De wondverzorgster (we noemen haar Anne) stelt vast dat de cliënt (ik dus) geen aquacel meer nodig heeft. Het gaat prima met uw wond, zegt ze. Maar nu moet Anne telefoneren omdat een andere cliënt juist wel aan de aquacel moet. Die moet op dat en dat adres worden bezorgd, er is enige haast bij.

Nou, zeg ik tegen Anne, ik heb hier nog een voorraadje liggen. Dus als je die gewoon meeneemt?

Dat mag niet, deelt Anne mede. Dat moet rechtstreeks bij de cliënt worden aangeleverd.

Dus jullie hebben op de wijkverzorgingspost ook geen voorraadjes aquacel, zalf en dat soort dingen in voorraad? In een ijskastje of zo, informeer ik.

Nee, zegt Anne.

Waarom, wil ik weten. Nou ja, het mag niet, zegt Anne. Tegen de regels.

Een andere verzorgende (vooruit: ze heet Christien) op bezoek bij cliënt thuis heeft een tijdlang vreselijk geleden aan rugpijn. Omdat niets anders hielp, kreeg ze morfine voorgeschreven. Er werd bij haar een pak pillen bezorgd. Gelukkig herstelde de rug zich goed en kon ze van het paardenmiddel voor de pijnbestrijding af. Dus zit ik nu met al die pillen, zegt ze.

Hoezo, vraag ik argeloos. Die kunt u toch gewoon terugsturen? Of bij de huisarts inleveren? Of bij een apotheek?

Mag niet, zegt Christien. Ze mogen ze niet terugnemen. Tegen de regels.

Zolang de regels zo zijn, begrijp ik wel dat de Nederlandse gezondheidszorg jaarlijks honderd miljard euro moet kosten, de verplegenden worden onderbetaald en meestal met zware rugpijn hun loopbaan beëindigen, de overbetaalde managers hun bankrekeningen aanhoudend verder aanvullen – en het hele circuit nog steeds geld tekortkomt. Anne en Christien zouden prima weten hoe het anders kan. Maar dat is tegen de regels.