Grote productiebedrijven zijn logistiek serieuzer gaan nemen. Dat is volgens Jan Fransoo, hoogleraar technische bedrijfskunde aan de Technische Universiteit Eindhoven, een positief effect van de economische crisis die we achter de rug hebben. Fransoo is er zelf een groot pleitbezorger van om de logistieke voorraden die bedrijven in de loop der tijd laten groeien of slinken, te beschouwen als graadmeter voor de algehele economische ontwikkeling. Hij noemde voorraden eerder ‘een blinde vlek in de economie’, maar tijdens de crisis is het besef dat de voorraden een sleutelrol spelen, langzaam maar zeker toch tot bedrijven door gaan dringen, constateert Fransoo. ‘Bij een groot aantal ondernemingen is het algemene voorraadbeleid meer een issue geworden voor de bestuurders. Ik werk zelf nauw samen met DSM (het grote Nederlandse chemiebedrijf, pj) en daar is tot en met de CEO over voorraden gesproken. Ik denk dat de crisis zodoende een gunstige invloed heeft gehad op de positie van logistiek in ondernemingen.’

In onze Goed Nieuwskrant van vorig jaar, nog in de crisistijd, drukten we een artikel af van de hand van Jan Fransoo waarin hij voorspelde dat de economie heel snel zou gaan aantrekken omdat bedrijven hun logistieke voorraden zouden moeten gaan aanvullen. Een juiste voorspelling, weet hij een jaar later. ‘Air France-KLM kreeg in oktober/november te maken met een enorme groei van de vraag naar vliegtransport. Dat kwam omdat er aan het einde van de logistieke ketens plotseling een enorme vraag naar goederen was ontstaan. De enige manier om snel aan die vraag te kunnen voldoen, was om die goederen vanuit het Verre Oosten door de lucht hier naartoe te halen. Vervoer over zee, waarvoor in een normale situatie zou zijn gekozen, zou te lang hebben geduurd. Dat verklaart ook waarom het herstel in de haven wat later kwam; januari was, dacht ik, Rotterdam’s beste maand ooit. Dus ja, ik heb aardig wat teruggezien van mijn voorspellingen.’

De vraag die dan natuurlijk op de lippen brandt, is welke toekomst de voorraden voor de komende tijd voor ons in petto hebben? Fransoo: ‘In veel ketens is de piek nu wel zo’n beetje achter de rug. De enorme vraagstijging die we sinds een klein jaar hebben gezien, is nu aan het afvlakken. Logisch, want het was een overreactie. Bedrijven hadden door de economische crisis hun voorraden sterker afgebouwd dan de daadwerkelijke marktvraag daalde, waardoor ze uiteindelijk alle zeilen moesten bijzetten om de voorraden weer op peil te brengen. Maar vanaf nu zal er toch weer een lichte terugval plaatsvinden. Het worden nog een paar lastige maanden.’ In het vervoer van halffabrikaten en chemicalien zal dat als eerste te merken zijn, denkt Fransoo. Net als de opleving, zal ook de nieuwe terugval het eerst bij de airlines te merken zijn, later volgen de langzamere modaliteiten, verwacht de hoogleraar.

Wordt dit dan toch nog de zo gevreesde ‘double dip’? Een tweede dip wordt het wel, maar we moeten ons er niet te bezorgd over maken, meent Fransoo. ‘Het wordt geen letter ‘W’, de nieuwe dip is veel minder diep dan de vorige. En de verwachting is, dat 2011 al weer beter wordt. De neergang die we nu even gaan zien, wordt veroorzaakt doordat bedrijven hun bestellingen weer wat gaan terugschroeven. Nadat iedereen afgelopen jaar als een gek goederen was gaan bijbestellen, waarbij men de neiging had om meer te bestellen dan echt noodzakelijk was, wordt nu weer even pas op de plaats gemaakt. Als vervolgens weer tekorten ontstaan, zullen de voorraden weer aangevuld worden. Maar de dalingen en stijgingen zullen steeds minder sterk worden. De schokgolf die door de logistieke keten is gegaan, zal in de loop der tijd gedempt worden.’ Economische voorspellingen op basis van de toe- en afname van voorraden zijn nog nauwkeuriger dan Fransoo in het begin, toen hij zijn theorie daarover ontwikkelde, zelf gedacht en gehoopt had, zegt hij. ‘Al blijft het een relatief eenvoudige manier van kijken. Hoe het verder gaat met de euro, wat er gebeurt met de Spaanse economie; dat soort macroeconomische invloeden kan je er natuurlijk niet mee vatten.’

Er zijn beschouwers die vrezen dat de economie bij een nieuwe dip niet meer uit de put komt, omdat nieuwe tegenslag na een aanvankelijke opleving de mensen en bedrijven extra pessimistisch over de toekomst kan maken. Fransoo hoopt niet dat het gebeurt, en vindt pessimisme onnodig. ‘Ik zou zeggen: laat maar komen, die tweede dip, want hij is toch maar tijdelijk. We moeten niet bij de pakken neerzitten, het zal spoedig opnieuw beter gaan.’ In het optimistische artikel dat Fransoo vorig jaar schreef, hield hij nog wel een slag om de arm omdat hij zich afvroeg of de banken het bedrijfsleven wel voldoende financiële steun zouden willen verlenen voor het aanvullen van de voorraden. Nu is de situatie weinig anders. ‘Ik kan niet helemaal overzien hoe de banken er nu mee omgaan. We hebben wel kunnen zien dat de snelheid van het herstel in een aantal sectoren langzamer is geweest dan gedacht. Dat zou wellicht aan kredietverlening kunnen liggen. Maar het kan ook aan beperkte productiefaciliteiten hebben gelegen.’ Uit het feit dat veel andere bedrijven hun voorraden hebben kunnen aanvullen, zou je toch de conclusie kunnen trekken dat ze daarvoor steun moeten hebben gehad van de banken? ‘Dat is zo. Maar ik heb hierover toch geen eindantwoord paraat.’ Een helderder zicht heeft Fransoo – al zal menig lezer nu met reden juist wat waziger gaan kijken – op het ‘synchromodaal transport’. Informateur Ivo Opstelten vond op 20 augustus een brief op de deurmat over dit onderwerp, ondertekend door de leden van het Strategisch Platform Logistiek (met naast Fransoo kopstukken als Leo van Wijk en Hans Smits). ‘Lading en bestemming zijn niet langer vastgeklonken aan één vervoerswijze: de beschikbare capaciteit van vervoermiddelen en infrastructuur bepalen samen met de aard van de lading de keuze voor weg, water, lucht of spoor’, zo staat in de brief aan Opstelten onder meer te lezen. Van de vrachtwagens, goederentreinen, vrachtschepen en vrachtvliegtuigen die dagelijks in Europa rijden, varen en vliegen, blijft gemiddeld méér dan de helft van de capaciteit onbenut, schrijft het platform, dat in synchromodaal transport een ‘gouden kans’ ziet om al die beschikbare capaciteit eindelijk eens goed te ‘verzilveren’.

‘Het fenomeen synchromodaal transport staat nog in de kinderschoenen’, zegt Fransoo, ‘En het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven. Maar de overheid kan wel helpen om innovatie mogelijk te maken.’ Een keuze maken uit diverse modaliteiten, is alleen mogelijk als er voldoende volume is, zo noemt Fransoo een principe van synchromodaal transport. ‘Kijk naar de spoordienst Rotterdam-Venlo. Omdat daar hoogfrequent treinen rijden, krijgt de klant vertrouwen in het treinvervoer. Het gevolg: er komt meer volume. En als het volume hoog genoeg is, kan de frequentie ook weer omhoog.’ Om een lang verhaal kort te maken: de ondertekenaars van de brief vinden dat het nieuwe kabinet straks voor voldoende infrastructuur moet zorgen. ‘Welke politieke kleur het kabinet ook krijgt. Want als er niet in infrastructuur wordt geïnvesteerd, is dat ook voor het milieu een slechte zaak. Als de coördinatie in de logistieke keten niet wordt verbeterd, zal de autonome groei immers vooral in het wegvervoer terechtkomen.’

Een oppepper voor de Nederlandse logistieke sector zouden we mogen verwachten vanuit Breda, waar het logistieke ‘topinstituut’ Dinalog aan zijn eerste projecten is begonnen. Fransoo, zelf vice-voorzitter van Dinalog, is enthousiast over de belangstelling die vervoerders en verladers tonen voor de projecten. ‘De bedrijven lopen al harder dan de projecten aankunnen. Interessant om te zien.’ Een vooraanstaand logistiek manager had een tijdje geleden als kritiek, dat Dinalog een goed verdienmodel mist; het buitenland zou zo gratis aan de haal kunnen gaan met de kennis die in Breda met bloed, zweet en tranen wordt vergaard. ‘Die manager moet eens in Breda komen kijken’, zegt Fransoo. ‘We hebben een regeling ontworpen waarmee we het intellectueel eigendom vastleggen. Bovendien zijn de ideeën niet zomaar te kopiëren, omdat ze sterk verankerd zijn in de deelnemers aan de projecten.’ Dinalog zorgt voor het eerst sinds de jaren 90, toen onder aanvoering van Nederland Distributiel Land fenomenen werden geïntroduceerd zoals ‘value added logistics’ en ‘Europese distributie centra’, dat in logistiek Nederland voortvarend geïnnoveerd wordt, stelt Fransoo vast.

Paul Jumelet