Het kennisinstituut richt zich hierbij op drie pijlers in de logistiek; de transitie naar de digitalisering in de logistiek, het autonoom maken van transportvoertuigen en duurzame logistiek. Dat eerste heeft alles met data te maken, het binnenhalen daarvan, het verwerken en het gebruiken ervan om slimmere beslissingen te kunnen nemen. Het tweede gaat om de trend richting zelfrijdende vrachtwagens, maar ook zelfrijdend en – varend voor het spoor en de binnenvaart.

Uiteindelijk moet het toegaan naar zelforganisatie in de logistiek, waarbij beslissingen in de keten niet meer door planners gedaan worden, maar vanuit eenheden in de logistieke keten zelf, zoals een lading of een voertuig. Die maken beslissingen op basis van realtime informatie. Duurzame logistiek is een hot topic, waar heel veel ideeën over zijn, maar waar in de praktijk nog veel moet gebeuren.

Voorspellen

‘Als je weet en snapt wat er gebeurt, kun je ook beter voorspellen wat er gaat gebeuren. Je kunt beter bepalen hoe je je proces moet plannen. Als je ervan uit gaat dat er binnen een uur een lading goederen in je warehouse afgeleverd wordt, maar het wordt vier uur later dan staat jouw ploeg daar vier uur lang te niksen. Als de data gedeeld wordt dat de lading vier uur later komt, dan kun je daar rekening mee houden en je ploeg andere dingen laten doen. Dan is de lading nog steeds te laat, maar dat weet je dan. En je weet dan ook wanneer het wel komt, zodat je ploeg daar niet hoeft te staan wachten tot er een keer wat voorbijkomt. Dit soort dingen gebeuren regelmatig.’

Een schip dat nog een container heeft wat nog een terminal verder moet, kan dat wellicht door een ander schip laten vervoeren die daar toch heen gaat en nog genoeg ruimte heeft voor een extra container. Als je al die gegevens bij elkaar brengt, is er veel te besparen.

Data delen

Niet iedereen staat te springen om data te delen. ‘Veel bedrijven zijn bang om iets weg te geven, vooral omdat dit concurrentiegevoelige informatie kan zijn. Ze vergeten soms dat anderen allang weten waar zij mee werken. Deze bedrijven denken dat het nadelige gevolgen heeft op commercieel gebied. Dat is niet helemaal terecht. Anderen zijn bang dat ze aansprakelijk kunnen worden gesteld voor fouten in de keten.’

‘Er zijn bedrijven bij wie het altijd weer fout gaat. Met 20 partijen in een keten die optimaal moeten samenwerken om producten op tijd van A naar B te krijgen, heeft iedereen er last van als iemand niet op tijd is of zich niet aan de afspraken houdt. Door data te delen is er zwart-op-wit bewijs dat een bepaald bedrijf in de fout ging. Soms gebeurt dat steeds weer. Dan kun je je afvragen of zo’n bedrijf er zelf ook niet bij gebaat is om de zaken beter op orde te hebben.’

Er zit ook een angst voor een overkoepelende ‘control tower’, zoals die nu door verschillende partijen wordt ontwikkeld. Wordt de data niet tegen ons gebruikt? Dat is voor veel bedrijven een dilemma. ‘Dat zou inderdaad kunnen’, geeft Van Meijeren toe, ‘maar daar hebben ze zelf uiteindelijk ook geen belang bij. Zij moeten ook overleven en ze gaan hun eigen glazen niet ingooien door data te misbruiken. Het zou het beste zijn als er een onafhankelijke partij komt die alle data verzamelt en onder voorwaarden beschikbaar stelt.’

‘Er wordt gewerkt aan oplossingen om dit meer en makkelijker mogelijk te maken, onder andere door de ontwikkeling van iShare, Open Trip Model, IDS (International Data Space, red.) en verschillende pilots en living labs. Ook het ministerie werkt aan een digitale transportstrategie goederenvervoer. Uiteindelijk moeten partijen mee in het delen van data. Kijk bijvoorbeeld naar de ontwikkeling van booking.com in de hotelbranche. De hotels wilden daar ook niets van weten, totdat ze zichzelf in de vingers sneden door niet op booking.com te zitten. Voor veel bedrijven speelt ook mee dat ze oudere apparatuur hebben waarmee data delen niet zo gemakkelijk is, waardoor ze vinden dat het te veel moeite kost. Dat proberen we te veranderen, maar het gaat traag.’

Transparantie

In de praktijk zijn er diverse bedrijven die de noodzaak van data delen inzien en het doen. ‘Sommige bedrijven gaan heel hard’, aldus Van Meijeren. ‘Je ziet ook steeds meer initiatieven, maar het gaat traag.’ Veel bedrijven moeten investeren om data te kunnen delen. De noodzaak daarvoor en het nut daarvan zien veel bedrijven niet.

‘Daarnaast is er nog het probleem dat er wel bedrijven zijn die iets doen met data verzamelen, maar iedereen doet dat op zijn eigen manier. Daardoor kunnen die systemen niet met elkaar communiceren en dan helpt het nog niet voor transparantie in de hele keten. Dan ontstaat er een concurrentiestrijd over data delen. Er zou een blockchain-achtige toepassing kunnen komen waarmee data tussen de verschillende platforms uitgewisseld kan worden. Dat is een erg ingewikkeld en technisch verhaal, maar we zijn er wel mee bezig. Dat zou een oplossing kunnen zijn. Een andere mogelijkheid is dat er een grote partij komt met een goed systeem waar iedereen wel aan mee moet doen om te overleven. Als iedereen meedoet en de hele keten transparant wordt, is er veel winst te behalen.’