Amerika (+6%) maakte in juni en het eerste halfjaar een sterk herstel door. Het slechtst af waren de Afrikaanse luchtvrachtbedrijven. Op het continent dat het moet hebben van versexport, daalde het volume met 8.5%.