Er werd destijds met een aantal experts een ‘plan B’ ontwikkeld met als cruciale onderdelen: meer samenwerken (tijdens een crisis maak je nieuwe vrienden), digitale platformen (waarbij neutraliteit en veiligheid voorop stonden) en nieuwe flexibele marktconcepten. Aangezien wij momenteel in een majeure crisis zitten, is het interessant deze drie elementen nader te bekijken met de ‘last mile’-distributie van levensmiddelen als centraal punt.

Een voorbeeld. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) geeft momenteel voor samenwerking meer speelruimte, hoewel prijsafspraken nog steeds uit den boze zijn. Uiteraard zijn er ook initiatieven die verticaal in de keten worden opgezet (denk aan een vervoerder samen met een verlader of retailer), maar een vergaande coöperatie tussen bijvoorbeeld de grote retailers en online aanbieders ontbreekt nog.

Via het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel, de branchevereniging van supermarkten, wordt de overheid verder namens de grote spelers gevraagd om flexibel om te gaan met wet- en regelgeving, maar een gezamenlijk logistiek samenwerkingsconcept ontbreekt nog. Het initiatief ‘Last Mile Fresh’ doet hiertoe een poging door een coöperatie van deelnemende partijen uit de regio Noord Holland op te richten. Interessant project.

Het aanbieden van IT-platforms waar vraag en aanbod bij elkaar worden gebracht, neemt nu ook een vlucht. Het bedrijf Simacan biedt bijvoorbeeld haar ‘control tower’ aan als platform voor de levering van levensmiddelen en ziet dat transporteurs als Cornelissen Transport zich nu aanmelden. Ook het platform van Easydish trekt de eerste klanten voor het beleveren van levensmiddelen in Amsterdam. Picnic heeft intussen een algoritme ontwikkeld om de bestellingen beter af te kunnen zetten tegen historische data en omgevingsfactoren. Zo zegt de directe omgeving van het afleverpunt veel over de verwachte doorlooptijd van de laatste meters.

Nieuwe marktconcepten worden ook in een rap tempo ontwikkeld. Een aantal supermarkten heeft een online productaanbod en sommige initiatieven richten zich volledig op de online markt, zoals Thuisbezorgd, Takeaway en de Emily Company. Er wordt geëxperimenteerd met homeshopcenters (AH), nieuwe producten (de ‘kwartkrat’ van Heineken) en andere vervoerstechnieken.

Wat hier nog onvoldoende wordt beseft, is dat deze nieuwe concepten ook vragen om fysieke ruimte. In Amsterdam maar ook in andere steden met hoge ambities als het gaat om het bereiken van een zero-emissie is het lastig zoeken naar geschikte locaties voor het bundelen van goederen bestemd voor de ‘last mile’.

Een initiatief van Randstad Uitzendbureau, dat op haar parkeerplaats in Amsterdam ruimte aanbiedt voor Thuisbezorgd om fietsen te stallen, is aardig maar volstrekt onvoldoende. Steden moeten snel een hubstrategie en een ruimtelijke planning ontwikkelen voor het faciliteren van deze nieuwe ketens, waar de producten van meerdere leveranciers fysiek klantklaar gecombineerd kunnen worden voor de eindaflevering.

De overheden dienen hier de regie te nemen als het gaat om het aanbieden van geschikte locaties voor deze distributiecentra. Volgens de Universiteit van Amsterdam bestaat nu al 35% van alle transportstromen in de stad uit food- en foodservice producten. De markt wil en zal zeker investeren in deze dc’s aan de rand van de stad. Eigen onderzoek laat zien dat deze initiatieven niet worden gehinderd door het coronavirus, integendeel.

Marcel Michon, consultant