Aanleiding daarvoor is een discussie die ik vorige week voerde over de ‘domestic sale’. Hoofdregel daarbij is dat de douanewaarde van ingevoerde goederen de prijs is die werkelijk wordt betaald voor die goederen als zij zijn verkocht voor uitvoer naar de EU. Ofwel: de verkoopprijs van de goederen. Maar wat nu als een goed meerdere malen was verkocht voordat het werd ingevoerd? Wat was dan de verkoop voor uitvoer?

Tot mei 2016 (CDW) mocht je kiezen welke verkoopprijs je wilde gebruiken. Met wat planning kon een Europese importeur de (lagere) aankoopprijs van zijn leverancier gebruiken als douanewaarde. Daarop kwam veel kritiek, omdat niet altijd de volledige economische waarde van het geïmporteerde goed werd belast.

Al vijftien jaar geleden werden voorstellen ingediend om deze ‘first sale’-problematiek te beslechten. Door een hele scherpe formulering in de nieuwe wetgeving (DWU) wordt nu de laatste verkoopprijs gezien als de verkoop voor uitvoer. Dat is geen goede oplossing.

Als een EU-importeur de goederen zelf ook al heeft doorverkocht, wordt de doorverkoop in de EU nu ook belast. Stel je voor dat je een auto bestelt bij een autodealer en die auto wordt besteld bij een Japanse autoleverancier, dan vormt niet de aankoopprijs van de importeur de basis voor de douanewaarde, maar jouw aankoopprijs bij de autodealer in de EU. Dus we zijn EU-winsten aan het belasten bij invoer.

Ik begon deze column met de vaststelling dat de douanewaarde dient te worden gebaseerd op een verkoop voor uitvoer. Hoe kan een verkoop gericht op uitvoer plaatsvinden op het grondgebied van de EU en zo EU-winsten belasten bij invoer?

Het is zelfs nog bedenkelijker. Mocht een goed de EU zijn binnengebracht (lees: opgeslagen in een douane-entrepot) en het wordt verkocht, dan zegt de EU-wetgever dat die verkoop gericht is op uitvoer naar de EU. Nogmaals, het goed ligt hier al opgeslagen, daar komt geen export meer aan te pas. Dat is zorgelijk, omdat de regels omtrent douanewaarde zijn vastgesteld door de WTO en de nieuwe EU-bewoordingen strijdig zijn met die bepalingen.

Iedereen is het er dan ook over eens dat de wetgeving in de huidige vorm het doel volledig voorbij schiet. Google maar eens ‘domestic sale’ en laat jezelf verrassen door de weinig lovende woorden op het scherm. Die ‘domestic sale’ was de oplossing van Brussel om te voorkomen dat EU-transacties werden belast.

De Commissie stelde dat een transactie tussen twee EU-partijen nóóit een verkoop voor uitvoer kon zijn. Eindelijk een logisch voorstel. Althans, dat zou je denken. Het Guidance Document waarin de ‘domestic sale’ werd geïntroduceerd, werd al snel door de lidstaten aangemerkt als onwettig en zal ‘binnenkort’ worden vervangen. En met ‘binnenkort’ bedoel ik dat deze vervanging al bijna een jaar geleden werd aangekondigd. En een oplossing zal nog wel even op zich laten wachten.

Is dit nou echt hogere wiskunde? Iedereen weet wat we willen bereiken: aankoopprijzen van importeurs belasten en doorverkoopprijzen in de EU met rust laten. En ruim vijftien jaar aan wetsvoorstellen, amendementen en uitgestelde stemrondes later zijn we nog steeds geen stap verder. Zouden we daar misschien ook uitstel voor hebben gevraagd bij Donald Tusk?