Door corona is ons dagelijks leven in een sneltreinvaart op de schop gegaan. Thuiswerken, online onderwijs en verboden op buitenlandse reizen en samenzijn met meer dan drie personen zijn nu heel gewoon. Hoeveel ernstiger zou de impact zijn geweest zonder computers voor werk en thuisonderwijs, zonder ontspanning en zonder het bestellen van pakketjes? Er zijn industriële giganten opgestaan die de dragers vormen voor deze fundamentele veranderingen. Amazon, Facebook, Google en ASML zijn niet alleen nieuwe koplopers, maar ook pleitbezorgers voor het gebruik van duurzaam opgewekte energie.

Een ander kenmerk van de stille revolutie is de automatisering, waardoor de factor arbeid een nieuwe invulling heeft gekregen. Voor de arbeidsintensieve industrie op mondiaal niveau heeft dit grote implicaties: we zien nu al dat een deel van de maakindustrie zich verplaatst van Vietnam en Bangladesh naar Portugal. Dat heeft te maken met arbeids- en milieuwetgeving en handhaving, maar ook met het feit dat dat er minder personeel nodig is. Loonkosten wegen minder, transportkosten meer. Het terughalen van deze productie, reshoring genaamd, biedt de westerse landen dus kansen. Bovendien heeft corona ons geleerd dat internationale logistieke ketens en de afhankelijkheid van andere landen ons kwetsbaar maken, zoals blijkt bij de medicijnproductie.

Voordelen van reshoring zijn een betere beheersing van de productieketens, snellere schakeling tussen (hoogwaardige) R&D en productie (zonder dat de buitenlandse concurrentie meekijkt), lagere transportkosten, een geringere CO2 -footprint en uiteindelijk kostenreductie. Ook steeds meer Nederlandse bedrijven halen daarom productie terug uit lagelonenlanden. Voor Nederland leidt deze ontwikkeling enerzijds tot een toenemende behoefte aan hoogwaardige kennis rond ICT en productietechnieken, anderzijds tot een groeiende behoefte aan service-georiënteerde diensten, variërend van schoonmaak en catering tot logistieke en hoogwaardige financiële dienstverlening.

De SER schreef recent een beleidsbrief over de betekenis van reshoring voor Nederland. Zij is daarover zeer sceptisch. Zij wil de leveringszekerheid van essentiële goederen zoveel mogelijk in EU-verband organiseren, vooral omdat het volgens de SER in Nederland ontbreekt aan de nodige schaalvoordelen en expertise. Zij concludeert ‘dat de keuze voor reshoring een keuze is die bedrijven en de markt moeten maken; de overheid kan dat keuzeproces moeilijk sturen en moet dat ook niet willen’. Hier haakte ik af. Moeten we weer terug naar het vrije-markt denken? Ik had gehoopt dat we deze denkwijze nu toch wel achter ons hadden gelaten. In mijn optiek is reshoring een uitgelezen kans die we moeten omarmen en die noodzakelijk is om de publieke belangen in essentiële ketens te borgen. Een zelfbewuste overheid zou reshoring juist moeten stimuleren, want Nederland voldoet aan alle voorwaarden om hierin succesvol te zijn. Neem onze zeehavens. Zij staan voor de moeilijke uitdaging om de energietransitie door te voeren. De havens hebben een uitstekende energie- en kennisinfrastructuur, optimale faciliteiten voor alle logistieke ketens en goede achterlandverbindingen.

Bovendien zal de oude petrochemie op termijn krimpen, waardoor ruimte vrijkomt. Schone industrie biedt daarbij kansen. Neem Rotterdam-Zuid, een wijk die grenst aan de verlaten haventerreinen en die een dermate grote opeenstapeling van problemen kent, zoals werkloosheid en criminaliteit, dat het onderdeel is van een Nationaal Programma om de wijk weer perspectief te bieden. Hoe goed zou een vestiging van een fabriek voor medische apparatuur niet zijn voor de haven, de stad en deze wijk? Nu al wordt aan alle voorwaarden voldaan om maximaal te kunnen profiteren van reshoring. Daar past geen SER-advies bij dat is gebaseerd op achterhaalde denkbeelden. Kijk verder!