Het lijkt meer op een trein dan op een bestelwagen. De ontwerper die het verzonnen heeft, heeft ongetwijfeld weleens in een toeristentreintje gezeten, zoals dat bijvoorbeeld door Antwerpen rijdt.

Op de Dutch Design Week vergaapten bezoekers zich aan de EZ-PRO, een elektrische goederenwagen die in 2030 echt op de markt moet komen. Bij de ontwikkeling van de zelfrijdende wagens werkte Renault samen met de mensen achter Google’s Waymo-project en dat is te zien in het ontwerp. Het treintje is zelfrijdend, maar de volgwagons zijn niet aan elkaar vastgekoppeld.

De voorste wagen is iets groter dan de volgwagons. Er is namelijk plek gemaakt, zodat er voorin een werknemer kan zitten. De fabrikant spreekt echter niet over een chauffeur, maar over een operator. Op de plek van het stuur zit dan ook een beeldscherm.

‘De operator hoeft niet te rijden. Hij is slechts de contactpersoon voor leveringen aan de deur, bijvoorbeeld als het om kwetsbare goederen gaat’, zegt een woordvoerder van Renault. ‘Bovendien vinden veel mensen het fijn als iemand hun pakketje persoonlijk afgeeft.’

De operator kan met zijn hele treintje door de straat rijden. De volgwagens kunnen zich echter ook zelfstandig door de straten verplaatsen. Ze kunnen dan bijvoorbeeld op een vaste locatie in een straat parkeren, waar mensen met een bijbehorende app een van de postvakken aan de zijkant van de wagen openen om het juiste pakketje te pakken.

Renault als vervoersbedrijf

Renault spreekt zelf over een EZ-Pro Platform. Betekent dit dat het automerk zich als concurrent van bijvoorbeeld PostNL of DPD ziet en de pakkettenmarkt gaat betreden. ‘Nee, dat moeten we allemaal nog bekijken. We kunnen in ieder geval de techniek leveren’, zegt de fabrikant.

‘Het gaat om een toekomstbeeld. Het gaat ook niet alleen om goederentransport, maar ook om de distributie van medicijnen of eten. Met een truck gaan de goederen naar de rand van de stad en daar worden ze overgeslagen op de autonome elektrische wagens.’

Tekst loopt door onder afbeelding.

Bij de wagens van de Franse fabrikant is voorlopig dus nog een operator aanwezig, maar bij de autonome bezorgrobot van designer Nyckle Sijtsma is die helemaal verdwenen. Loonkosten zijn hoog, meent hij, dus bedacht hij een alternatief.

De grijs met blauwe robot die Sijtsma op de Dutch Design Week toont is nog geen meter lang en nog geen meter hoog. Het gaat om een karretje met drie lades erop, dat zelfstandig door de straten kan rijden.

De robotwagen rijdt naar het juiste adres. Met een app op hun telefoon kunnen de geadresseerden de juiste lade openen en er hun pakketje uit pakken. ‘Je kan ook een retourzending meegeven’, zegt Sijtsma. ‘Omdat er geen bezorger is die per uur of per pakket betaald hoeft te worden, heeft de robotwagen geen haast. Hij kan dus bij de voordeur blijven wachten tot de geadresseerde thuis is.’

Tests zijn volgens Sijtsma goed verlopen. Hij heeft patent op zijn vinding aangevraagd en is naar eigen zeggen in gesprek met een commercieel bedrijf om de vinding snel op de markt te brengen.

Geen plaats voor al die busjes

Lector city logistiek Walther Ploos van Amstel is een groot voorstander van vermindering van het aantal bestelbusjes in de stad. ‘Hier in Amsterdam zie je dagelijks het ene na het andere busje door de straten rijden en soms op dezelfde adressen stoppen’, zegt hij. ‘Daar is eigenlijk in een drukke stad met smalle straten helemaal geen plaats voor.’

Ploos van Amstel ziet dan ook zeker een toekomst voor de autonome bezorgrobot van Sijtsma. ‘Bij verpakkingen wordt steeds vaker de lucht uit verpakkingen gehaald, dus de lades van die robot zijn voor veel pakketjes groot genoeg. We gaan echt naar kleine geautomatiseerde voertuigen toe. Er moet wel een goed logistiek systeem achter zitten, aan alleen een bezorgrobot heb je niets. Denk bijvoorbeeld aan een plek in de wijk waar iemand werkt die de lades van de robots vult. Maar dat is minder arbeidsintensief dan bezorging, dus je kan echt op de loonkosten besparen. En je moet ook een goed ICT-systeem hebben, waarin iemand aan kan geven dat hij in de file staat en over een half uurtje thuis is. Het is niet de bedoeling dat de robot daar uren staat.’

Tekst loopt door onder afbeelding.

De lector ziet dat de pakketmarkt nog altijd snel groeit. ‘Dat komt met name door de zakelijke markt. Loodgieters krijgen bijvoorbeeld continu onderdelen geleverd. Die kleine zendingen moeten allemaal de woonwijken in. En tegelijkertijd zijn steeds meer centra maar ook buitenwijken autoluw. Zo’n bezorgrobot lost veel problemen op.’

Domino’s pizza

In Amerika en het Verenigd Koninkrijk bracht robotmaker Starship Technologies in 2017 de eerste bezorgrobot op de markt. Inmiddels zijn er meer dan honderdduizend pakketjes afgeleverd. Recentelijk kreeg het bedrijf van investeerders op 40 miljoen euro, wat het totale opgehaalde investeringsbedrag op 85 miljoen dollar brengt.

Volgens Ploos van Amstel is dat afdoende om een fatsoenlijk logistiek systeem op te tuigen. ‘Het gaat niet alleen om pakketjes. Starship gebruikt de robots ook om eten zoals pizza’s naar studenten op een campus te rijden.’

In 2017 reed een Sharship-bezorgrobot door Amsterdam, met een pizza van Domino’s erin. Domino’s liet toen weten verder te willen gaan experimenteren. Daar kwam het echter niet van, omdat het in Nederland niet is toegestaan om zelfrijdende voertuigen op de openbare weg te laten rijden.

Vijf kilometer per uur

Ploos van Amstel verwacht dat deze regels vanzelf aangepast worden. ‘In drukke gebieden met veel fietsers is het geen optie, maar in rustige wijken wel. Zo’n robot rijdt misschien vijf kilometer per uur, dat kun je niet vergelijken met een Tesla op de snelweg. Die robots gebruiken dezelfde technologie als een AGV die zich in warehouses en op terminals al bewezen heeft.’

Ook voor de EZ-PRO ziet de lector toekomst. ‘Pakketbezorgers rijden nu misschien veertig kilometer en lopen er per dag nog tien. Die loopbewegingen kun je eruit halen als je alles met die karretjes laat bezorgen. Op den duur hebben mensen geen behoefte meer aan een bezorger. Ook is er genoeg plek om die wagentjes ergens in de wijk te parkeren. Vergelijk het met een ijscowagen. De ijsverkoper loopt ook niet langs de deuren maar parkeert ergens en zegt, kom maar halen.’