Twee spelers uit de tankopslagsector hebben onder de naam Sarkhers een plan gelanceerd om in Rotterdam een nieuwe terminal voor de opslag van ruwe olie te ontwikkelen.


De van Vitol/VTTI afkomstige Matthijs Reedijk is directeur van Sarkhers BV en Foeke Kolff is projectmanager. De laatste was als CEO van Suma Group betrokken bij het Shtandart-project. Dat was gericht op de bouw van een enorme importterminal voor Russische stookolie op de zogenoemde Kop van de Beer in het Europoort-gebied. Na jaren van voorbereiding werd het project uiteindelijk geschrapt.

Het op Schiphol gevestigde Sarkhers noemt geen specifieke locatie, maar zegt wel dat het gaat om een ‘greenfield’-terminal, die bereikbaar moet zijn voor vlcc’s, olietankers van meer dan 300.000 ton. Ook zou die via een pijpleiding aansluiting moeten hebben op de Maasvlakte Olie Terminal (MOT), de gezamenlijk ‘crude’ terminal van de Rotterdamse raffinagesector.

De initiatiefnemers noemen geen andere details, zoals de beoogde capaciteit of een tijdplanning. Wel wijzen ze op de omvang van de Rotterdamse raffinagesector. Die telt vijf raffinaderijen met een jaarlijkse verwerkingscapaciteit van 58 miljoen ton en is daarmee de grootste van Europa.

Bronnen in de sector plaatsen vraagtekens bij het initiatief omdat er in Noordwest-Europa meer dan voldoende ruimte is voor de opslag van ruwe olie. Bovendien valt met de op gang komende energietransitie te verwachten dat de vraag naar opslagcapaciteit in de toekomst langzaam maar zeker zal afnemen. Dat lijkt moeilijk te rijmen met de lange terugverdientijd van dit soort investeringen.

Reedijk heeft tegenover TankTerminals gezegd dat het project gebaseerd wordt op contracten met buitenlandse partijen, die Iraanse olie zouden willen opslaan en verhandelen. Havenbedrijf Rotterdam heeft tegenover de gespecialiseerde site gezegd dat er niet over een concrete locatie wordt gesproken.