Ze zette hem een pastis voor. ‘Mais non, mon ami, maar volg je het nieuws niet meer, sinds je je sjerp aan mij hebt overhandigd? Het gaat om het haantje Maurice in Rochefort, dat volgens omwonenden ’s ochtends vroeg veel te hard zingt. Rochefort in Charente, Aquitaine, vlakbij zee.’ Claude nam een flinke slok. ‘O, dat gedoe. Maurice ne dira plus cocadi-cocada. Nou, mijn haantje, Pascal, kan er ook wat van, maar nooit voor zonsopkomst.’

‘Men spreekt van geluidshinder’, zei Louise, ‘en de rechter moet er zich in september in een serieus proces over uitspreken.’ Claude pelde een eitje en bestrooide het met zout. ‘Weet je, het mooist vind ik de merel, met al die arabesken, verpakt in één minisymfonie. Daarna krijg je de duiven, met een liedje dat gaat: o, help me nou, m’n rok zit te nauw, m’n rok zit te nauw, au. Dan slaat mijn Pascal ook aan, waarna hij braaf gaat meehelpen wormpjes te zoeken. Maurice mag best bij mij op het erf komen wonen, maar ze vechten elkaar natuurlijk de tent uit.’

‘Un problème se pose’, zei Louise. ‘Er schijnt bij Artichaut een groot distributiecentrum te moeten komen. Vijfenzestigduizend vierkante meter. Een of ander e-commercebedrijf gaat er schoenen en mode leveren aan consumenten die zomaar tien jurken op zicht bestellen en er negen weer van retour zenden.’ Claude liet zich nog een pastis inschenken. ‘En waar moet dat enorme gebouw dan komen?’, vroeg hij. Louise schraapte haar keel. ‘Ik ben bang, Claude, dat de plannen die de préfet me heeft laten zien ook jouw boerderij omvatten.’

Hier moest de oud-burgemeester van het brave dorpje in ik weet niet welk deel van de Hexagone lang over nadenken. ‘En mijn huis dan?’, vroeg hij tenslotte. ‘Dat mag blijven staan’, zei Louise, ‘maar je krijgt natuurlijk een enorme schuur in je buurt. Dat zal heel wat herrie meebrengen, want in de 24/7-economie is nachtelijke rust, geluidloosheid, een privilege dat alleen op pakweg Tahiti nog kan worden genoten.’ Claude vermande zich. ‘Alors, ik zal Pascal vragen nog veel harder te kraaien. Uit protest, dat wel.’