Goederenhubs Nederland is drie jaar geleden voortgekomen uit Binnenstadservice Nederland. Er waren daarom al de nodige hubs in het land, waardoor u kon beginnen met een landelijk dekkend netwerk. Een makkelijke start?

Dat zou ik niet durven zeggen in dit segment van de markt. Zo snel gaat dat niet. De groep is completer geworden, maar daarmee gaan we niet meteen vliegen. Dat zou ik heel graag willen en ik denk dat we dat hard nodig hebben voor de congestie in de steden en het klimaat. Maar uiteindelijk gaan die goederenhubs pas echt vliegen als meer partijen hun kleine leveringen zelf via de hub uitleveren. En zover zijn we echt nog niet.

U heeft er de afgelopen jaren behoorlijk aan moeten trekken om de logistieke stadshubs van de grond te krijgen. Hoe ging dat?

Met name in de Binnenstadservice-fase hebben we de economische crisis tegen gehad, waarin duurzaamheid weinig prioriteit had. Nu weten we dat het op heel veel goederenstromen echt kostenefficiënt is om te ontkoppelen aan de rand van de stad. We hebben zestien volwaardige goederenhubs, die soms ook meerdere steden doen. We kunnen in veertig steden gebundeld vervoer aanbieden omdat we soms met een lokale dienstverlener samenwerken die dat laatste stuk doet. Dat werkt ook, maar het is geen volwaardige hub zoals we die graag in de groep willen hebben. We zijn nog steeds heel hard bezig om nieuwe hubs toe te voegen.

Over wat voor goederenstromen hebben we het?

Dat kan van alles zijn, maar het is allemaal ambient en het zijn relatief kleine volumestromen. Het kunnen een paar pallets, rolcontainers of colli zijn; steekwagenniveau zeg maar. De inhoud kan van alles zijn: van boeken, fashion tot keukenapparatuur. Van oudsher zijn de hubs business-to-business, maar we doen nu ook een proef op Goeree Overflakkee in samenwerking met ViaTim pakketbezorging.

Heeft u al veel landelijke klanten, zoals Lekkerland, die op jullie website genoemd wordt?

Ik ben daar nog steeds niet heel enthousiast over. We kruipen langzaam vooruit. We hebben jarenlang met twee landelijke opdrachtgevers gewerkt, de rest moest uit het lokale komen. Dat hebben we overleefd. Dat is al bijzonder, want er zijn heel veel initiatieven in Europa opgekomen en weer verdwenen. Inmiddels zijn er wel landelijke opdrachtgevers bijgekomen, maar ik vind de impact nog steeds te klein. We hebben wel interessante leads en we worden nu ook gebeld. Vroeger moesten wij altijd bellen. Daar voelen we dus echt het verschil met vier of vijf jaar geleden.

Birgit Hendriks

Birgit Hendriks is een van de oprichters van Goederenhubs Nederland. Foto: Floris de Bijl

Er is dus een kentering gaande. Hoe komt dat?

We zijn heel blij – en de hubs die met ons werken ook – dat er nu echt daadkracht gezet wordt achter die zero emissie logistiek in 2025. We hebben een fantastisch Klimaatakkoord waarin we hebben afgesproken dat we vanaf 1 januari 2025 nul emissie hebben in de binnensteden. Dat akkoord heeft niet meer de losse verhouding van een Green Deal. Het Klimaatakkoord geeft toch een veel serieuzer, degelijker kader. Het verblijvende is er vanaf, in ieder geval per 1 januari 2025. Door dat akkoord gaan veel partijen zich realiseren dat dit al heel snel is. Het mooie is dat de hubs een open karakter hebben: elke vervoerder en elke verlader kan er gebruik van maken, zijn volume er neerzetten en van daaruit elektrisch de stad in. Wij rijden zulke korte afstanden dat actieradius en – zelfs omvang van het voertuig – geen probleem is.

Wat zijn de voornaamste knelpunten die een verdere uitbreiding in de weg staan?

Dat zit in het logistieke gedrag van de marktpartijen. Een verlader doet bij wijze van spreken al veertig jaar zaken met dezelfde vervoerder. Waarom zou die opeens veranderen? Het is eigenlijk gedragsverandering en dat vindt niemand fijn. Zo’n nul-emmissiezone is echt een trigger. Het is nu al 2020, dan voelt 2025 heel dichtbij. Dat is het ook, zeker als je rekening houdt met afschrijvingstermijnen van voertuigen. Dan moet je iets anders verzinnen en die alternatieven zijn er.

Wat zijn uw ambities voor de komende jaren?

In onze strategie zorgen we dat we klaar zijn voor die veertig steden die in 2025 een nul-emissiezone hebben. We hebben overal een adres, maar we zoeken nog een volwaardige hubpartner in al die steden. Eind 2022 willen we klaarstaan, zodat alle marktpartijen genoeg tijd hebben om te testen en om daadwerkelijk mee te doen.

Hoe realistisch is dat?

Dat is goed haalbaar. We krijgen veel vragen vanuit gemeenten die met duurzaamheid bezig zijn. Op het moment dat gemeenten strakker gaan worden in de toelating tot de binnenstad, is het ook handig dat er een alternatief is voor de partijen die er niet in kunnen. Andersom is het fijn voor de hub als een gemeente streng is. Het beleid van de gemeente en de realisatie van die hub, dat gaat eigenlijk hand in hand.