Mogelijk ziet de Raad die gebreken door de vingers. Maar er ligt ook een heel principiële vraag op tafel bij de Raad. Die gaat over de reikwijdte van stikstofemissies bij natuurgebieden door vrachtverkeer van en naar LPM.

Gebruikt model

Het huidige veel door overheden en de provincie Noord-Brabant gebruikte model gaat uit van een reikwijdte van 5 kilometer rond de wegen waar dit vrachtverkeer rijdt. Daarbuiten zou vervuiling niet meer kunnen worden toegerekend aan dat vrachtverkeer. En dat heeft de provincie dus ook niet gedaan. Maar daar lijkt de Raad van State niet meer genoegen mee te willen nemen.

‘Die grens van 5 kilometer staat in een uitspraak van de Raad van State over luchtkwaliteit’, meldde een van de rechters van de Raad. ‘Maar die gaat toch niet over stikstof. Waarom zou je moeten ophouden met meten bij 5 kilometer, terwijl je weet dat een groot deel van stikstof juist daarbuiten terechtkomt?’

Provincie-advocaat Hans Besselink stelde dat het enige model voor verspreiding van luchtvervuiling is gebruikt. En dat model stopt bij de grens van 5 kilometer, omdat daarbuiten allerlei bronnen van vervuiling ook een rol kunnen spelen. Die vervuiling kan dan niet meer alleen worden toegerekend aan het vrachtverkeer van en naar LPM, aldus Besselink. ‘Dan is er geen causaal verband meer vast te stellen.’

Beslist de Raad van State dat die 5 kilometergrens niet meer voldoet, dan is daarmee een nieuwe stikstofbom een feit. Welke reikwijdte voor stikstofvervuiling moet er dan gelden. De stikstofproductie van vrachtverkeer moet dan veel strenger worden beoordeeld met alle mogelijke beperkingen voor het vrachtverkeer als gevolg.

Aankoop stikstofruimte

Feitelijk heeft de Raad de stikstofgrens al verruimd bij de scheepvaart. Daarvan is bekend dat schepen nog tot op een afstand van 100 kilometer stikstofemissies veroorzaken. Ook al zijn die volgens advocaat Hans Besselink heel klein. Vanwege de aanvoer van scheepsgoederen voor LPM via de haven van Moerdijk, heeft de provincie de vervuiling door de scheepvaart ook meeberekend. Dat zorgde ervoor dat de provincie als compensatie stikstofruimte moest opkopen van veehouderijen in onder meer Noord-Holland en Drenthe.

Maar de provincie hanteert dus een veel beperktere reikwijdte als het gaat om vrachtverkeer. Toch was het ook nodig om de vervuiling door vrachtverkeer te compenseren met de aankoop van stikstofruimte en de eis dat de bedrijven op LPM gasloos worden verwarmd.

Volgens de advocaat van de Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk is die aankoop van stikstofruimte bij veehouderijen gebeurd in strijd met rijksbeleid. Provincie-advocaat Besselink moest dat erkennen. Maar hij meldde dat dit inmiddels wel weer mag.

Door de vingers

Waarschijnlijk ziet de Raad dit gebrek door de vingers. Besselink meldde ook dat de eis van gasloos verwarmen op LPM kan worden aangepast. Dat gasloos verwarmen is hard nodig om de stikstofproductie op het bedrijventerrein sterk terug te dringen. De advocaat van de stichting wil een hardere eis. De verwarming van de bedrijven moet emissieloos zijn, stelde hij.

Andere verwarmingsmethoden dan gas zijn in theorie ook mogelijk en dan kunnen die alsnog stikstof produceren. Dat kan bijvoorbeeld met houtstook. Besselink laat het aan de Raad over hoe de nieuwe eis moet worden geformuleerd.

De Raad doet over zes weken uitspraak.