Daarnaast wil een meerderheid van de ondervraagde bedrijven de berekening van de brandstofheffingen baseren op een wereldwijde onafhankelijke kerosine-index. Als voorbeeld dient daarbij de prijsbarometer van het Amerikaanse Energy Information Administration, een overheidsinstantie.

De EVO wil zich de komende tijd sterk maken om een vergelijkbare methodiek internationaal uit te rollen. “Dan krijgen expediteurs, verladers en luchtvaartmaatschappijen internationaal een neutraal en transparant referentiekader en zijn toekomstige prijsafspraken uit te sluiten”, zegt beleidsadviseur Joost van Doesburg van de EVO. Hij wijst er verder op dat de IATA een belangrijke rol kan spelen bij de verdere uitvoering van de plannen.

Nu hanteren de luchtvaartmaatschappijen aparte indexsystemen en verschillende brandstoftoeslagen. Niet alleen wijken de heffingen onderling sterk af, ook ontstaat een ondoorzichtig en diffuus prijsbeeld en zijn tariefsvergelijkingen voor inkopers van ladingaanbieders steeds moeilijker te maken, blijkt uit het onderzoek.
Daarnaast wijzen de verladers op de ‘slechte berichtgeving’ van de luchtvaartmaatschappijen en worden ‘halve waarheden’ op het gebied van de toeslagen verkocht.

Uit het onderzoek blijkt verder dat 70% van de deelnemende bedrijven vindt dat de toeslagen in de luchtvracht te hoog zijn.

Zie ook Nieuwsblad Transport van vandaag