Koolmees komt daarmee met zijn langverwachte reactie op de adviezen van de commissie-Borstlap en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Beide adviseerden in januari al om de regels rond werk op de schop te nemen om het verschil tussen mensen in dienstverband en flexwerkers flink te verkleinen.

Problemen

Koolmees wilde in het najaar eigenlijk al om tafel met werkgevers en vakbonden om te kijken naar oplossingen voor de problemen op de arbeidsmarkt. Maar zowel de sociale partners als het ministerie zijn te druk geweest met de steunpakketten die wegens de coronacrisis in het leven zijn geroepen. Daarom moet een volgend kabinet aan de slag met de ‘verschillende mogelijkheden’ die Koolmees en zijn staatssecretaris laten uitwerken.

Daarin staat de aanpak van ‘schijnconstructies’, waarbij een bedrijf werk dat eigenlijk door een werknemer gedaan zou moeten worden door een zzp’er laat uitvoeren. Overigens worstelde ook het vorige kabinet al met dit soort constructies en andere problemen die de flexibilisering van de arbeidsmarkt met zich meebrengt. Voor platforms geldt dat ook zij als opdrachtgever fungeren, terwijl ze – veelal jonge – zzp’ers vaak risicovol werk laten doen, terwijl ze niet dezelfde verantwoordelijkheden dragen als een werkgever.

Het kabinet heeft ook al een aantal maatregelen genomen om de kloof op de arbeidsmarkt te verkleinen, stelt Koolmees. Hij wijst op de Wet arbeidsmarkt in balans, die flexwerkers meer zekerheid geeft en het voor werkgevers aantrekkelijker maakt een vast contract aan te bieden. Ook wordt er al gewerkt aan een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen.

Een groot probleem voor een volgend kabinet is alvast de grote werkdruk bij uitvoeringsorganisaties als het UWV en de Belastingdienst. Die kampten al tijden met grote problemen en voeren nu ook nog de corona-steunpakketten van het kabinet uit.