Dat zijn verladers, vervoerders, douaneagenten die dank zij deze erkenning in het grensverkeer voortaan voorrang krijgen. Het systeem (voor insiders gebaseerd op Verordening 648) omvat alle vervoersmodaliteiten en start over een jaar per 1 januari 2008. Het slaat alleen op de handel in goederen die de EU binnenkomen of verlaten. Het bedrijf van de ‘erkende operator’ moet aan een reeks strikte veiligheidseisen voldoen (zoals afgesloten terreinen, gescreend personeel). De AEO moet bovendien de goederen vooraf aanmelden om voor versnelde afhandeling in aanmerking te komen. Voor de aanvoer/afvoer via zee geldt een vooraanmelding van minimaal 24 uur. Voor de andere modaliteiten (kustvaart, wegverkeer, spoor, luchtvracht) is dat korter. Het stelsel berust op de gedachte dat vervoerde goederen veel minder risico lopen in handen te komen van terroristen of criminelen.

Het systeem komt voort uit het streven van de overheid de handelsstromen te beveiligen tegen terrorisme. ‘Douanecontrole speelt vandaag de dag een sleutelrol in de strijd tegen het terrorisme. Tegelijk willen wij de administratieve verplichtingen in het internationale handelsverkeer strooml­ijnen, met name via een elektronische verwerking’, zei Europees commissaris László Kóvacs (belastingen en douane) in Brussel bij de presentatie van het project. Hij wees er op dat de regeling een versnelde en vereenvoudigde berekening van de BTW met zich meebrengt. ‘De handel heeft daar voordeel bij’, aldus de commissaris. Douane-experts in Brussel wijzen er op dat de bulk van de goederen die de EU-landen uit of invoeren maritiem wordt vervoerd. Het gaat om niet minder dan 1600 miljoen ton jaarlijks. De luchtvracht komt in de EU jaarlijks op acht miljoen ton. Deze experts van de Europese Commissie geven toe dat verladers en vervoerders met de status ‘erkend operator’ (die van hen diverse speciale investeringen vraagt) door het nieuwe stelsel met forse extra kosten worden op­gezadeld. Godfried Smit, douane-expert bij de verladersorganisatie EVO wijst er op dat sommige landen die kosten deels zelf dragen. Terwijl in Nederland het bedrijfsleven volledig hiervoor opdraait. De EVO verwacht verder dat de EU-landen de regeling verschillend zullen gaan hanteren. Dit alles schept scheve concurrentieverhoudingen. Bij de presentatie in Brussel bleek dat de Commissie, die volgens de Europese spelregels hierop moet toezien, deze kostenkwestie bagatelliseert.