Dat kan driehonderd dagen duren. Dit bleek tijdens het conges ‘Security in supply chains’ op 16 mei in Rotterdam, georganiseerd door EVO en Nieuwsblad Transport. Voordat de Nederlandse douane een AEO-certificaat afgeeft, zal eerst in meerdere landen worden getoetst of de aanvrager van het getuigschrift wel zo’n predikaat verdient. Daardoor kunnen de eerste certificaten nooit al in januari 2008 worden uitgereikt. Dat zegt Theo Hesselink, senior policy adviser bij de directie Douane en Verbruiksbelastingen van het Ministerie van Financiën. AEO staat voor Authorized Economic Operator, een status die aangeeft dat de ondernemer voldoende doet om de supply chain tegen criminaliteit en terrorisme te beveiligen. Wie AEO is, zou voordelen genieten als een snellere passage van de douane, maar harde garanties zijn daar momenteel niet voor.

Hesselink deed zijn uitspraak nadat bleek dat meerdere congresbezoekers, waaronder EVO en de Belgische douane, vrezen dat de certificaten te soepel zouden worden uitgegeven. Dat kan ertoe leiden dat verladers en transporteurs alsnog geconfronteerd worden met strenge controles in het buitenland. Volgens Hesselink is de douane nog op zoek naar het juiste werkproces, maar moet de dienst zich in ieder geval aan de informatie en consultatieprocessen houden die in de EU zijn afgesproken. ‘De lidstaat waar de aanvraag wordt gedaan is verplicht andere lidstaten te consulteren over het bedrijf. De buitenlandse douane moet de operaties van het bedrijf in dat land bekijken en toetsen of het bedrijf ook daar aan de AEO-guidelines voldoet.’ Daarnaast brengt de Nederlandse douane een bedrijfsbezoek aan alle bedrijven die een AEO-aanvraag indienen. Hoe lang het proces van informatie, consultatie, rapportage en afgifte van het certificaat duurt, is niet duidelijk. Binnen de Europese Unie is afgesproken dat er een overgangsfase komt van twee jaar. Tijdens die overgangsfase moet het proces binnen driehonderd dagen zijn afgerond.

Vanaf 2010 moet de beslissing over het afgeven van het certificaat binnen negentig kalenderdagen worden genomen. Hesselink wil ook bij benadering niet aangeven op welke datum de eerste certificaten in Nederland zullen worden afgegeven. ‘Het gaat om een nieuw proces. We weten niet hoeveel bedrijven een aanvraag zullen doen, we weten ook niet hoe snel de andere lidstaten werken. Een bedrijf dat slechts in twee landen actief is met een snelle douane, zal op korte termijn duidelijkheid hebben. Een groot bedrijf dat in alle 27 landen van de EU actief is, zal misschien die driehonderd dagen moeten wachten.’ In de AEO-guidelines staat onder andere dat de toegang tot bedrijventerreinen en panden moet worden ontmoedigd voor buitenstaanders. Veel verladers en vervoerders wachten met investeringen totdat de douane details prijsgeeft over de benodigde hekken, deuren en sloten. Volgens Hesselink gaat dit niet gebeuren. ‘Wij zullen nooit opleggen welk merk slot bedrijven moeten gebruiken.

Dat kan ook niet, een klein bedrijf kan zich niet dezelfde investeringen veroorloven als een groot bedrijf. Het gaat ons om het totaalplaatje. Een bedrijf kan bijvoorbeeld een massieve deur hebben, maar als ze de sleutel aan een spijker naast de deur hangt, is het niet veilig bezig. Het is aan het gezonde verstand van de douanier om bij het bedrijfsbezoek te bepalen of het bedrijf voldoet aan de eisen.’

Roeland van Bockel, beveiligingsexpert bij de Europese Commissie en tevens auteur van het bevroren EU-wetsvoorstel over ketenveiligheid, toont zich tevreden met het besluit van de Nederlandse douane om de aanvragen eerst te toetsen. ‘Het zou ook ridicuul zijn dat je de certificaten op 1 oktober aan kunt vragen en ze drie maanden later al zouden worden uitgegeven. Het is noodzakelijk dat we de Verenigde Staten laten zien dat we dit instrument serieus nemen. Anders hebben we alsnog honderd procent controles aan onze broek.’ Ook de EVO laat, bij monde van projectleider security Danielle Gevers Deynoot, weten blij te zijn met de toetsing. Wel riep ze alle partijen op gezamenlijk tot een uniform security systeem te komen. ‘Er zijn de laatste jaren al veel nieuwe regels en wetten ingevoerd. De known shipper, ISO28000, CTPAT, ISPS, het Container Security Initiative. De basisonderdelen van al deze wetten zijn gelijk’, aldus de projectleider. ‘Het zou mooi zijn als de AEO-wetgeving hierop aansluit. Als er aparte audits komen, worden verladers opgezadeld met onnodige kosten en administratieve lasten. Ik pleit voor een basisstelsel, waar je extra modules oplegt voor de scheepvaart, luchtvracht, etcetera.’ Ook pleit Gevers Deynoot voor aanmoedigingspremies voor bedrijven die aan de veiligheidseisen voldoen. ‘Natuurlijk hebben de bedrijven voordeel bij de maatregelen in de zin van criminaliteitspreventie. Je zou ze echter ook op een andere manier moeten aanmoedigen het veiligheidsniveau te verhogen. Misschien kun je op Europees niveau iets met de verzekeringsmaatschappijen bekokstoven.’

Malini Witlox