Wat die natuur betreft, heeft Bloem volkomen gelijk. Toen hij zijn vers naar de uitgever stuurde, waren de meeste kranten zelfs nog een maat groter dan de huidige tabloids. En zelfs die villaatjes weren we tegenwoordig van de heuvels, om de laatste stukjes natuur voor fijnstof, stikstof, pfas en kooldioxide te vrijwaren.

De uitslag van een recente enquête was dat acht van de tien Nederlanders tegen een verbod zijn van de verkoop van auto’s op diesel en benzine in 2030. Het meningsonderzoek werd uitgevoerd in opdracht van een Amerikaanse producent van automatten, Just Carpets genaamd.

Veruit de meeste Nederlanders vermoeden kennelijk dat de strijd om de laatste stukjes natuurgebied al verloren is. Er moeten meer villaatjes en Vinex-wijken komen en aan de automobiliteit moeten vooral geen belemmeringen worden opgelegd, bijvoorbeeld in de vorm van een diesel- en benzineverbod, dat overigens pas over tien jaar zou ingaan.

De zaak kwam aan het rollen toen Denemarken voorstelde de ergste stinkers op de weg uit te faseren in de hele Europese Unie. Het land kreeg tien andere lidstaten mee, waaronder ook Nederland. Maar de Unie wees erop dat Europese regelgeving verbiedt dat lidstaten hiermee op eigen houtje aan de slag gaan. Wat wel mag: een grote stad kan een verbod invoeren op relatief vuil verkeer in haar centrum. Veel steden kennen inmiddels ook al milieuzones, die vervoer met oudere diesels fors beperken.

Door het Natura 2000-beleid zit Nederland nu volledig in de knoop. We mogen voortaan nog maar honderd kilometer rijden, de nieuwbouw dreigt in het slop te raken. Je kunt daar, met J.C. Bloem, je schouders over ophalen: ‘Dit heb ik mij mijzelven overdacht,/Verregend op een miezerigen morgen,/Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.’

Want wat is ‘natuur nog in dit land?’ De vraag is onder meer of je de laatste Bloem, de rugstreeppad, het korenwolfje moet opofferen aan onze Vinex-Dapperstraten. Voorlopig is het een dilemma, waarmee onze kranten, zelf feitelijk stukjes bos, nog jarenlang worden gevuld.