Een moeilijk jaar om te budgetteren, blikt de voorman van de Nederlandse expediteurs, Fenex-voorzitter Raymond Riemen, in dit themanummer vooruit op het jaar 2009. De expeditiesector heeft dit jaar nog geen reden tot klagen maar de onzekerheid over de toekomst is niet uit te vlakken. Waarschijnlijk gaat het volgend jaar minder, maar de vraag is: hoeveel minder?

Cijfers over 2008 zijn er nog niet, maar het laatst beschikbare jaarverslag van de Nederlandse expediteursorganisatie, dat over 2007, duidt op een gezonde sector die een stootje kan hebben. Meer omzet en hogere winsten dan in het jaar daarvoor. Een halvering (van 12 naar 6,5 procent) van het aantal leden dat verlies lijdt. De bijna vierhonderd ondernemingen die zijn aangesloten bij de Fenex deden het niet slecht.

Dat is althans het globale beeld. Opvallend is dat kleinere bedrijven (tot vijftig werknemers) en grotere bedrijven (meer dan tweehonderd werknemers) de beste resultaten behaalden. Middelgrote bedrijven scoorden gemiddeld lager dan de sector als geheel. Kennelijk missen die in meer of mindere mate de specialistische knowhow van de nichespeler en de economische schaalvoordelen van de netwerkexpediteur.

Waar de gehele transportsector, en dus ook het expeditiebedrijf, zich zorgen over maakt is het tekort aan personeel. Vanwege de functie van de expediteur, die het als tussenpersoon in de steeds complexere wereld van de logistieke dienstverlening vooral van zijn kennis moet hebben, moet dat ook nog eens hoger opgeleid personeel zijn. Individuele expediteurs noemen het hun grootste probleem.

De expeditiesector mag dan vast verankerd zijn in Nederland, met belangrijke concentraties in de haven van Rotterdam en op de luchthaven Schiphol, de logistieke dienstverlening is een internationaal speelveld. Zijn Nederlandse expediteurs al niet onderdeel van een internationaal netwerk, dan zullen zij overeenkomsten hebben met agenten in het buitenland. Een tussenvorm is het agentennetwerk.

Samenwerking over de grens is noodzakelijker dan ooit, want goederenstromen trekken zich steeds minder van grenzen aan. Wie daar als expediteur in wil meespelen, zal zich moeten verdiepen in ‘global supply chains’. Dat vergt kennis en investeringen, reden waarom de multinationale expediteurs (Kuehne + Nagel, Schenker, DHL, Panalpina enz.) jaar op jaar marktaandeel winnen.

Maar ook die grote expediteurs zullen de economische tegenwind die nu opsteekt, voelen. Als economieën krimpen, zal er minder lading te verdelen zijn. Anders dan vervoerders hebben pure expediteurs echter geen schepen, vliegtuigen of vrachtwagens te vullen om hoge investeringen in dat soort bedrijfsmiddelen terug te verdienen. Van hun penibele positie zouden logistieke dienstverleners als inkopers van capaciteit zelfs kunnen profiteren. Wat dat betreft is de regisseur van transport minder kwetsbaar dan de uitvoerder.