Het was een van de vele slechte berichten die de sector transport en logistiek het afgelopen half jaar over zich heen heeft gekregen. En de strekking ervan was wat we allemaal al enige tijd aan den lijve ondervinden: 2009 wordt een zwaar jaar.

Het economisch bureau van de ING prognosticeerde vorige week de volumedaling die de sector dit jaar voor de kiezen krijgt. Gemiddeld 8,6 procent minder lading, met uitschieters van minus 16,3 procent voor luchtvracht en meevallers van ‘slechts’ minus 6,5 procent voor het wegvervoer.

De oorzaken zijn bekend: de wereldhandel daalt en de economie krimpt. Transport en logistiek worden met name getroffen door een ongekende daling van de export, die – aldus nog steeds ING – 10,5 procent in 2009 bedraagt.

Een beetje ondergesneeuwd bleef het goede nieuws van ING: 2010 belooft beter te worden. Natuurlijk onder voorwaarde dat de wereldhandel aantrekt en de export weer toeneemt. Als dat gebeurt, is het transport de eerste die het merkt. Zeker de modaliteiten die ‘vroegcyclisch’zijn, zoals dat zo mooi heet: met name zee- en binnenvaart. Die profiteren het eerst van een zich herstellende economie. Daarom is het misschien goed op zoek te gaan naar de lichtpuntjes die dat herstel aankondigen. En omdat economie gedijt in vertrouwen, kan het ook geen kwaad het goede nieuws eens te benadrukken. Juist in een crisis, waarin slechte berichten gemeengoed zijn, gaat de stelling ‘goed nieuws is geen nieuws’ even niet meer op. Voor het slechte nieuws sluiten we even onze ogen.

Hoe begon de crisis ook al weer? In kort bestek met een te ruim kredietbeleid door de banken. Vooral in de VS, waar mensen die zich helemaal geen hypotheek konden veroorloven, er toch een kregen, in de verwachting dat het huis toch wel in waarde zou stijgen. Dalende huizenprijzen en een instortende woningmarkt brachten een sneeuwbal aan het rollen, want de hypotheekverstrekkers hadden de risico’s doorverkocht aan financiële instellingen over de hele wereld. Die werden gedwongen minder risico’s te nemen, werden voorzichtiger met het beschikbaar stellen van kredieten en hevelden aldus de problemen over van de financiële sector naar wat opeens de ‘reële economie’ werd genoemd – alsof we pas toen beseften dat wat de boekhoudingen van de banken ons voorspiegelden, irreëel was.

Maar hoe staat de woningmarkt in de VS er nu voor? Vorige week werd bekend dat de verkoop van nieuwe eensgezinswoningen met bijna 5 procent was gestegen ten opzichte van januari. Onverwacht, want analisten rekenden juist op een daling.

Zien we in de markt waar we de eerste tekenen van verval zagen, nu ook de eerste tekenen van herstel? Het zou zo maar kunnen dat huizenprijzen nu genoeg zijn gedaald dat ze weer betaalbaar worden, al helpt de overheid een handje door de rente kunstmatig laag te houden.

Het goede nieuws vanuit de VS kwam niet alleen van de woningmarkt. De orders van duurzame goederen namen eveneens tegen de verwachting in toe. De analyse is dat veel bedrijven door hun voorraden heen raken en bestellingen plaatsen om ze aan te vullen.

Voor de transportsector is dat uiteraard relevant, want die goederen moeten vervoerd. Op Nederlandse schaal constateert ook de ING dat verladers hun voorraden na dit eerste kwartaal van 2009 zullen hebben afgebouwd.

Nog meer opwekkends uit Amerika: de economische krimp in het vierde kwartaal bleek uiteindelijk toch mee te vallen ten opzichte van de laatste raming, het herstelplan van Barack Obama werd goed ontvangen en de president zelf legde in zijn toelichting de vinger op de zere plek door afstand te nemen van ‘roekeloze speculatie die geen duurzame welvaart creëert’.

En dan Nederland. Wat er ook over het crisisplan van het kabinet Balkenende moge worden gezegd – bijvoorbeeld dat het geen enkele betekenis heeft voor de wereldhandel waarvan de Nederlandse economie afhankelijk is – het brengt wél rust in de tent. Producenten zijn afgelopen maand weer iets positiever geworden, nadat in februari een historisch dieptepunt werd bereikt.

De export – de kurk waarop de economie als geheel maar zeker de sector transport en logistiek in het bijzonder op drijft – heeft harde klappen gehad. Volgens het Centraal Planbureau (CPB) heeft de grootste val in het eerste kwartaal plaatsgevonden, vlakt de verslechtering in de loop van het jaar af en trekt de uitvoer eind dit jaar of begin 2010 weer aan. Op voorwaarde dat de wereldhandel weer opleeft natuurlijk. Stimulering, onder meer door het afgeven van exportgaranties, staat bovenaan de agenda van de G20 deze week in Londen.

Daarmee zijn we terug bij de prognose van het Economisch Bureau van ING. Nogmaals: als de wereldhandel aantrekt, zijn de transport- en logistiekbedrijven de eerste die daarvan profiteren. En de modaliteiten die nu het meeste lijden, het vervoer over het water en door de lucht, veren dan het sterkst op. Wegvervoerders en logistieke dienstverleners blijven dan achter, maar die hollen dit jaar dan ook minder hard achteruit. Voor allemaal geldt dat de groei in 2010 een percentage is van het ingestorte volume in 2009: absoluut zullen de volumes niet in de buurt komen van die in 2008. Percentages kunnen bedrieglijk zijn. Hoe dan ook, net als behaalde resultaten in het verleden bieden voorspellingen geen garanties voor de toekomst. Niemand weet of het dal al is bereikt en hoe lang het duurt voordat de weg omhoog is ingeslagen. Onderwijl kunnen we elkaar beter uit de put praten dan erin.