Het gaat over de classificatie van tonijnfilet, waarbij de importeur beargumenteerde dat het tonijnvlees was om zo in een lager douanetarief te vallen. Om te beginnen met het einde, het is tonijnfilet en het blijft tonijnfilet. De importeur vangt dus bot.

Wat is tonijnfilet? Hoewel het douanerecht zijn eigen regels kent over de classificatie van goederen, doe ik altijd eerst een beroep op mijn boerenverstand. Tonijnfilet is voor mij tonijn zonder graat. Het woordenboek bevestigt mijn gedachtegang: filet is een stuk vis of vlees zonder graat of been.

Nu worden bij grotere vissen, zoals tonijn, de verkregen helften ook weer gehalveerd of verder versneden. In deze zaak gaat het om het verder versnijden van het vlees van de vis. In de aanvullende aantekeningen op de zogeheten Gecombineerde Nomenclatuur (GN) is bepaald dat de indeling van vis als filet niet wijzigt als de filets verder in stukken worden gesneden. Voorwaarde is wel dat kan worden vastgesteld dat deze stukken daadwerkelijk van filet zijn verkregen.

En nu komt de buitengewoon creatieve oplossing van de importeur. Die heeft deze laatste regel omgedraaid. Bij het snijden van de tonijn wordt deze eerst doormidden gesneden, waardoor een achterlijf en een voorlijf ontstaan. Beide stukken bevatten graten, huid, vinnen en ingewanden.

De importeur stelt vervolgens dat een stuk vis filet blijft als je het van een groter stuk filet afsnijdt. Hij snijdt het vlees echter af van het achterlijf met graat. Vis met graat is geen filet, dus is zijn tonijn geen visfilet. Klinkt best logisch.

Toch is deze a contrario redenering niet echt handig. Want als je even verder kijkt in deze douanezaak, dan zie je dat het tarief op tonijnfilet 18% is, terwijl het tarief op ‘ander visvlees’ 7,5% is. Dus er is een goede reden voor de importeur om te zoeken naar argumenten om niet onder de noemer van visfilet te vallen.

Vervolgens kijken we naar het ingevoerde product. Dat is tonijn zonder graat, huid, vinnen en ingewanden. Dat lijkt verdacht veel op tonijnfilet, maar omdat het vlees afkomstig is van het achterlijf met graat van de tonijn, dat op zichzelf bezien geen filet is, stelt de importeur dat de stukken tonijn die daar vanaf worden gesneden ook geen filet zijn.

De Hoge Raad maakt gehakt van deze redenering. Want het criterium voor indeling is altijd de objectieve kenmerken en eigenschappen van het ingevoerde product. De manier waarop dat product wordt gemaakt, waar het snijproces onderdeel van kan zijn, kan daar best invloed op hebben, maar dat moet dan ook zo worden bepaald in de tariefposten en de aantekeningen op de GN. Daarvan was geen sprake. Dus anders dan de creatieve a contrario redenering was er geen enkele rechtsgrond voor deze indeling.

Al met al een duidelijke uitspraak over een zaak die zeker niet baanbrekend is. Waarom dan toch een column hierover? Ik ben altijd voorstander voor het scherp houden van de autoriteiten en daarbij hoort een creatieve geest en soms wat progressievere stellingen. Maar dit voelt toch wel erg opportunistisch en misschien ook wel een beetje als onnodige belasting van de rechtsgang.

Ik adviseer elke importeur te beginnen bij het begin en dat is ook in het douanerecht gewoon de wet. Als deze importeur dat ook had gedaan, had hij zich deze procedure waarschijnlijk kunnen besparen.

Raoul Ramautarsing, douaneconsultant