Binnen zo’n keten kunnen dan individuele transportondernemingen, bijvoorbeeld in de binnenvaart, worden aangewezen als ‘secure operator’. Het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB) denkt dat de meeste binnenvaartondernemingen gemakkelijk kunnen voldoen aan de voorwaarden om dat predicaat ‘secure operator‘ te verwerven. Het beveiligingsniveau wordt immers, als het aan de Commissie ligt, bepaald door artikel 1.10 van het ADNR, het verdrag waarin het vervoer van gevaargoed voor de binnenvaart is geregeld. Een groot voordeel van aanwijzing als ‘secure operator‘ is dat het binnenschip van versnelde procedures gebruik kan maken en minder controles van bijvoorbeeld de douane hoeft te verwachten.

Dat heet in het jargon ‘fast track treatment‘. Daartoe moeten operators een risico-inventarisatie uitvoeren en op grond daarvan eventueel maatregelen nemen om hun bedrijf veiliger te maken. Volgens het CBRB neemt de binnenvaart zulke maatregelen van nature al. De binnenvaart denkt, aldus de organisatie, dat de bedrijfstak met relatief eenvoudige middelen een hoog beveiligingsniveau kan waarborgen. Het door ‘Brussel‘ voorgestelde systeem zou de binnenvaart zelfs een voordeel opleveren in de concurrentie met andere modaliteiten. Wel tekent het CBRB hierbij aan dat straks in alle lidstaten de Ketenbeveiligingsverordening op dezelfde manier moet worden uitgevoerd, omdat anders de concurrentieverhoudingen tussen binnenvaartoperators onderling scheef worden getrokken.

De organisatie voorziet dat voor sommige ondernemers in de binnenvaart de deelname aan het veiligheidssysteem misschien niet voor de hand ligt, zodat die ook niet voor de ‘fast track treatment‘ in aanmerking komen. Daar staat tegenover dat in het vervoer van chemicaliën en containers de keuze voor het ‘secure operator‘-schap door de markt welhaast zal worden afgedwongen. In de containervaart heeft de Stichting Projecten Binnenvaart onlangs een proef aangekondigd met ‘secure lanes‘ tussen de ECT-terminals in Rotterdam en de Duisburgse DeCeTe-terminal. De proef begint komende maand en moet uitwijzen dat volledig voor terrorismegevaar beveiligd containertransport naar het achterland van Rotterdam haalbaar is.