Die leveringsbeperkingen betekenen voor de logistieke sector minder werk, want bepaalde producten mogen niet overal geleverd worden en dat zorgt voor ongelijkheid. ‘Bedrijven die producten uit het buitenland willen kopen, maar waar een leveringsbeperking naar ons land op zit, kunnen dit niet doen’, aldus Quinten Snijders, woordvoerder van TLN.

Een enquête door het samenwerkingsverband Secretariaat-Generaal Benelux onder alle ondernemers wees uit dat ze allemaal, groot en klein, getroffen worden door deze beperkingen. Het Secretariaat-Generaal van de Benelux Unie, het Nederlandse ministerie van Economische Zaken, de Belgische federale overheidsdienst en het Luxemburgse ministerie van Economie voerden dit onderzoek uit.

Vrij verkeer van goederen

Wat houden deze leveringsbeperkingen in? Territoriale leveringsbeperkingen zijn beperkingen die een leverancier oplegt en die een handelaar belemmeren om goederen vrijelijk af te nemen, met name in de landen van zijn keuze. Door deze beperking kunnen er grote verschillen zijn in prijzen, waar vooral grensregio’s last van hebben. Dat zorgt voor oneerlijke concurrentie.

Laetitia Gruwel van Detailhandel Nederland licht toe: ‘Een einde maken aan territoriale leveringsbeperkingen door merkfabrikanten is een belangrijke prioriteit voor ons. Deze interne marktbarrières, opgelegd door fabrikanten, verhinderen winkeliers om identieke goederen over de grens in te kopen via een centrale locatie en ze vervolgens onder verschillende lidstaten te verdelen. Hierdoor wordt de prijs voor merkproducten onnodig opgedreven binnen de Europese interne markt, doordat retailers niet daar kunnen inkopen waar ze de beste condities kunnen krijgen.’

Voor transportbedrijven betekent dit een beperking in wat zij kunnen en mogen leveren. De detailhandelaren die in grens­gebieden met landen buiten de Benelux werken, ondervinden onevenredig veel hinder van deze leveringsbeperkingen. De producten die de beperkingen treffen, zitten door de hele markt verspreid, zoals voedsel, boeken, papierwaren, producten voor persoonlijke verzorging en vrij verkrijgbare medicijnen, elektronica, meubels, verf, fietsen, keukenapparatuur en juwelen. De merknamen zijn niet bekend, in verband met de anonimiteit van de enquête.

Groothandels

‘Het punt is dat gebieden door groothandels in regio’s worden verdeeld, waar dan wel of niet geleverd mag worden’, legt adjunct-secretaris-generaal van de Benelux Alain de Muyser uit. ‘Dit heeft een serieuze impact voor onder meer de logistieke sector. Veel producten worden alleen in die markt geleverd waar ze voor bedoeld zijn. De Nederlandse markt is georiënteerd op de Duitse markt, terwijl de Belgische dat op de Franse is. Daardoor krijg je grote verschillen tussen landen die naast elkaar liggen. Dat is voor niemand goed, want als een consument een bepaald product wil dat niet geleverd wordt, moet de winkelier hemel en aarde bewegen om dat product toch te krijgen. Vanzelfsprekend komen daar veel kosten bij kijken.’

De groothandelaren die dit bedacht hebben, kunnen volgens De Muyser niet op hun vingers getikt worden door landelijke besturen. Daar is Europa voor nodig. ‘Daarom hebben wij een studie gedaan naar deze problemen en de EU ziet dat. Dat is ook een van onze doelen, dat Europa zich ermee gaat bemoeien. Voor de consumenten zijn vooral de verkrijgbaarheid en de verschillen in prijzen merkbaar, voor de logistieke sector is het gevolg dat er minder producten leverbaar zijn voor alle regio’s. Dat betekent minder werk.’

Kleine schaal

‘Met de resultaten van deze studie willen wij de Europese Unie laten zien dat er op kleinere schaal dit soort problemen zijn’, legt De Muyser uit. ‘De EU denkt vooral in het groot, terwijl dit voor serieuze problemen zorgt voor onze inwoners. Een groothandel bepaalt waar een product wel of niet verkrijgbaar is. Dat zorgt voor oneerlijke concurrentie. Dit lijkt misschien een marginaal probleem, maar voor ons is het wel degelijk een serieus obstakel. Daarom hebben wij als Benelux doorgeduwd om het onder de aandacht van de EU te krijgen. Dat is gelukt, want de EU gaat een evaluatie doen. Ze voeren een studie uit naar de problemen die wij hebben geconstateerd, zoals of er een dominante groothandel is die andere leveranciers de mogelijkheid verhindert om een soortgelijk product te verkopen. Voor transportbedrijven kan het best interessant zijn om ook te kijken naar wat de evaluatie van de EU gaat zijn. Zij hebben belang bij minder leveringsbeperkingen, dan valt er meer vracht te vervoeren.’

De Benelux schreef een brief naar de Europese Commissie om ze te wijzen op deze oneerlijke concurrentie. ‘Iedere sector kan zo’n brief schrijven om iets nogmaals onder de aandacht te brengen. Daarnaast mogen partijen zich inschrijven om het onderzoek te doen, een tender. Wanneer dat onderzoek begint weten we nog niet, want we zitten nu tussen twee commissies in. We gaan een vinger aan de pols houden bij de nieuwe commissieleden en meteen weer aandacht hiervoor vragen. Want we willen niet dat dit tussen wal en schip valt door de transitie van de commissie. Het is een voorbeeld van een mankement in de Europese regelgeving dat we graag willen herstellen. Daar worden we allemaal beter van. Daarom zullen we de nieuwe commissieleden meteen herinneren aan dit beloofde onderzoek zodra ze geïnstalleerd zijn’, aldus De Muyser.