Dat er her en der trucks en trailers achter gesloten hekken voor onbepaalde tijd staan geparkeerd, dat staat wel vast. Volgens vervoerdersorganisatie TLN heeft 43 procent van de bedrijven te veel materieel en 30 procent te veel personeel. En dat is niet alleen in Nederland zo. Volgens BGL, zeg maar de Duitse TLN, zijn in Duitsland dit jaar al 70.000 vrachtwagens stilgezet. Dat is een op de vijf vrachtwagens. De BGL verwacht dat nog voor de jaarwisseling circa 900 transportbedrijven failliet zullen gaan, waarbij zo’n 50.000 banen verloren zullen gaan. Die komen bovenop de 30.000 die al eerder zijn verdwenen.

In Nederland is de situatie blijkens gegevens van TLN veel minder erg. ‘Tot halverwege september zijn 116 transportbedrijven failliet gegaan’, zegt een woordvoerder van TLN. Dat kostte ruw geschat ruim 1.000 banen. Door die faillissementen zijn ook weer veel trucks stil komen te staan. TLN schat op basis van de vergunningbewijzen die naar de NIWO zijn geretourneerd,dat sinds begin dit jaar 4.600 trucks stil zijn gezet.

Over het aantal nog te verwachten faillissementen zegt TLN: ‘Het is zeer moeilijk om daar een schatting van te maken maar bij veel bedrijven staat het water aan de lippen.’ Deze benarde situatie weerhoudt transportbedrijven ervan openheid te geven over stilstaande trucks. ‘Een verklaring ligt in concurrentieoverwegingen. Geen enkel bedrijf vindt het plezierig om te laten blijken hoe moeilijk het gaat. Het aantal stilstaande vrachtauto’s is daar een indicatie van’, zegt TLN. De organisatie stelt dat het stilzetten van trucks en banen schrappen geen tekenen van zwakte zijn maar juist getuigen van durf en ondernemerschap. Drastisch ingrijpen om daarmee de toekomst van het bedrijf en dus de werkgelegenheid zo veel mogelijk zeker te stellen.

Algemeen directeur Anton Pluimers van Bolk Transport uit Almelo durft er wel voor uit te komen dat hij trucks stil heeft gezet. ‘In het begin van het jaar heeft er het een en ander stil gestaan.’ Inmiddels is de vloot van circa 140 trekkende eenheden weer in beweging.

Bolk is actief in diverse deelmarkten van het wegvervoer. En die deelmarkten ontwikkelen zich op verschilllende wijzen. Pluimers: ‘De bouw gerelateerde werkzaamheden lopen terug. Hetzelfde geldt voor het exceptioneel vervoer. Maar in die sector rijden we weer vrij constant voor de windmolenklanten die we hebben.’ Hij wijst erop dat in Duitsland 15 procent van de truckvloot niet alleen stil is gezet, maar ook daadwerkelijk niet meer op de weg terug verwacht wordt. ‘Ik ben benieuwd waar al die trucks blijven.’ De directeur noemt twee hoofdoorzaken waardoor transportbedrijven eerder dit jaar serieus in de problemen konden raken. ‘Veel bedrijven hebben flink geïnvesteerd in de groei. Bij Bolk hebben we de groei ondervangen door vooral uit te besteden. Ten tweede is er de manier waarop de groei werd gefinancierd. Of je hebt betaald of hebt gekozen voor leasecontracten maakt een groot verschil. In het eerste geval betaal je je trucks met je eigen winst. Dan is het niet zo’n probleem wanneer ze een tijdje stil staan. Maar heb je geleasd, dan moet je elke maand de last opbrengen. Dat bepaalt of je wel of geen financiële problemen hebt.„

Bij autovervoerder De Rooy is de sitatie niet zo rooskleurig. De autosector heeft harde klappen opgelopen en nog steeds staat een merk als Opel op het randje van faillissement. ‘Wij zien dit jaar geen opleving en verwachten dat het rond de zomervakantie in 2010 weer licht aan zal trekken’, zegt een woordvoerder van het bedrijf. ‘Momenteel staat zo’n dertig procent van onze vloot stil.’

Anton Stam, algemeen directeur van E. van Wijk bv is optimistischer. Hij bevestigt dat er weer enige beweging komt in het goederenvervoer. Er worden meer containers verscheept en mede dankzij sloopregelingen worden er met name in Duitsland weer auto’s geproduceerd. Ook in andere sectoren komt de productie weer op gang. Stam vraagt zich wel af ‘in hoeverre er sprake is van een structureel herstel. Bij automotive bijvoorbeeld is en blijft het vooralsnog slecht. In het bouwgerelateerde vervoer valt het tot op heden relatief mee maar ik vraag me af wat er nog gaat komen.’ Op de vraag wat er bij hem stilstaat, geeft Stam ontwijkend antwoord: ‘Ja, er staan trucks stil, relatief een beperkt percentage. Ik denk dat het heel moeilijk is om te zeggen wanneer de situatie weer naar een acceptabel niveau terugkeert. Ik denk dat we echt in termijnen van een aantal jaren moeten denken. Maar ik geloof ook dat als de economie weer enigszins aantrekt, de logistiek meer dan evenredig zal groeien.’

Een bedrijf waarover afgelopen maanden veelvuldig werd gespeculeerd is Heisterkamp. Er zouden honderden trucks stil staan en nog wekelijks nieuwe worden afgeleverd, die meteen stil worden gezet. ‘Alles rijdt weer’, zegt Gerben Heisterkamp vol overtuiging. ‘Sinds een week of vier is het hier stervensdruk.’ De Twentse vervoerder, gespecialiseerd in het leveren van trekkers en chauffeurs aan andere vervoerders en logistiek dienstverleners, heeft niets meer stilstaan. ‘Er zitten uitzendchauffeurs op de auto’s want met het eigen chauffeursbestand kan ik het werk niet aan.’ De kracht van het bedrijf, legt hij uit, is dat het in korte tijd zo tien trucks met chauffeur kan leveren. Allemaal mooi, maar wanneer een aantal klanten ineens tien auto’s minder nodig heeft, dan staan de opstelplaatsen van het bedrijf in Oldenzaal zo vol. Heisterkamp heeft in 2006 nog 200 nieuwe Scania’s gekocht. ‘Gekocht ja, want alle trucks en gebouwen hier zijn van ons. We letten prima op onze centen.’

Dat over het bedrijf werd gespeculeerd dat het failliet zou zijn betreurt Heisterkamp. ‘Wij zijn natuurlijk hard gegroeid en dan ontstaan er verhalen. Jammer dat de media daar niet altijd even zorgvuldig mee zijn omgesprongen. We hebben tot dusverre helemaal niemand hoeven ontslaan.’ Heisterkamp beseft dat klanten zichzelf hebben ‘terugbezuinigd’ tot de kleinst mogelijke vlootomvang. ‘Dus wanneer het straks maar een beetje aantrekt, zullen ze weer extra capaciteit zoeken, bijvoorbeeld bij ons.’ Een voorspelling voor het laatste kwartaal van 2009 durft hij echter niet te doen. ,,Maar wanneer we deze lijn door kunnen trekken naar het einde van dit jaar, dan is het super.’ Om dan weer te relativeren: ‘Het is echt te vroeg om te juichen maar we ervaren wel positieve ontwikkelingen op dit moment.’

Anton Pluimers van Bolk valt hem bij. ‘2010? Ik durf het echt niet te zeggen. Vanaf hier weer langzaam genezing zou ik willen zeggen. Maar ik weet het echt niet.’