Waar gaat het om? Met deze enorme woordenbrij probeert het kabinet een lange termijnvisie te geven op de gewenste ontwikkeling van de leefomgeving, waarin de belangen van economie, natuur, landbouw en inwoners tegen elkaar worden afgewogen. Anders gezegd, hoe houden we de boel voor iedereen leefbaar terwijl we toch blijven groeien en ervoor zorgen dat het klimaat daar niet ernstig onder te lijden heeft?

Volgens minister Ollongren is de Novi ‘geen statische beleidsnota, maar eerder een plan van aanpak voor de komende jaren, dat we gedurende het proces steeds kunnen aanpassen, aanvullen en versterken’. Bovendien is het niet de bedoeling om het tot nu toe gevoerde beleid op het gebied van ruimtelijke ordening overboord te zetten, maar dat ‘op strategisch niveau in de Novi te verbinden’.

Veel concreter wordt het helaas niet. De nota en de ermee samenhangende stukken wemelen van de goede voornemens, schone vergezichten en ambities. Containerbegrippen als ‘integraal’ en ‘slim’ worden daarbij veelvuldig in stelling gebracht, maar nergens wordt duidelijk welke keuzes er gemaakt worden en welke gevolgen dat voor de ruimtelijke ordening krijgt. Zo wordt de wildgroei van distributiecentra ‘ongewenst’ genoemd. Maar op geen enkele manier wordt duidelijk hoe het kabinet de ‘verloodsing’ van het landschap wil aanpakken, behalve dat het afspraken wil maken met de regio.

Misschien is het nog iets te vroeg om concrete maatregelen te verwachten, want ‘het maatschappelijk debat’ over de Novi gaat voorlopig nog wel even door, volgens Ollongren in de tweede helft van het jaar zelfs ‘met volle vaart’. Vervolgens is het wachten op de Uitvoeringsagenda, ‘een groeidocument waaraan steeds onderdelen kunnen worden toegevoegd, terwijl al wordt gewerkt aan de uitvoering’. Wanneer dat klaar moet zijn en wat er in komt, is onduidelijk. Wel staat in de Novi dat ‘de gebiedsgerichte uitvoering interbestuurlijk in programma’s plaatsvindt’. Daar wordt natuurlijk niemand wijzer van.

Wie er wel wijzer van wordt, is ingenieursbureau Royal HaskoningDHV dat het grootste deel van de onderliggende studies leverde. Was het nu niet een van de kabinetsdoelstellingen om het inhuren van onderzoekers, adviseurs en wat dies meer zij te beperken? Dat is gezien de enorme omvang van de Kamerstukken in dit geval zeker niet gelukt. M0gelijk kunnen er een volgende keer twee vliegen in één klap geslagen worden: iets meer inhoud en iets minder omvang. Dat scheelt ook nog eens in de kosten.