Net als verladers en vervoerders kunnen de expediteurs terugzien op een slecht jaar.

De omzetten daalden met soms tientallen procenten. De markt lijkt wel weer wat aan te trekken, maar de niveaus van voorgaande jaren worden vermoedelijk niet voor 2011 weer gehaald. Toch slagen sommige grote expediteurs er nog altijd in, redelijk winst te draaien.

Kuehne + Nagel bijvoorbeeld meldde over de eerste drie kwartalen een met ruim 8 procent gedaald brutoresultaat (voor belastingen, rente en bijzondere posten) in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. De vrachtvolumes daalden veel sterker. In zeevracht bedroeg de daling bij het Zwitserse concern 8,5 procent, in luchtvracht 15,5 procent en in wegen spoorvervoer zelfs 25 procent.

Bij Panalpina, die andere grote Zwitserse expediteur, hakte de crisis er steviger in, al bleef ook dit bedrijf nog winstgevend. Panalpina zag de zeevrachtvolumes in de eerste negen maanden dalen met 18 procent, terwijl in de luchtvracht zelfs een daling van 25 procent moest worden opgetekend.

Kuehne + Nagel heeft ook een berekening gemaakt van het marktgemiddelde. Voor de zeevracht zou de markt in de eerste negen maanden 16 procent in teu zijn afgenomen, in de luchtvracht met 17 procent (in tonnen) en in het landvervoer met 25 procent (volume gedeeld door gemiddelde vrachtprijs). De Zwitsers uit Schindellegi zouden dus aanzienlijk beter hebben gepresteerd in zeeen luchtvracht dan de gemiddelde expediteur. Panalpina juist een stuk minder. Beide bedrijven reageerden op de crisis door op de rem te trappen. Kuehne + Nagel deed dat door 7,4 procent van de voltijdbanen te schrappen tussen september dit jaar en oktober vorig jaar, toen de economische tegenwind al een beetje het karakter van een storm kreeg. Er kwam ook een beperking van de overhead-kosten met 10 procent, die inmiddels is gerealiseerd. Verder werd er de helft minder gereisd. Maar de verkoopafdelingen werden juist versterkt, met als doel marktaandeel te behouden en zo mogelijk te vergroten.

Panalpina voerde pas in maart dit jaar een kostenbesparingsprogramma door. Dat werpt wel vruchten af, want dit jaar wordt zo’n 130 miljoen Zwitserse frank (86 miljoen euro) aan kosten weggeschaafd, door 10 procent van de medewerkers weg te bezuinigen. Dat is ook hard nodig om het bedrijfsresultaat weer ongeveer op het niveau van voorgaande jaren te krijgen. Een feit blijft dat het concern uit Basel, ongeveer tweederde kleiner dan Kuehne + Nagel, de wereldwijde recessie vooralsnog minder goed heeft weten te doorstaan. Ook Panalpina kondigde overigens in het derde kwartaal aan, de verkoopinspanningen verder op te voeren.

Transport Intelligence, het onderzoeksbureau uit Londen, leverde eerder deze maand een rapport af over de wereldwijde expediteurssector. Daarin werd vastgesteld dat we ons in het ‘oog’ bevinden van een recessie-orkaan. Het betekent weinig goeds, want als het oog over ons heen zal zijn getrokken, neemt de orkaan weer allengs in kracht toe.

Een andere conclusie is dat grote expediteurs – behalve Kuehne + Nagel en Panalpina kun je onder meer FedEx, DHL, UPS en Schenker noemen – het op de wereldmarkt relatief beter doen dan de kleinere. Andersom kunnen nichespelers op geografisch beperkte markten misschien weer beter uit de voeten. John Manners-Bell, analist bij Transport Intelligence, ziet nog een ander verschil. Dat Kuehne + Nagel zich vooralsnog beter staande houdt dan bijvoorbeeld DHL, komt wellicht doordat het eerste bedrijf minder afhankelijk is van luchtvracht. Manners-Bell ziet een verschuiving van lucht- naar zeevracht, omdat ook verladers speuren naar kostenbesparingen en daarom voor niet al te spoedeisende lading scheepvaart eerder in aanmerking nemen. Dit natuurlijk vooral als het om minder hoogwaardige lading gaat. Volume gaat naar het schip, duur en snel naar het vliegtuig. Dat is geen nieuwe ontwikkeling, maar wel een die door de crisis wordt bespoedigd.

Volgens het rapport komt de mondiale expeditiemarkt dit jaar uit op een krimp van 8 procent, na jarenlange groei in de dubbele cijfers. Daarbij moet wel worden bedacht dat de eerste helft van vorig jaar nog altijd bijzonder sterk was en de recessie pas in de tweede helft inzette. UPS – hier niet de expresvervoerder, maar de expediteur – meldde over het derde kwartaal ook alweer een krachtig marktherstel, met een forse winstverbetering als resultaat.

Het onderzoek van Transport Intelligence is niet al te zonnig over de nabije toekomst. Het herstel zal de komende drie jaar gematigd zijn, met een gemiddelde marktgroei van 1,9 procent per jaar. De onderzoekers denken dat DHL, de grootste zee- en luchtvrachtexpediteur ter wereld, gevolgd door UPS, Schenker en Kuehne + Nagel, het sterkst uit de strijd zullen komen. Die bedrijven profiteren van schaalgrootte. Zo groot zijn ze samen trouwens niet eens. DHL is, zo horen we uit Londen, maar goed voor 8,8 procent van de markt. De Europese expediteurs samen hebben, blijkens het onderzoek, de sterkste positie in de mondiale expeditie. Europa is immers ook het sterkst vertegenwoordigd in de wereldhandel.

Als de analyse van Transport Intelligence klopt, zullen kostenbewuste verladers dus meer op zoek gaan naar zeevervoer, ten koste van luchtvracht. Voor zeevrachtexpediteurs maakt dat in volume uiteraard weinig uit, want luchtvracht op zee weegt verhoudingsgewijs niets. Sterker: voor geïntegreerde zee- en luchtvrachtexpediteurs zal dit het expediteursloon alleen maar aantasten.

Voor verladers is die ontwikkeling evenwel goed nieuws. Ze krijgen meer invloed op hun eigen vervoersstromen. Luchtvracht wordt immers gedomineerd door expediteurs, zelfs als de lading van zeer grote verladers komt. Bij zeevracht komt het veel vaker voor dat grote verladers zelf direct zaken doen met rederijen. Het onderzoek van Transport Intelligence suggereert dat hieraan door de crisis een impuls wordt gegeven.