Die vereiste transporttemperatuur is net iets minder guur dan wat in de natuur is gemeten. Op de Zuidpool kon de plaatselijke Peter Timofeeff ooit melding maken van min 89,2 graden. En onder topatleten en andere beroemdheden schijnt ‘cryotherapie’ een trend te zijn: waaghalzen begeven zich in hun ondergoed drie minuten lang in een ‘ijssauna’ van min 110 graden en bazuinen daarna rond dat hun acné als sneeuw voor de zon is verdwenen en ze een immuunsysteem à la De Hulk rijker zijn. Maar een minuutje langer in zo’n bibbersauna en je bent dood. Niet voor niets draagt de rolprent ‘100 Degrees below zero’ (2013, ondertitel: ‘Cold as hell’) het predicaat ‘rampenfilm’.

De transportwereld schrikt op zichzelf niet van een korreltje droogijs: het spul wordt bijvoorbeeld ook gebruikt om bloedmonsters naar laboratoria te brengen. Maar om grote hoeveelheden vaccins continue op zo’n koude temperatuur te houden zal héél veel droogijs nodig zijn. Een kolossale logistieke operatie gaat het worden, verzekeren de deskundigen. En al kan CO2 dankzij de anti-corona-operatie zijn bezoedelde imago eens wat opvijzelen, je moet omwille van de veiligheid ook weer niet teveel samengeperste koolstofdioxide in een vliegtuig samenballen. Om iedere wereldburger de (dubbele) Pfizer-prik te kunnen geven, zouden daarom zestienduizend Boeings nodig zijn.

Zover zal het niet komen, al is het alleen maar omdat er ook vaccins van andere producenten beschikbaar komen. Het ‘Oxfordvaccin’ van farmaceut AstraZeneca, waarvan Nederland er miljoenen bestelde, is iets later gepresenteerd, maar zou weleens sneller gedistribueerd kunnen worden, omdat dat vaccin gedijt bij een doorsnee koelkastklimaat. In elk geval moet Nederland niet de moeilijkst bereikbare bestemming zijn voor de vaccinbezorgers. Pfizer produceert in het Belgische Puurs, het Oxfordvaccin komt – obviously – uit England.