Het is een geruststellend, bijna een troostrijk boek. In The Earth After Us uit 2008 beschrijft de Amerikaanse geoloog Jan Zalasiewicz hoe bijna alle herinneringen aan onze beschaving over honderdmiljoen jaar van het aardoppervlak zullen zijn verdwenen. Culturen na de onze komen, gravend in de door de tijd omgeploegde lagen, hooguit kleine aanwijzingen van ons bestaan tegen. ‘Niets dan wat gebeente of een gouden ring’. De moderne mensheid laat nog minder sporen na dan de grote sauriërs, van welke we tientallen miljoenen jaren na hun massale uitsterven de skeletten nog dagelijks opdelven.

Wie op kleinere schaal wil zien hoe de tijd korte metten maakt met de door mensen verlaten culturele voortbrengselen, kan zich van de kracht van de natuur laten overtuigen door de tempels van oude volken. Op tal van plaatsen schuilen kolossale bouwwerken onder wouden die de zo zorgvuldig opgestapelde stenen binnen enkele millennia of zelfs eeuwen, een op geologische schaal nietige periode tijds, hebben overwoekerd.

Een aansprekend voorbeeld is het tempelcomplex Angkor Wat in Cambodja, door de Khmer in de negende eeuw van onze jaartelling gesticht en niet zoveel eeuwen later verlaten. Enkele tientallen heiligdommen zijn inmiddels vrijwel volledig door de natuur heroverd. De hoofdtempel op het terrein wordt aangeknaagd door struiken en bomen, die zich in de voegnaden tussen de stenen hebben geworteld.

De boodschap is duidelijk: als de mensheid haar tuintje niet bijhoudt, het gras niet maait, het onkruid niet wiedt, is het met gazon en perk snel gedaan. Op de evolutionaire tijdbalk, die een lengte heeft van miljarden jaren, is onze aanwezigheid op aarde een stipje. En weliswaar zijn de getuigen daarvan – de Chinese Muur, de piramiden aan de Nijl, de steeds hoger torenende bouwwerken, de almaar langere en bredere schepen – in onze ogen indrukwekkend, maar als door welke oorzaak ook (een verwoestende Derde Wereldoorlog, de inslag van een asteroïde ter grootte van de Mount Everest, een uit de hand gelopen opwarming van de planeet), de wereld zoals wij die kennen onbewoonbaar is geworden, dan weet de alles vermalende tijd wel raad met wat we achterlieten.

Klimaatconferenties

Is dit een argument voor berusting in onze eigen collectieve eindigheid? Kunnen we ons de moeite van mondiale klimaatconferenties, van internationale vredesbesprekingen, van de uitfasering van kolencentrales en de overschakeling op elektrisch transport besparen? Ja, denken de defaitisten. Een vorige generatie herinnert zich het liedje van de groep Doe Maar. ‘Werken aan m’n toekomst, voordat de bom valt’, uit 1982, nu meer dan zesendertig jaar geleden. Waar doen we het allemaal voor? We zijn als nijvere mieren, zich nauwelijks bewust van de reusachtige voetstap die aanstonds op hen neerdaalt.

Vreemd genoeg is het nee-kamp nauwelijks optimistischer. Het realisme overheerst. We kunnen de geopolitieke en geologische krachten die ons lot bepalen nog niet beheersen. Maar onder hen treffen we degenen die geloven in de afwendbaarheid van vernietigende oorlogen. Degenen die ervan uitgaan dat de mensheid zich eerdaags zover zal hebben ontwikkeld dat we reusachtige ruimteprojectielen van hun ramkoers kunnen afbrengen en steeds meer in staat zullen zijn de grillen van het inwendige van de planeet onder controle te brengen. In hun ogen is niet alleen de samenleving, maar ook haar natuurlijke omgeving in beginsel ‘maakbaar’, dat wil zeggen: steeds beter onder controle te brengen.

Het opmerkelijkste is dat beide kampen in onszelf, in de menselijke individu, tegelijkertijd lijken te zijn vertegenwoordigd. We doen maar en denken tegelijk soms: laat ook maar. We streven naar het behoud van de Aarde, maar exploreren intussen Mars en de verre exoplaneten. We sparen voor een elektrische auto, maar rijden voorlopig nog op diesel. De evolutie zelf heeft ons geleerd dat veranderingen geleidelijk gaan en dat daarbij soms de verkeerde richting wordt ingeslagen. We kunnen het leven en onszelf in laboratoria meer en meer vorm geven, maar nemen op de koop toe dat we daarbij nu en dan de rol van een Faust of Frankenstein spelen. Sommigen zetten zich in voor de wereldvrede, maar bouwen ook schuilkelders voor het geval dat het misgaat.

Robots

Onze nog korte geschiedenis – die van de dino’s omspande alvast vele miljoenen jaren meer – is er een van vallen en opstaan. Wij leren ondertussen in een steeds hoger tempo. De mensheid heeft duizenden jaren gedroomd ooit te kunnen vliegen; de ontwikkeling van de luchtvaart – van de eerste ballonnen tot de modernste vliegtuigen – duurde nauwelijks meer dan twee eeuwen. Voor de oudste pre-computers moeten we naar de negentiende eeuw teruggaan. De ruimtevaart heeft een historie van nauwelijks een eeuw.

Over twintig jaar zullen onze huidige robots lachwekkende en misschien vertederende, bijna prehistorische voorlopers zijn. Onze voer-, vaar- en vliegtuigen bewegen zich tegen die tijd voort op waterstof en besturen zichzelf.

Intussen beginnen we de snelle vooruitgang van onze techniek als vanzelfsprekend te zien. De prehistorische ontdekker van het gebruik van vuur had er geen idee van dat deze vondst zich ooit niet alleen voor de verwarming van kampplaatsen, het afschrikken van wilde dieren en het verlichten van donkere grotten zou lenen, maar ook voor het koken van wortels, het bakken van broden, het smelten van ertsen, het smeden van metalen voorwerpen en, nog vele eeuwen later, voor toepassing in verbrandingsmotoren.

De huidige mensheid wacht met ongeduld op de definitieve doorbraak van de Planck-computer, terwijl het beginsel daarvan theoretisch nog omstreden is en de mogelijkheden van de naar Max Planck genoemde kwantumfysica ook nog lang niet zijn ontgonnen. De moderne mens veronderstelt dat ontdekkingen van vandaag morgen al in concrete vooruitgang resulteren – waarin hij/zij ook vaak gelijk krijgt.

Soms wordt ons geduld op de proef gesteld. De uitvinding van de elektrische aandrijving van voertuigen bijvoorbeeld dateert al van de eerste helft van de vorige eeuw. Terwijl elektrische broodroosters, liften, koelkasten en scheerapparaten hun opmars maakten, werd de auto met elektromotor al snel weer van de weg gehaald omdat het rendabeler was om grote motoren direct, dus niet langs de omweg van energiecentrales, met olieproducten aan te drijven. De jongste generatie weet niet beter dan dat de elektrische auto aan Elon Musk is te danken. De merknaam Tesla wordt zelden geassocieerd met de grote natuurkundige Nikola Tesla (1856-1943). De naamgever staat natuurlijk ook niet prominent op Instagram.

Vegaburger

Gelatenheid en ongeduld worstelen in onze boezem om voorrang. Er zal weinig veranderen in het nieuwe jaar, mompelen we, nog maar een appelflap van de schaal pakkend. Wereldleiders zullen ook dit jaar niet naar het atoomwapen grijpen, te zeer gehecht aan hun eigen resterend leven als ze zijn. Van de meeste grote kosmische rotsklompen zijn de banen nauwkeurig, en met geruststellende uitkomst, berekend. Supervulkanen zullen ons ook dit jaar nog wel respijt gunnen en de opwarming van de aarde schrijdt slechts met tienden tot honderdsten van een procent voort.

Tegelijk gaan de dingen ons niet vlug genoeg. We morren in de file. We klagen, of we nu aan de onder- of de bovenkant van het salarisgebouw staan, over de magere beloning. Tegelijk hekelen we de opmars van machines die onze arbeid, hoe zwaar en geestdodend soms ook, overnemen. Waar blijft de extra spitsstrook, de nieuwe weg, de loonsverhoging, het ‘dolce far niente’ van een pensioenleeftijd van niet meer dan 65 jaar? Wanneer wordt de vegaburger behalve dier- en milieuvriendelijk ook nog eens lekker?

Ver na ons zal de machinerie van het onderaards geweld de laatste resten van dit alledaagse gedoe hebben vermalen tot op atomair niveau. We reizen nog eens terug van onze exoplaneet naar de oude moeder Gaia. Misschien treffen we een dorre, uitgeleefde bol aan, die er, vele magnetische ompolingen, aardbevingen, uitbarstingen, ijstijden en inslagen verder, voorgoed de brui aan heeft gegeven. Of, misschien, een vrolijke groene wereld, die zich na alle rampen toch weer heeft opgericht. En misschien heeft zich aan de oppervlakte een nieuwe beschaving ontwikkeld, met diersoorten waarvan zelfs Darwin de verschijningsvormen niet had kunnen bevroeden.

Lees ook de andere vooruitblikken: