De opleidingen zeggen bij het begin van het schooljaar ook te hopen dat het bedrijfsleven en de overheid in deze moeilijke periode voldoende oog blijven houden voor mbo-studenten.

Ervaring met ‘coronaproof’ onderwijs hebben de opleidingen in het vorige seizoen natuurlijk al uitgebreid opgedaan. ‘Echt van het ene op het andere moment mochten onze studenten niet meer naar school komen,’ zo brengt Jan van Breda, teamleider Motorvoertuigentechniek en Logistiek van het Zeeuwse opleidingsinstituut Scalda, het begin van de Nederlandse coronamaatregelen in herinnering.

Lange afstandsonderwijs

‘Dat vergde voor ons allemaal flinke aanpassingen. Lange afstandsonderwijs, daar waren wij nog niet zo bekend mee. Maar we hebben ons snel aangepast, hadden de zaak in een week of twee al aardig op orde. We hebben de rest van het seizoen zeker niet voor 100 procent hetzelfde lesprogramma kunnen volgen als normaal, want je kunt moeilijk iedereen van maandag tot vrijdag complete dagen achter de computer zetten. Maar aan gemiddeld vijftien uur les per week zijn we wel gekomen.’

Het STC paste zich eveneens snel aan, zegt Renee Boelaars, de directeur Innovatie & Onderwijsontwikkeling van dat Rotterdamse opleidingsinstituut. ‘Er is veel flexibiliteit getoond door docenten en studenten, en ook door de medewerkers van bijvoorbeeld de ICT en de schoonmaak. Al werd de lockdown in sommige opzichten zeker wel als belemmerend ervaren. Met name het sociale karakter van het STC-onderwijs, het leren van en met elkaar, werd gemist.’

Moeilijk

Van Breda zag in Zeeland eveneens studenten die het moeilijk vonden om ineens geen werkelijk contact meer te hebben. ‘Maar er waren aan de andere kant studenten die juist opbloeiden. Een student vertelde me dat hij in de klas altijd zo werd afgeleid en zich thuis nu eindelijk goed op de lesstof kon concentreren. Het was best grappig om die diversiteit te zien.’

Wel ronduit vervelend en lastig was, dat noodgedwongen door sommige activiteiten een streep moest worden gezet. Boelaars: ‘Met name praktijklessen en enkele examens, zoals het chauffeursexamen, konden voor een periode geen doorgang vinden. Maar voor een groot deel van de studenten gingen de praktijkstages, in ons jargon beroepspraktijkvorming genoemd, gewoon door. Natuurlijk golden de maatregelen die voor andere werknemers van de bedrijven golden ook voor hen, zoals het thuiswerken.’

‘Voor een student had dat natuurlijk best veel impact. Maar aan de andere kant konden de studenten zo wel meemaken wat er in een werksituatie kan gebeuren. Vervelender was de situatie voor studenten van wie de beroepspraktijkvorming echt werd onderbroken, maar zij mochten veelal later weer terugkomen om hun stage af te ronden. Verder waren er nog enkele varende studenten die door de coronamaatregelen langer aan boord moesten blijven. En bij een kleine minderheid van de studenten werd de stage definitief afgebroken: voor hen zijn alternatieve oplossingen bedacht.’

Stage

Bij Scalda gold hetzelfde. ‘Driekwart van de studenten kon gewoon stage lopen, voor diegenen die dat niet konden, is per individueel geval naar de beste oplossing gekeken. Sommigen hadden al zo’n goede stageperiode achter de rug dat we hebben gezegd: het is okay zo. Anderen konden extra lessen volgen of halen hun stage op een later moment in. Al met al was het voor studenten die net in hun stagetijd zaten wel echt jammer. Je stage is een belangrijk deel van je opleiding. Een student zat net twee weken op Curaçao om daar een stage van drie à vier maanden te volgen, toen daar vanwege corona de noodtoestand werd uitgeroepen. Hij kon nog net met het laatste toestel terug naar Nederland vliegen.’

Extra aandacht ging in het door de pandemie op zijn kop gezette schooljaar naar de examenkandidaten. Van Breda: ‘Het had prioriteit dat zij niet de dupe van de situatie zouden worden. En het is gelukt: iedere student heeft de finish gehaald. Iets om trots op te zijn.’ Trots: Boelaars gebruikt hetzelfde woord. ‘We hebben een ongekende periode achter de rug waarin we onze scholen moesten sluiten terwijl het onderwijs moest doorgaan. Dat is ons best goed gelukt, ook met positieve reacties van studenten en ouders. We hebben het gebruikelijke aantal studenten kunnen diplomeren, op een gedenkwaardige manier.’ De geslaagde STC-studenten kregen hun diploma tijdens drive-in-uitreikingen.

Blended learning

Bij Scalda werden de diploma’s ook coronaproof overhandigd, al vond daar de meest bijzondere uitreiking plaats bij een verzorgingsopleiding. Een student maakte van de feestelijke gelegenheid gebruik om voor de laptop door de knieën te gaan en online zijn geliefde ten huwelijk te vragen. Met de ervaringen van vorig seizoen op zak en de voorbereidingen die ze in de zomerpauze hebben kunnen doen, denken de logistieke opleidingen in het nieuwe schooljaar nog beter met de situatie om te kunnen gaan.

Boelaars: ‘We zien nog wel wat ruimte om het afstandsleren nog beter te maken en de voordelen ervan te gebruiken om een goeie mix praktijkleren met online onderwijs aan te bieden: blended learning. We investeren in online onderwijs en zijn onze content aan het digitaliseren om het praktijkonderwijs van STC te verrijken met mogelijkheden voor de student om lesstof waar en wanneer dan ook tot zich te nemen. Dat wordt ons nieuwe normaal.’

Van Breda zegt blij te zijn dat het onderwijs op school weer deels kan worden hervat. ‘Het wordt een mix van online onderwijs, zelfstudie en voor maar een derde van de tijd les in het lokaal, maar dat de studenten überhaupt weer naar school kunnen komen, is al een groot pluspunt. En omdat we nu de tijd hebben gehad om alles goed voor te bereiden, ziet het er naar uit dat studenten nu voor 100 procent gewoon stage kunnen volgen.’

Fysieke bijeenkomsten

Al zullen er nog steeds dingen zijn die voorlopig niet kunnen. Boelaars: ‘Een introductieweek mét kamp en grote fysieke bijeenkomsten, zoals studiedagen, conferenties en banenmarkten, die kunnen niet meer zoals we gewend waren. We lossen dat op met kleinere groepen en gebruikmaking van digitale middelen.’

Van Breda noemt het wel ‘verwarrend’ dat mbo-opleidingen rekening moeten houden met allerlei beperkingen, terwijl leerlingen in het voortgezet onderwijs weer gewoon volle weken in schoollokalen mogen doorbrengen. ‘Terwijl we deels jongens en meiden van dezelfde leeftijd – 16, 17 jaar – hebben. Ik heb het gevoel dat de overheid tot nu toe wel heel erg gericht is geweest op het voortgezet onderwijs: dat daar de eindexamens goed werden afgerond. De mbo-scholen lieten ze maar een beetje doorhobbelen. Ik zou er toch voor willen pleiten om ook de belangen van het mbo goed in de gaten blijven te houden. Het mbo is een belangrijke pijler van de economie, van de maatschappij.’

Ventilatie

Als het om coronamaatregelen gaat, denken de opleidingen hoe dan ook goed beslagen ten ijs te komen. Lessen in kleinere groepen van zo’n twaalf leerlingen. Lokalen waarin alle meubilair anderhalve meter uit elkaar staat. Ontsmettingsmiddelen bij de entrees. Eenrichtingsverkeer in de gangen. Als RIVM’s Jaap van Dissel een verrassingsbezoekje zou brengen aan een van de Scalda- of STC-panden, dan zou hij als het goed is alleen maar goedkeurend kunnen knikken. Van Breda: ‘We hebben zelfs de kantine opgeofferd om de ruimte om te turnen in een extra klaslokaal.’

Uit een enquête van Een Vandaag bleek afgelopen week dat veel schoolmedewerkers in Nederland zich zorgen maken over de ventilatie in hun schoolgebouwen, want zijn de systemen wel coronaproof? ‘Ventilatie is bij STC geen issue’, stelt Boelaars. ‘Er is voldoende ventilatie in de gebouwen voor veilig onderwijs.’

Onzekerheid

Van Breda vindt dat deskundigen veel onzekerheid scheppen over ventilatie. ‘De ene deskundige zegt: je moet A doen, waarna de volgende zegt dat het maar beter B kan zijn. Onze organisatie heeft in totaal acht gebouwen, panden die door onze Arbo-afdeling allemaal worden nagekeken: een hele puzzel. Onze logistieke opleidingen zitten in een vrij nieuw gebouw, dat ziet er gelukkig goed uit.’

Boelaars sluit af met een oproep aan het bedrijfsleven: ‘Hoe moeilijk het soms ook is, we vragen om onze studenten toch echt kansen te blijven geven in deze onwerkelijke tijd. Of het nu om stages gaat of om een startersbaan: blijf alsjeblieft investeren in een nieuwe generatie medewerkers in de haven- en transportsector.’