Vroeger leek het zo simpel: je gaf je spullen aan een kapitein, en hoopte dat die ze bij de juiste persoon afleverde. Karel de Grote stuurde Friese lakens naar kalief Haroen ar-Rashid, en de kalief wist waar het vandaan kwam. Zo werkt het tegenwoordig niet meer. Alleen al om een container van A naar B te krijgen, moeten gemiddeld 28 partijen zo’n tweehonderd keer data uitwisselen, stelt het Rotterdamse havenbedrijf.

Al die partijen moeten erop kunnen vertrouwen dat de data die ze krijgen correct is, maar dat doen ze niet. En terecht: met zo veel schakels, zo veel verschillende partijen, zo veel verschillende belangen en zo veel verschillende talen, liggen communicatiefouten, fraude en bedrog voortdurend op de loer. Dus wordt de data niet alleen tweehonderd keer uitgewisseld, maar ook nog honderden keren gecontroleerd, genoteerd en gecorrigeerd. Steeds meer werk, en minder vertrouwen.

Simpel maken

Om dit soort complexe processen weer simpel te maken, zouden partijen blockchain  kunnen gebruiken. Dat is een soort beveiligde online database, waarmee verschillende betrokken partijen een gezamenlijke boekhouding kunnen voeren. Zolang blockchain niet gehackt wordt (en dat is onmogelijk, denken de voorstanders) kan eenmaal ingevoerde data niet meer veranderd worden. Daardoor hoeven gebruikers de gegevens niet meer te controleren. Dat spaart tijd. Uit een test met het verschepen van Afrikaanse ruwe olie naar China bleek al in 2017 dat je met blockchain maar 25 minuten nodig zou hebben voor een bankproces dat normaal drie uur kost.

Minder papier, minder werk, meer standaardisering en automatisering van informatieprocessen, snellere en goedkopere logistiek: het scheelt een informatiehub als een haven een enorme hoop werk. Informatiecircuits die nu gescheiden zijn – bijvoorbeeld over betalingen, administratie en het fysieke vervoer van containers – kunnen realtime worden samengevoegd. Dat maakt track-and-trace veel makkelijker, en fraude een heel stuk lastiger.

BlockLab

Om al die beloftes waar te kunnen maken, richtten het Rotterdamse Havenbedrijf en de gemeente Rotterdam in september 2017 het ‘BlockLab’ op, een praktijkomgeving waarin bedrijven en kennisinstellingen concrete toepassingen voor blockchain kunnen ontwikkelen.

Het BlockLab bouwt bijvoorbeeld een intelligent handelsplatform dat vraag en aanbod van hernieuwbare energie op elkaar afstemt, en een methode om een bill-of-lading zo uniek te maken dat iedere eigenaar die maar één keer als onderpand kan gebruiken. Daarnaast maakt het apps voor supply chain finance en tracking & tracing, waarmee het bijvoorbeeld containers tussen Zuid-Korea en Nederland kan volgen.

Steeds complexer

De blockchain-innovaties kunnen ook worden gebruikt om duurzaamheidseisen te controleren. Want terwijl de wereldhandel steeds complexer en fijnmaziger wordt, vraagt de consument van de goederen steeds vaker naar de sociale omstandigheden in het land van productie of de CO2-afdruk van het vervoer. Moest Haroen ar-Rashid er nog op vertrouwen dat Karel hem de waarheid had verteld over de herkomst van de Friese lakens, met blockchain zou hij dat eenvoudig moeten kunnen controleren – mits de invoerders van de data hun werk goed deden.

Blockchain werkt echter alleen als gebruikers het vertrouwen hebben dat de data die ingevoerd is, ook echt klopt. Om zulk vertrouwen te kunnen rechtvaardigen, heb je toezichthouders nodig die kunnen controleren of de digitale data kloppen met de fysieke goederenstroom, benadrukt het Rathenau Instituut, een onderzoekscentrum dat zich richt op de impact van wetenschap, innovatie en technologie op de samenleving.

De data in blockchain komt van sensoren, mensen, of een combinatie daarvan. Juist omdat eenmaal ingevoerde data niet meer te veranderen zijn, zijn fouten nauwelijks te herstellen. Blockchains grootste kracht is daarmee in potentie ook haar grootste valkuil.

Fantastische beloftes

Hoewel blockchain de haven fantastische beloftes doet, is de technologie nog te jong om op mondiale schaal ingezet te worden, waarschuwden Rathenau’s themacoördinator Rinie van Est, onderzoeker Erik de Bakker en directeur Melanie Peters onlangs. Er zijn nog technologische vragen.

Of blockchainsystemen het benodigd aantal transacties per seconde kunnen uitvoeren, staat bijvoorbeeld nog niet vast. De grootste uitdagingen zien de onderzoekers echter op het economische en het publieke vlak – de omgeving waarin blockchain gebruikt moet worden. Wie wordt de eigenaar, welke afspraken worden er gemaakt, wie houdt het toezicht?

Data beschermen

De afgelopen decennia waren we naïef in de interneteconomie, schrijven ze in hun rapport. We hebben gezien hoe bedrijven als Google, Facebook en Amazon volop profiteerden van de data die burgers en bedrijven hen vrijwillig gaven.

Het is nog maar de vraag of partijen bereid zijn hun bedrijfsdata zomaar te delen op blockchain-platformen, waar ze zelf geen eigenaar van zijn. De overheid moet mee doen in de experimenten die opgezet worden, adviseert het Rathenau. Dat moet ertoe bijdragen dat de technologie een goede maatschappelijk verantwoorde inbedding krijgt.