Het moest niet mogen, maar Angela Merkel lijkt afscheid te nemen van de actieve Duitse politiek. Merkel (Hamburg, 17-7-1954) gaat met welverdiend pensioen en heeft alvast haar topfuncties in de Christen-Democratische Unie (CDU) overgedragen. Wat is haar politieke erfenis?

Allereerst, wie is Angela Merkel?

Een eenvoudig meisje. Haar vader was in het toenmalige West-Duitsland een Lutheraanse predikant, die kort na de geboorte van Angela beroepen werd naar een gemeente in de eveneens toenmalige Deutsche Demokratische Republiek, de DDR. Zulk grensoverschrijdend gedrag tussen beide Duitslanden werd toentertijd toegestaan waar het religieuze overwegingen betrof.

De jonge Angela Merkel kon goed leren en de DDR stimuleerde dit, want je kon deze Sovjet-vazalstaat onder Walter Ulbricht van alles beschuldigen, maar niet van antifeminisme. Merkel ontwikkelde zich in de wis- en natuurkunde en, uiteraard, in het Russisch, omdat dit in de DDR nu eenmaal de tweede taal was geworden. Ze kan bijvoorbeeld perfect met Vladimir Poetin in die taal converseren, dichtregels van Poesjkin aanhalen, zelfs moppen tappen, maar ze houden dit voor de camera’s zorgvuldig verborgen. Poetin spreekt overigens, als oud-KGB-spion, voortreffelijk Engels, maar weigert zich in het openbaar in die taal uit te spreken.

Zo, een kleine Europese geschiedenis.

Van na de Tweede Wereldoorlog, ja. Na de ‘Wende’, de val van de Muur, rees de ster van Merkel in de CDU. Ze klom op in de partijhiërarchie en werd op zeker ogenblik ‘het meisje van Kohl’, een politiek talent waarin Helmuth Kohl al vlug na 1989 een mogelijke opvolger zag. Hoewel Kohl zelf natuurlijk nog vele jaren als bondskanselier zou doorregeren.

Wat heeft Merkel bereikt?

Ze heeft voortgebouwd op het werk van Kohl, die streefde naar verdere Europese integratie en verzoening. Kohl stond hand in hand met François Mitterrand, de socialistische president van Frankrijk, aan de rand van het veld van eer, waar soldaten begraven lagen die in de oorlog waren gesneuveld. Merkel kon het goed vinden met de latere centrumrechtse Franse president, Nicolas Sarkozy, het duo Merkozy. Ze speelden samen een goede rol in de oplossing van de financiële crisis van eind vorig decennium. Ook met Emmanuel Macron, de huidige Franse president, kan Merkel prima door één deur.

Minpuntjes, wat Merkel betreft?

Er zijn er een paar. Ze heeft het vluchtelingenprobleem – ‘Wir schaffen das’ – onderschat. Dat had er ook mee te maken dat de Europese buitengrenzen zo lek als een mandje waren. Ze heeft het vraagstuk van de energietransitie niet goed doorgrond. Een natuurkundige had kunnen weten dat als je een land versneld afstand laat nemen van kernenergie de behoefte aan fossiele brandstof, zoals de vermaledijde bruinkool, tijdelijk alleen maar groter wordt, daarmee trouwens ook de vraag naar door de Russen opgepompt gas. Verder heeft Merkel nou niet echt ingegrepen toen bleek dat Duitse autofabrikanten een potje maakten van de handhaving van de maximale uitstootwaarden van diesel. Maar gaat dit verhaal nu alleen over de verdiensten en nalatigheden van Angela Merkel?

Nu ja, voor bijvoorbeeld het onderwerp mobiliteit en logistiek heeft ze zich ogenschijnlijk niet erg ingespannen…

Ze beschouwde dit beleidsterrein niet als ‘Chefsache’. Dat klopt. Het had haar bijzondere interesse niet, ze moest zich bezighouden met geopolitieke kwesties. Waar de logistieke sector aan de orde was, liet ze de uitvoerende zaken graag over aan vakministers. Die hebben best wel wat bereikt. De Duitse Maut voor vrachtverkeer over de weg, die moeizaam de kinderschoenen ontgroeide, ontwikkelde zich tot standaard voor heel Europa. Reken er maar op dat Duitsland een grote rol gaat spelen bij de ontwikkeling van nieuwe aandrijvingstechnieken voor personenwagens en trucks. Er kwam een diepzeehaven bij Wilhelmshaven en het ziet er naar uit dat Hamburg en Bremen dan eindelijk hun riviermondingen aan het einde van Elbe en Weser kunnen uitbaggeren, zonder daarbij het milieu te schaden.

Maar ze liet de zaak meestal aan weinig daadkrachtige ministers over?

Wat Merkel misschien kan worden verweten, is dat ze het Duitse spoor in beroerde staat achterlaat. Ze heeft niet zelf willen ingrijpen bij Deutsche Bahn en niet zichtbaar persoonlijk heeft geïntervenieerd bij tragikomische bouwprojecten als Stuttgart Hauptbahnhof, de nieuwe luchthaven van Berlijn, het spoor in Zuid-Duitsland, de snelle aansluiting van het Duitse spoor op de schitterende nieuwe projecten die in Zwitserland inmiddels zijn geopend. We kunnen inmiddels opmerken dat, mede dankzij Merkel, de infrastructuur in het oosten van het land er veel beter bij ligt dan die in het ‘westen’. Dat heeft niet zozeer met een persoonlijke voorkeur van Merkel te maken, maar met een hopeloze besluitvorming in voormalige Bundesrepublik Deutschland over grote projecten.

Goed,  hebben we het dan over Duitsland als zodanig. Wat is de toekomst?

Ach, die Mutti geht, was nun? Ga er van uit dat de komende jaren lastig worden. De Duitse economie vertoont verschijnselen van krimp, al schijnen die voorlopig mild te zijn. Dat heeft invloed op grote delen van Europa. Wees er ook van verzekerd dat Duitsland nog niet veel heeft ingeboet aan pure economische spier- en denkkracht. Het is een innovatief land, dat op talloze gebieden, niet altijd met spectaculaire vernieuwingen, maar vaak met kleine verbeteringen het dagelijks leven efficiënter en schoner kan maken. Het is een al met al sociaal, conflictmijdend en compromisbereid land, al zal men zich soms zorgen maken over rechts- of linksextremistische tendenzen. Die hebben in het naoorlogse Duitsland meestal een beperkte invloed. Er is zelfs een interne mitigerende werking zichtbaar in partijen als de Alternative für Deutschland, die feitelijk aansluiting zoekt bij het politieke midden. De partij ‘Die Linke’, ooit beschouwd als een quasi-communistische beweging, wordt allang beschouwd als een fatsoenlijke factor. De huiver voor wat er in de Hitler-tijd gebeurde is bij onze oosterburen nog steeds enorm. Meer nog dan in veel andere EU-lidstaten, waarschijnlijk.

Niks aan de hand dus, dort drüben?

Dat moet je niet zeggen. Duitsland kampt met een veroudering. De bevolking neemt in gemiddelde leeftijd toe, terwijl de bevolkingsaanwas juist een dalende tendens laat zien. De demografische opbouw, de welbekende piramide, laat aan de onderzijde nog wel wat aanwas zien, maar vertoont, net als in onze landen, Frankrijk en Italië trouwens, een toenemende verdikking aan de bovenkant. Dat remt de arbeidsmarkt, al was het maar omdat de groeiende aantallen ouderen uiteindelijk intensievere verzorging nodig zullen hebben. De veroudering doet zich ook voor in de infrastructuur. Veel wegen, bruggen en spoorlijnen dateren nog uit de jaren van de Wiederaufbau en de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw. De zaak, ooit zo mooi op orde, is dat niet meer. Het gaat vele tientallen miljarden euro kosten om de boel te herstellen.

Aan wie heeft dat gelegen? Toch aan Merkel?

Nee. Zij heeft zich altijd vooral ingespannen voor internationale aangelegenheden waar Duitsland, als één der grootste economieën ter wereld, nu eenmaal bij betrokken is. Gelukkig kan de Duitse staat wel een veer wegblazen. Het land heeft, dank zij besparingen in voorspoed (Keynesiaanse politiek: anticyclisch begrotingsbeleid) een overheidssurplus opgebouwd onder oud-Bundesfinanzminister Wolfgang Schäuble, dat in tijden van neergang in de strijd kan worden geworpen om een recessie te verzachten en extra werkgelegenheid te scheppen.

Wat mogen we verwachten van Duitsland?

Het is een veilig baken in een onrustige zee. We maken ons terecht druk over de dreigende chaotische uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. We moeten ons niet vergissen: Duitsland is een nog veel grotere handelspartner van Nederland. En via Duitsland ligt een groot deel van het continent van Europa voor ons open. Je moet er nog iets aan toevoegen. Zowat elke Nederlander denkt wel een mondje Engels te kunnen spreken, helaas met meestal komische of soms noodlottige gevolgen. De kennis van het Duits is inmiddels tot het nulpunt gedaald. Het zijn de Kamers van Koophandel van beide landen die er, ook volkomen terecht, op blijven hameren dat het in het onderlinge contact tussen Nederlanders en Duitsers handig blijft als je elkaars eigen taal spreekt. Al was het maar een beetje, nur so ein Bischen.