Volgens Krijn Dijkema, arbeidsinspecteur van het Team Arbeidsdiscriminatie bij Inspectie SZW, speelt het probleem van ongewenst gedrag op de werkvloer in meerdere sectoren: ‘Sinds een jaar of vijf zijn we vanuit SZW sowieso wat steviger gaan inzetten op dit onderwerp.’ Aanleiding voor de extra aandacht rondom het onderwerp waren de uitkomsten van een enquête uit 2015 waaruit bleek dat steeds meer werknemers last hebben van pesten, intimidatie en discriminatie.

Dijkema: ‘Vanuit SZW zijn we toen extra gaan controleren. Daarnaast werd het voor werkgevers verplicht om echt beleid te ontwikkelen rondom ongewenst gedrag op de werkvloer. Er kwamen verschillende sectoren naar boven die bovengemiddeld veel last hadden van ongewenst gedrag, en ook de transportsector sprong eruit.’

Jose van Lieshout, die als arbeids- en ­organisatiedeskundige is verbonden aan het Sectorinstituut Transport en Logistiek (STL) en bedrijven helpt om ongewenst gedrag op de werkvloer te voorkomen, herkent het beeld: ‘Ongewenst gedrag komt in de sector transport en ­logistiek volop voor, want de cijfers uit ons laatste onderzoek liegen er niet om: 6% van de werknemers wordt gepest, 1% heeft last van seksuele intimidatie, 8% heeft te maken met bedreiging of geweld en 4% met discriminatie.’

Van Lieshout vervolgt: ‘Bij het gecondi­tioneerd vervoer, in kiepautobedrijven en onder kraanmachinisten, logistiek medewerkers en chauffeurs zien we relatief veel meldingen. Bij het sierteelt­vervoer, de rijdende melkontvangst en het verhuisvervoer juist relatief weinig, net als bij het technisch personeel, leidinggevenden en kantoorpersoneel.’

Terugkaatsdynamiek

Uit het onderzoek van het STL blijkt dat ongewenst en sociaal onveilig gedrag niet alleen wordt veroorzaakt door collega’s, maar ook door leidinggevenden. En in het geval van bedreiging vaak ook door medeweggebruikers. De cijfers waarmee STL werkt, zijn afkomstig uit een ‘inzetbaarheidscheck’ die het instituut aanbiedt. Werknemers kunnen hierbij via een vragenlijst inzicht krijgen in hun gezondheid en welzijn. Wanneer de uitkomst is dat werknemers risico lopen, krijgen ze hulp aangeboden van STL om hun inzetbaarheid te helpen verbeteren.

Het onderzoek van STL beslaat de hele sector. Chauffeurs, maar ook mensen die werkzaam zijn in de warehouses en op de kantoren waar de administratie en het plannen wordt gedaan. Van Lieshout: ‘De inzetbaarheidscheck bestaat al zes jaar. Omdat het onderzoek representatief is, mogen we bij elkaar toch al snel ervan uitgaan dat jaarlijks 18.000 werknemers in de transportsector ervaren dat ze worden gepest, gediscrimineerd, geïntimideerd of bedreigd. En dat is gewoon te veel.’

Krijn Dijkema voert zelf regelmatig inspecties uit: ‘Wij spreken met groepen, directies, leidinggevenden, werknemers, maar ook met ondernemingsraden. Dan kom je schrijnende gevallen tegen. Grappen moeten kunnen, maar het moet wel echt leuk blijven. Wanneer je op een afdeling werkt waar de grappen altijd alleen maar over jou gaan en er geen eerlijke terugkaatsdynamiek is, dan wordt het pesten. Mensen die het overkomt, lachen vaak maar mee, maar van binnen huilen ze vaak. Het is belangrijk om dat op een professionele manier aan te pakken via een goed arbozorgbeleid, dat onder meer bestaat uit een ook op dit onderwerp gerichte Risico-inventarisatie en – evaluatie (RIE), alsmede uit gedragsregels, aanwezigheid van een vertrouwenspersoon, een klachtenregeling en goede voorlichting voor leidinggevenden en uitvoerende werknemers.’

Dijkema ziet soms dat werkgevers hun uitzendkrachten heel anders behandelen dan hun vaste krachten, bijvoorbeeld door hen geen beschermende kleding te geven en geen ergonomische bedrijfsmiddelen: ‘Het komt zelfs voor dat uitzendkrachten geen gebruik mogen maken van de normale wc, maar alleen van een Dixi. Waar we ook veel klachten over krijgen is discriminatie, bijvoorbeeld als het gaat om werving. Henk mag langskomen, maar Achmed niet. Zoiets kan niet, maar het gebeurt toch.’

Ze ziet wel dat de sector goede stappen zet om het probleem op te lossen: ‘We zijn nog niet klaar – er moet nog een aantal herinspecties plaatsvinden van bedrijven waar we anderhalf jaar geleden zijn langs geweest – maar we hebben met SZW wel al een aantal fijne resultaten bereikt. Niet in de laatste plaats dankzij de STL, die echt in beweging is gekomen en de lijnen kort houdt met regionale contactpersonen.’

Familiebedrijven

Volgens Dijkema is een sociaal veilige werkomgeving iets waar soms te gemakkelijk over wordt gedacht door werkgevers: ‘Je moet energie steken in het veilig houden van de werkvloer. Dat zit niet altijd in het DNA van de sector. Veel transportbedrijven zijn van oudsher familiebedrijven. Dat betekent niet te veel papierwerk en regels, en niet lullen maar poetsen. Terwijl het voorlichten en regelmatig bevragen van werknemers over gewenste gedragslijnen een beproefde manier is om te monitoren of werkverhoudingen nog wel prettig zijn.’

Het is volgens de inspecteur een gegeven dat werknemers die last hebben van ongewenst gedrag op de werkvloer, sneller uitvallen. En Van Lieshout kan dat namens het STL met cijfers onderbouwen. ‘Uit ons onderzoek blijkt dat mensen die op de werkvloer ongewenst gedrag hebben meegemaakt, meer en vaker uitvallen dan werknemers die er geen last van hebben. Het is een verschil van 12%, waarbij de verschillen groter worden als je inzoomt op lang en middellang verzuim. En iedere werkgever weet dat dit soort kosten snel in de papieren ­lopen.’

Zelfinspectie-tool

Werkgevers kunnen zelf al veel doen om de problematiek aan te pakken. Op de website van de Inspectie SZW staat een speciale online zelfinspectie-tool waarmee bedrijven een quickscan kunnen uitvoeren die handig is bij het maken van een Risico Inventarisatie & Evaluatie. Die houdt rekening met de risico’s op pesten, arbeidsdiscriminatie en seksuele intimidatie.

Het opstellen van een RI&E is wettelijk verplicht – voor alle bedrijven – maar Dijkema ziet wel dat werkgevers het fijn vinden om samen te werken met het STL. ‘Bedrijven schrikken vaak als het probleem zichtbaar wordt, zeker wanneer leidinggevenden meedoen met het ongewenste gedrag. Daarom is het ook zo belangrijk om het probleem bespreekbaar te maken. Het helpt daarbij als mensen het gevoel krijgen dat ze het wiel niet helemaal zelf hoeven uit te vinden. En als je energie steekt in een sociaal veilige werkomgeving, dan betaalt zich dat echt uit.’

STL heeft een branche-specifieke RI&E waarvan bedrijven kosteloos gebruik kunnen maken (als ze SOOB afdragen). Hiermee kan in kaart worden gebracht hoe het staat met de psychosociale arbeidsbelasting (PSA) waar de ongewenste omgangsvormen onder vallen.

Ongewenst gedrag op de werkvloer. In elke bedrijfstak is het een serieus probleem, maar de transportsector sprong er enkele jaren geleden zo zeer uit dat het Ministerie van SZW de inspectie intensiveerde. Wat is er aan de hand? En wat kunnen we er aan doen?