Tijd voor een nieuwe imagocampagne, vindt Transport en Logistiek Nederland. De organisatie timmert de komende jaren aan de weg met de aloude slagzin ‘Zonder transport…’. Zonder transport geen boterham met pindakaas, geen nieuwe ijskast, geen schoolboeken, geen concert of schouwburg, vul maar in. Want nu en dan komen alle vooroordelen over het wegvervoer – gevaar op de weg, oorzaak file, hinderlijk in de stad – weer om de hoek kijken. De hoogste tijd dus om de consument vooral van het positieve – en onmisbare – van wegtransport te doordringen.

Dat wegvervoer heeft een beroerd jaar doorgemaakt en volgend jaar zal het misschien nog niet veel beter gaan. Met puur wegtransport is even geen droog brood meer te verdienen. Intussen worden de vervoerders van alle kanten beperkingen opgelegd. Brussel broedt op plannen om deze zogenaamd vervuilende modaliteit te laten opdraaien voor alle echte en vermeende kosten die ze zou veroorzaken. Heel wat lidstaten hebben het middel van tolheffing ontdekt om de vrachtauto flink te laten dokken. Als Nederland straks de kilometerbeprijzing invoert, mag het vrachtverkeer als eerste naar de kassa.

Van sommige overheidsmaatregelen kun je als ondernemer of chauffeur gillend gek worden. Neem de rij- en rusttijdenregeling. Op zich geen slechte zaak, maar is het werkelijk nodig een chauffeur die een kwartiertje in zogenaamde rusttijd doorrijdt op zoek naar een parkeerplaats op een torenhoge boete te tracteren? Moet je het een kleine zelfstandige verbieden ’s avonds zijn boekhouding te doen omdat zijn 48-urige werkweek er opzit?

Verladersorganisatie EVO bracht dit jaar maar weer eens een nieuwe versie uit van de bekende hitparade van ergernissen. We kunnen ze inmiddels dromen. Feit is dat heel wat van die ergerlijke uitwassen van ambtenarij al jaren op het lijstje staan en dat er maar weinig aan wordt gedaan om ze weg te nemen. Er lijkt ook alleen maar bureaucratie bij te komen, terwijl het kabinet ons toch plechtig heeft beloofd de administratieve lastendruk op de ondernemer te verminderen.

Goed, er waren dit jaar ook wel ontwikkelingen die je als positief zou kunnen opvatten. Zo liet Brussel weten zelf geen uitspraak te gaan doen over de voors en tegens van de langere en zwaardere vrachtautocombinatie, de Ecocombi. Dat is mooi, want als die uitspraak in het nadeel van de Ecocombi zou uitvallen – en die kans was er -, dan zouden lidstaten hun beleid op dit punt misschien hebben heroverwogen.

In Nederland zijn we zo langzaamaan wel overtuigd van de overduidelijke voordelen van de Ecocombi. In België, Denemarken en Frankrijk zit er ook schot in de zaak. Zelfs Duitsland, tot voor kort tegenstander, lijkt de langere truck nu een kansje te willen geven. De nieuwe regering-Merkel wil weliswaar meer onderzoek, natuurlijk, maar laat de deelstaten alvast de vrijheid om het ding te beproeven.

Ook het Europese cabotagebesluit kun je min of meer als gunstig beschouwen. Weliswaar is cabotage met ingang van volgend jaar vooreerst beperkt tot drie ritten binnen zeven dagen na een grensoverschrijdend transport. Vervelend, maar lidstaten die al een veel ruimere regeling waren overeengekomen, zoals de Benelux, hoeven zich daaraan niet te houden. Overigens zijn Nederlandse vervoerders in de grensstreek met Duitsland allang aan het uitpluizen hoe ze binnen de nieuwe regels toch hun normale cabotageritten kunnen uitvoeren. Belgische vervoerders nabij de Franse grens zullen precies hetzelfde doen.

Steeds meer wegvervoerders, de congestie zat, zetten lading op langere trajecten op het spoor. Ook de opmars van de ‘Maut’ in Europa is soms aanleiding om voor railvervoer te kiezen, mits dat niet duurder en min of meer even snel is. Heel verrassend was het dus niet dat in één keer alle in Nederland actieve spoorvervoerders zich aansloten bij Koninklijk Nederlands Vervoer. Hun belangen worden daar professioneel behartigd en eigenlijk alle grote wegtransportbedrijven zijn ook bij deze organisatie aangesloten. Intermodaal vervoer over de weg en per spoor nu dus onder één dak.

Een mooi initiatief namen vijf containertruckers in de regio Rotterdam, door een nauwe samenwerking aan te gaan om leegrijden terug te dringen. Ze werden geholpen door overslagbedrijf ECT, dat nog een computerprogramma in de kast had staan, ontwikkeld voor ladinguitwisseling. Het is ook een teken des tijds. Vroeger zouden concurrenten in de markt elkaar geen kilometer werk gunnen uit pure argwaan, klanten aan de ander kwijt te raken. Elkaar durven vertrouwen, zelfs in crisistijd, als om elke gram lading moet worden gevochten, is goed ondernemerschap. Je hebt hetzelfde probleem, los het dan samen op.

Het was dan wel het jaar van de grote recessie, maar ook dat van de duurzaamheid. Groen vervoer is al een paar jaar een trend, onder druk ook van verladers, hun klanten en uiteindelijk de politiek. Het valt overigens te betwisten of het wegvervoer per eenheid lading dit jaar werkelijk schoner is geworden. De noodzaak van transportefficiëntie werd meer dan ooit gevoeld. Maar de vloot werd niet verder vernieuwd, omdat het oudere materieel, op de groei gekocht, technisch nog lang niet is versleten – en trouwens in de zomermaanden als gevolg van vraaguitval massaal stilstond.

Dat gaat allemaal anders worden als de economie straks eens werkelijk wil aantrekken. Wanneer? De glazen bol is voorlopig nog van matglas. Iets van een herstel is er wel, maar dat herstel zou technisch van aard kunnen zijn, omdat voorraden in de recessie te schielijk zijn afgebouwd. Het laatste kwartaal van een kalender is trouwens geen beste graadmeter voor de stand van de economie. We moeten maar afwachten.