Vorig jaar gingen in de transportsector in Nederland 107 bedrijven failliet, bijna de helft meer dan een jaar eerder. Transport is wat wordt genoemd een ‘vroegcyclische’ bedrijfstak. Als het economische klimaat omslaat, merken vervoerders dat al heel snel. Dat blijkt ook wel, want over de hele linie steeg het aantal bedrijfsfaillissementen met maar 7 procent. Vervoerders gaan dus bijna als eerste voor gaas.

Natuurlijk is de kredietcrisis de belangrijkste oorzaak van de massale bedrijfssterfte in de transportwereld. Veel transportbedrijven hebben, ook na een aantal relatief goede jaren, nauwelijks vlees op de botten. Bij het eerste zuchtje tegenwind vallen ze om en bij een orkaan, zoals nu, gebeurt dat bijna dagelijks. In de eerste helft van vorig jaar, toen een recessie zich nog niet echt liet voorzien, was vooral de hoge dieselprijs de boosdoener. Zo is er eigenlijk altijd wel wat.

Sommige faillissementen blijven bijna onopgemerkt. Als een kleine vervoerder, met zeg vijf auto’s, over de kop gaat, levert dat hooguit een berichtje in de regionale krant op. Soms zijn faillissementen wél spectaculair. Neem Rynart Moerdijk, met zijn sterk ontwikkelde activiteiten in Midden- en Oost-Europa. Iedereen zag Rynart als een knap bestuurd bedrijf met een goede visie. Dat het bedrijf wormstekig was, mede als gevolg van die expansie in het oosten van ons werelddeel, bleek pas toen het al te laat was.

Elk faillissement, groot of klein, is een persoonlijk drama voor de ondernemer, diens medewerkers en vaak nog een kring van leveranciers, onderaannemers en gecharterde eigen rijders om het bedrijf heen. Curatoren worden door de rechtbank benoemd om de boedel van een failliet verklaarde onderneming te verdelen over de schuldeisers: de ‘preferente’ en de ‘concurrente’ crediteuren. De laatsten vissen bijna altijd achter het net, of kunnen misschien nog net een fractie van hun vordering uitgekeerd krijgen. Niet zelden leidt het faillissement van een vervoerder ertoe dat ook de crediteuren van de onderneming in moeilijkheden komen.

Het wegvervoer staat een faillissementsgolf te wachten, zei bestuurder Meindert Gorter van FNV Bondgenoten een maandje geleden naar aanleiding van de ondergang van de Limburgse transporteur Fred Vos (inderdaad familie). Tientallen Limburgse en Brabantse ondernemingen staat het water tot de lippen, in het Noorden des Lands is het net zo en in wat er tussenin ligt is de toestand niet veel beter.

De namen druppelen binnen. Autovervoerder Zegwaard uit Oosterhout, voorheen Delft, legde, zoals de Vlamingen dat uitdrukken, de boeken. Lauran Bossers uit Breda. Intrapex uit Venray. Aalburg Transport, D&T Logistics. Van Smeden uit Roden ging failliet nadat deze vervoerder, die vooral reed voor sanitairfabrikant Villeroy & Boch, al enige tijd in surseance was geweest. Boonstra uit Gieten, 24 chauffeurs, tankvervoer van droge bulk, werkte onder kostprijs, weet de curator te vertellen. ‘Dat houd je niet lang vol.’

Bakker Transport, ook in Roden, ging ten onder toen de huisbankier het krediet introk. Nagtegaal uit Alphen aan den Rijn ging al in oktober ter ziele. Bij dit ruim een eeuw oude bedrijf stonden zeventien werknemers op straat, toen kaasmaker Campina, goed voor 80 procent van de omzet, naar een andere vervoerder overstapte. Heij- ‘Ik rijd, dus ik besta,’ kan je als transporteur denken als je op een zonnige mans Transport uit Brielle, veertig auto’s in het koel- en vriesvervoer op Frankrijk, Duitsland, Italië en Engeland – failliet. Max Convoi, Moerdijk, met twintig mensen – failliet. Het bedrijf was een voortzetting van het in 2006 al ter ziele gegane Kroeze Transport en Logistiek. In de zaak Max Convoi signaleerde de curator dat mogelijk ‘frauduleus’ geld aan de firma is onttrokken.

In januari moest Tesselaar Transport en Verhuur in Winkel, Noord-Holland, de deuren sluiten. De laatste van de 54 werknemers deed het licht uit. Jac. Tesselaar begon zeventien jaar terug met vier vrachtauto’s, in de beste tijd waren dat er 64. Tesselaar, dat veel op Engeland reed, had te lijden onder de waardedaling van het Britse pond. Steeds strakkere rijtijden en milieuregels, dure diesel en wegvallend werk deden het bedrijf de das om. Maar de curator dook uit de boeken nog iets anders op. Tesselaar had vorderingen op een aantal debiteuren die traag van betalen waren. Daaronder één zeer aanzienlijke vordering. Er komt naar verluidt een doorstart, terwijl ook heel wat personeel al werk elders zou hebben gevonden.

Een faillissementsgolf, vrezen de bonden. Zo’n golf is er om de zoveel jaar. In bijvoorbeeld 2005, toen het economisch gezien toch mooi weer was, klotste het water ook heel wat transportondernemers over de voeten. Niet altijd is sprake van slecht ondernemerschap. Maar in veel gevallen wel. Bedrijven zijn soms te afhankelijk van slechts enkele klanten. Ze dekken zich niet in tegen grote kostenstijgingen, of durven die niet aan de opdrachtgever door te berekenen. Er wordt op omzet gekoerst, zonder naar de marge te kijken. Curatoren halen, zo blijkt uit hun verslagen, ook heel veel administratief vuil uit de boeken. Bedrijven laten hun debiteurenbeheer versloffen, of financieren hun bedrijf veel te krap. In tijden als deze trekken banken het vloerkleed onder hun voeten weg, omdat bedrijven niet meer aan de vereiste ratio’s voldoen. ‘Ik rijd, dus ik besta’, denk je misschien, als je op een zonnige dag de cabine instapt. Maar de buitenwacht denkt daar vaak heel anders over en pakt je, als het even tegenzit, je auto’s af.

Wie niet depressief wil worden, moet dit jaar geen kranten lezen.