De eisen zijn:

  • Ondernemer en werknemers hebben vlekkeloze reputatie inzake corruptie en fraudebestrijding. De exploitant heeft in kaart gebracht welke gevaren zijn bedrijf loopt. Kennis vereist van beveiligingssystemen.
  • Alle bedrijfsgebouwen zijn goed beschermd tegen indringers. Dus vergrendeling, buitenverlichting, goede controle van bezoekers en van alle binnenkomende goederen met verzegeling daarvan door veiligheidsbeambte.
  • Privé-terrein is gescheiden van de zone waar wordt geladen, gelost, verzonden of opgeslagen. Onbevoegden hebben daar geen toegang.
  • Expediteurs zorgen er voor dat alle documenten in orde zijn en dat verwisseling of fraude uitblijft.
  • Vervoersbedrijven werken zodanig dat geen niet-geregistreerde goederen tussen de lading worden gestopt.
  • Het personeel is zich bewust van de gevaren van terrorisme. Dat vereist scholing. Bovendien screenen van de medewerkers.
  • Elk logistiek bedrijf heeft betrouwbaar systeem voor het opsporen en rapporteren van wat er misging.

De experts in Brussel begrijpen de felle kritiek vanuit het bedrijfsleven niet. ‘Elk fatsoenlijk en goed geleid bedrijf voldoet nu al aan zulke voorwaarden. Bovendien krijgt de overheid ruimte om deze eisen aangepast aan de nationale situatie in te vullen. Daar is door de logistieke wereld zelf hard op aangedrongen. Nu wij die ruimte bieden, klaagt men dat de regeling niet in de hele EU uniform is’, aldus de reactie in Brussel.