Elk jaar worden zo’n 4,5 miljoen containers gelost in een Nederlandse haven. De meeste daarvan komen met zeeschepen binnen in de havens van Rotterdam en Amsterdam, om daarna met binnenvaartschepen, treinen en vrachtwagens verder het achterland in te gaan.Tot nu toe ontbreekt een volledig overzicht van dit containervervoer. Om die lacune in te vullen, gaf Rijkswaterstaat opdracht tot een pilot om aanvullende data te verzamelen.

Volledig beeld

Rijkswaterstaat adviseert het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat over onderhoud en gebruik van wegen en water. Een volledig beeld van de goederenvervoersketen zou Rijkswaterstaat daarbij erg helpen, zegt Willem Otto Hazelhorst, senior adviseur verkeer en transport van Rijkswaterstaat. ‘De roep om meer asfalt is groot, maar soms kan beter benutten van bestaande infrastructuur net zoveel opleveren en goedkoper zijn. Wij maken prognoses van vervoersbewegingen. Daarvoor hebben we gedetailleerde informatie nodig over het gebruik van de infrastructuur, alsook voorspellingen over nationale en internationale economische ontwikkelingen.’

Rijkswaterstaat vaart daarbij op de verkeer- en vervoersdata van het CBS en economische prognoses van het Centraal Planbureau. Hazelhorst: ‘Voor nauwkeurige voorspellingen is het van belang om te weten hoeveel en welke goederen, op welke manier en waar vandaan naar Nederland komen en waar ze ons land binnenkomen. In combinatie met de economische prognoses kunnen we dan inschatten hoe deze import zich ontwikkelt en wat dat voor onze infrastructuur betekent.’

Het CBS brengt zowel goederen- als vervoersstromen door Nederland in kaart. De goederenvervoer-statistieken zijn ingedeeld naar vervoermiddel: zeevaart, binnenvaart, spoor en over de weg. Voor sommige soorten goederen, zoals bulk – onder andere kolen en ijzererts – geeft dat een redelijk passend beeld. Bulk wordt voornamelijk met maar een enkel vervoermiddel verplaatst.

Aannames

Voor containers is deze verdeling echter minder passend. De statistieken die het CBS verzamelt over het containervervoer zijn veelal gebaseerd op steekproeven en aannames. De rapportages van het statistiekbureau geven daardoor een aardig beeld van de containerstromen in ons land, maar ze zijn niet geschikt om echt mee te sturen.

‘Het gaat om de details’, zegt Herman Wagter, programmamanager Topsector Logistiek. ‘Welke route leggen containers af en hoe lopen retourstromen? Welk deel is geconditioneerd en welk deel niet? En hoe zit het met containers die deels over de weg en deels via het water worden vervoerd?’ In de cijfers van het CBS worden die containers dubbel meegeteld.’

De beschikbaarheid meer gedetailleerde data is niet zozeer het probleem, stelt Wagter. Alle containers hebben een uniek nummer. Die nummers zijn overal in de vervoersketen te traceren. Ook de douane registreert ze, met daarbij land van herkomst, volume, gewicht en de soort goederen. ‘Het zijn gegevens waar overheden wel en bedrijven geen toegang toe mogen hebben. Ze zijn wel beschikbaar voor de wettelijke taak van Douane, het CBS en Rijkswaterstaat. Een belangrijk doel van de pilot is om gegevens op containerniveau te koppelen, te anonimiseren en te aggregeren tot bruikbare datasets.’

Versnelde modal shift

Wagter wijst op het groot onderhoud, dat de komende jaren wordt gepleegd aan de A15. Daar rijden vrachtwagens met containers uit de Rotterdamse haven. Een deel van die containers zou ook met binnenvaartschepen vervoerd kunnen worden. Op één binnenvaartschip passen al gauw veertig tot meer dan honderd containers. ‘Op het ministerie wordt op dit moment nagedacht over de vraag of een versnelde ‘modal shift’ van weg naar water gerealiseerd kan worden, bijvoorbeeld door binnenvaartlijndiensten voor containervervoer in te stellen, die specifiek gericht zijn op het aantrekken van lading die nu over de weg gaat.’

‘Om te weten hoe je aantrekkelijke binnenvaartproposities maakt die nieuwe lading aantrekt moet je goed zicht hebben op de details van het logistieke systeem’, zegt Wagter. ‘Daarvoor zijn data nodig die voorbij gemiddelden gaan, die heel specifiek zijn. Dit pilotproject sluit daar dus naadloos bij aan.’

Mocht de overheid besluiten om niet in te zetten op een versnelde modal shift, dan zijn er volgens Wagter mogelijkheden genoeg om de resultaten van de pilot – zij het met een iets verminderd ambitieniveau – te benutten binnen lopende programma’s.

Kennis

Bedrijven zien ook de voordelen van meer kennis over het logistieke systeem, meldt het CBS. Alle bedrijven die het statistiekbureau heeft benaderd om deel te nemen aan de pilot hebben toegezegd. Het gaat om tien grote bedrijven. Vervoerders en terminals in het goederenvervoer over water, spoor en weg. Deze partijen hebben volgens het CBS cruciale data aangeleverd.

De proef van CBS en RIjkswaterstaat liep tot 1 september. De rapportage volgt in het najaar, maar volgens Wagter is er nu al voldoende reden tot optimisme ‘Het lijkt erop dat de beschikbaarheid en de kwaliteit van de data op orde zijn en dat de verschillende databases goed te koppelen zijn. Wat dat betreft is de weg vrij om te kijken welke inzichten we daaruit kunnen opdoen.’