In het afgelopen jaar werd de Nederlandse export van goederen naar de Britse markt met naar schatting elf miljard euro gedrukt, op een totaal van ruim zestig miljard euro. Dat heeft ING berekend. De export had dus een zesde hoger kunnen uitvallen, maar werd beperkt door de waardedaling van het Britse pond sinds een kleine meerderheid van de Britse bevolking in 2016 zich in een referendum voor uittreding uitsprak.

In 2017 werd de uitvoer ook al beperkt met een bedrag van zo’n acht miljard euro. De daling van het pond, die de uitvoerwaarde in euro’s onder druk zet, was de hoofdoorzaak. Er was ook sprake van vraaguitval, bijvoorbeeld doordat producenten in het VK vervangingsinvesteringen in bijvoorbeeld machines en transportmiddelen uitstelden en consumenten de aankoop van Nederlandse producten verminderden. De totale Nederlandse export werd nog niet geraakt, maar dat was te danken aan grotere uitvoer naar andere EU-landen.

Kwart bedrijven ziet gevolgen

Volgens de ING-economen denkt een kwart van de Nederlandse naar het VK exporterende bedrijven dat de Brexit hun bedrijfsvoering in de komende maanden zal raken. Het gaat vooral om bedrijven in de landbouw en visserij, industrie, handel en transport. Fors getroffen worden exporteurs van bloemen, voedingsmiddelen, chemicaliën, hoogtechnologische goederen en voertuigen. Ook vervoerders hiervan hebben nu al met de gevolgen van een eventuele Brexit te maken.

De export van agrarische producten, zoals groenten en fruit, vlees, bloemen en planten had volgens de bank vorig jaar te maken met een lichte daling van de uitvoerwaarde. Deze export bedroeg vorig jaar zes miljard euro en ontwikkelt zich sinds 2016 ‘duidelijk slechter’ dan in de jaren ervoor. De handel erin zegt nog nauwelijks last te hebben van lagere afzetvolumes in het VK, maar kampt wel met lagere afzetprijzen per eenheid product.

Britten stellen investeringen uit

In de industrie verwachten vier op de tien ondernemingen dat de Brexit in de komende drie maanden van invloed zal zijn op hun Britse afzet. In de totale uitvoerwaarde vertegenwoordigen producten van de ‘hightech’-industrie een aandeel van 8,5%. Truck- en machinefabrikanten en aanbieders daarvan in de internationale handel stellen vast dat Britse afnemers vervangingsinvesteringen uitstellen of afblazen. In de autoindustrie leidt de daling van het consumentenvertrouwen in het VK voor dalende verkopen.

Nederlandse toeleveranciers in de autoindustrie hebben ook te maken met vraaguitval die autoproducenten in andere landen treft. Zo heeft Duitsland een groot marktaandeel in de verkoop van auto’s in het VK.

De afzet van producten van de Nederlandse chemische industrie in het VK vertoont sinds 2017 een daling. De Britse markt is, met een aandeel van 7% in de totale export van chemieproducten, belangrijk voor in Nederland gevestigde producenten. De Britse afzet heeft een waarde van circa 6,5 miljard euro. Deze verkopen nemen af, ondanks de hogere olieprijs en hogere afzetprijzen per eenheid.

Ferryvervoer flink geraakt

Het ferryvervoer tussen Nederlandse en Britse havens groeide tussen 2013 en 2015 met jaarlijks bijna 7%, maar deze groei is sindsdien ruim gehalveerd. Dat had, al zat het economische tij in Europa in het algemeen mee, met de aanstaande uittreding van het overzeese EU-lid te maken. Die treft niet alleen de Nederlandse export, maar ook de doorvoer van producten die in Nederland de Unie bereiken en vervolgens naar de Britse eilanden worden getransporteerd.