De belangrijkste verplichting die elke Incoterms-regel met zich meebrengt, is het sluiten van een vrachtcontract. Het eerste probleem dient zich daarbij al aan. Er zijn 11 Incoterms regels die allemaal hun eigen eisen stellen. Een sprekend voorbeeld daarvan is de transportmodaliteit Multimodaal Transport. De vervoersovereenkomst is een Multimodaal connossement en daarvan zeggen de Rotterdam Rules het volgende, en ik citeer:

‘Onder vervoersovereenkomst (het connossement dus) wordt in dit verdrag verstaan een overeenkomst waarbij een vervoerder zich, tegen betaling van vracht, verplicht goederen van de ene plaats naar een andere te vervoeren. De overeenkomst voorziet in vervoer over zee en kan voorzien in vervoer op andere wijze dat in aanvulling op het zeevervoer plaatsvindt.’

Doorvoer

De bovengenoemde aanvulling betreft het voorvervoer van – bijvoorbeeld – het deeltraject vanaf het terrein van de verkoper naar de uitgaande containerterminal en het eventuele doorvervoer van de inkomende containerterminal naar de (in het binnenland gelegen) plaats van bestemming. Een connossement voorziet daar ook in, zij het dat de modaliteit dan geen Multimodal maar Combined transport wordt genoemd. Deze transportvorm eist een Incoterms-regel die het hele traject dekt en niet alleen het zeetraject, al is dat, toegegeven, wel het belangrijkste deel.

De internationale handel schijnt moeilijk te kunnen wennen aan dit nu eenmaal vaststaande feit. Ik moet helaas constateren dat dienstverleners zich weinig aantrekken van deze eis, een aantal vooral grote uitgezonderd. Men maakt rustig gebruik van condities zoals FOB, CFR en CIF terwijl daar geen voor- of doorvervoer aan vastzit. Het wordt tijd dat men FOB inruilt tegen FCA,  CFR tegen CPT en CIF tegen CIP. Volledigheidshalve: CFR en CIF gaan niet verder dan de haven van bestemming, terwijl hun tegenhangers CPT en CIP voor doorvervoer zorgen naar de plaats van bestemming.

Lopen banken achter de fouten aan? De Incoterms-regels versie 2020 zijn duidelijker verwoord dan de eerdere versies. Vooral het in de 2010 versie regelmatig verwijzen van het ene aspect naar het andere – van A4 naar B4 en van B4 terug naar A4 enzovoort – kon de goedkeuring van de gebruikers maar moeilijk wegdragen en werkte zelfs averechts. In exportverband is een LC-betaling een minimaal 90% betalingsgarantie en het spreekt dus vanzelf dat die betalingswijze zeer populair is en veel wordt gebruikt.

Zodra er sprake is van onder andere de eerder omschreven transportmodaliteit Multimodaal Vervoer, wordt uiteraard ook gebruik gemaakt van een Letter of Credit. Eén van de belangrijkste eisen die zo’n LC stelt is het overleggen van de hele set originele connossementen. Dat houdt in dat de verkoper, om in staat te zijn aan deze eis te voldoen, wel een Incoterms-regel overeen zal moeten komen waarbij hij het vrachtcontract ook sluit. Hij moet dus een keuze maken uit CPT, CIP, DAP, DPU of DDP. Bij FCA is het de koper die het vrachtcontract sluit.

In de praktijk

Het verleden heeft uitgewezen dat deze constructie in de praktijk nogal eens mis bleek te gaan. Er werd FCA afgesproken oftewel: de koper – als vrachtcontract sluitende partij – heeft het waardepapier het connossement al bij voorbaat in handen. Het is immers ZIJN contract.

De verkoper kon dan niet aan de LC-eis voldoen – originele connossementen overleggen – en dus ‘weg met die betalingszekerheid’. Afgezien daarvan zou er ook nog ON-BOARD op moeten staan en dat gaat ook al niet op. Als de goederen op het terrein van de verkoper de container ingaan, dan staat de ON-BOARD-eis gelijk al op losse schroeven. De goederen zijn nog niet ON-BOARD, ze zitten in een container en die moet nog naar het containerschip worden door vervoerd. En misschien gebeurt er wel wat onderweg en wie weet…

De 2020 versie biedt nu de optie dat de verkoper, ondanks FCA, toch, met medewerking van de koper, de beschikking krijgt over dat connossement.  De vraag is echter: waarom alleen met FCA?  Waarom ook niet met FOB? Ook met de andere condities – CPT, CIP, DAP, DPU, DDP – schort er wat aan, want ook dan kan er geen sprake zijn van ON-BOARD. Het ON-BOARD-principe is dus eigenlijk in strijd de transportmodaliteit.

Misschien dat het tijd wordt dat de banken zich gaan realiseren dat we het hebben over handel in goederen en niet in documenten. Enige toegestane flexibiliteit zou ze sieren. Overleg over het een en ander zou misschien veel vergemakkelijken voor de handel en voor de banken.

Piet Roos is lid van de ICC Nederland Incoterms2020 Werkgroep

Incoterms regels en dienstverleners

De dienstverleners zouden in staat moeten zijn om hun klanten te begeleiden bij de Incoterms-regel keuze. De exporteur die weinig kaas gegeten heeft van de Incoterms-regels en daarom de keuze maar liever overlaat aan zijn dienstverlener, zou wel eens met situaties geconfronteerd kunnen worden die kostbare gevolgen met zich meebrengen. Zo komt het voor dat – als de goederen al onderweg zijn – er plotseling een andere Incoterms-regel moet worden afgesproken.  Of het blijkt een Incoterm te zijn die al geruime tijd ‘met pensioen’ is, niet bestaat, of een eigen creatie of incompleet is. Veel animo om het een en ander recht te trekken is er dan niet, want ‘er heeft nog nooit iemand wat van gezegd’, ‘men heeft het altijd zo gedaan en er is nog nooit wat gebeurd’ of het is weliswaar een Incoterm, maar die werd in 1936 – als enige – uitgevonden en doet het nog steeds zoals het hoort.

Volg de digitale training Incoterms 2020 via Nieuwsblad Transport

Vanaf uw eigen werkplek, via ons online platform, leert u alles over de vernieuwde internationale leveringsvoorwaarden. Want internationaal zakendoen vraagt om duidelijke afspraken. Een nauwkeurige beschrijving van uw rechten en plichten is geen overbodige luxe. Ga goed voorbereid aan de slag en kom niet voor verrassingen te staan.

Na de training bent u op de hoogte van de Incoterms die gelden per 2020. U heeft scherp inzicht in de veranderingen ten opzichte van de huidige situatie en u heeft aan de hand van praktijkvoorbeelden handvatten voor uw dagelijks werk.

Datum: dinsdag 19 mei en donderdag 11 juni

Meer informatie via www.incoterminologie.nl