De Zeeuwse havenbeheerder Zeeland Seaports haalt alles uit de kast om de Westerschelde Container Terminal (WCT) te redden. Nadat vorig week bekend werd dat de havenbeheerder een reeks terminaloperators en investeerders heeft benaderd voor de exploitatie van de terminal, bleek deze week dat Zeeland Seaports een perceel van 2,5 hectare grond in het Sloegebied wil aankopen. Dat perceel ligt centraal in het gebied en zou als natuurcompensatie kunnen dienen voor de aanleg van de WCT. De aankoop is opmerkelijk omdat het havenschap steeds heeft aangegeven zo min mogelijk ‘voorinvesteringen’ voor de WCT te willen doen. Die vindt de aankoop, waarvan de kosten met een geschatte kleine twee ton overigens beperkt zijn, noodzakelijk omdat het de vorming van een aaneengesloten natuurgebied mogelijk maakt. Het bestuur van Zeeland Seaports neemt er aanstaande woensdag een besluit over.

Deze stappen vloeien voort uit de deadline die het provinciebestuur het havenschap oplegde nadat PSA zich in mei dit jaar terugtrok als concessiehouder: als er voor 1 december geen nieuwe kandidaat is, gaat waarschijnlijk de stekker uit het project, dat al meer dan tien jaar loopt. Een politieke meerderheid vindt dat de andere twee containerprojecten, de SCT en de VCT (zie hieronder), geen serieuze kans krijgen, zo lang het WCT-project boven de markt zweeft. Het ontwerp van de WCT voorziet in een complex met twee kilometer kade, genoeg voor een jaarlijkse overslagcapaciteit van zeker 2,5 miljoen teu. De beoogde waterdiepte van 16,5 meter, uitbreidbaar tot 17,5 meter, is toereikend om de nieuwste generatie Ultra Large Container Ships (ulcs’s) van 10.000 teu en meer te ontvangen. Operator PSA trok zich begin dit jaar terug als gegadigde. De Singaporese groep had al een jaar of tien de concessie voor de bouw en exploitatie op zak voor de terminal, die buiten het bestaande Sloehavengebied en direct aan de Westerschelde gebouwd zou moeten worden. PSA, dat de concessie in handen kreeg met de overname van de Antwerpse stuwadoor HesseNoord Natie, heeft overigens geen reden gegeven voor dat besluit, dat naar buiten kwam doordat het concern zijn kandidatuur niet, zoals vereist, voor 1 mei herbevestigde.

In het voorstel dat Zeeland Seaports heeft rondgestuurd, zegt de havenbeheerder op zoek te zijn naar een ‘financieel sterke partner met bewezen ervaring in het ontwikkelen en exploiteren van containerterminals, bij voorkeur met een capaciteit van meer dan twee miljoen teu per jaar’. Zeeland Seaports van zijn kant zegt zich tot het uiterste in te zullen spannen om de lopende ruimtelijke ordeningsprocedures succesvol af te ronden. De havenbeheerder is ook bereid om ‘waardevol le steun’ te verlenen in het acquisitieproces en het binnenhalen van ‘launching customers.’ In het document wordt slechts met een paar regels aandacht besteed aan de milieu-aspecten, hoewel de Raad van State het hele project in 2003 al een keer naar de prullenbak verwees in een beroepsprocedure die was aangespannen door de milieubeweging, waaronder de Vereniging Redt de Kaloot. Dat is de naam van het gebied, waarin de ruim 140 hectare grote terminal is geprojecteerd.

De havenbeheerder erkent dat de landaanwinning elders gecompenseerd moet worden met minstens evenveel nieuwe natuur. Volgens het document is dat geen probleem: ‘Wij zullen 150 hectare grond ter beschikking stellen voor natuurontwikkeling ten oosten van de terminal. Zo maximaliseren we de ecologische opbrengst, waarmee we een positieve ecologische balans creëren’, zo heet het. Volgens Freddy van Nieulande van Redt de Kaloot is dat onzin. ‘In het hele Westerscheldegebied is nauwelijks gebied voor natuurcompensatie te vinden en zeker geen 150 hectare.’ Volgens hem is het project kansloos omdat het niet voldoet aan de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, die bepaalt dat een dergelijk project alleen uitgevoerd kan worden als dat leidt tot een belangrijke versterking van de economische én ecologische structuur van het gebied.