Laat de modal shift maar komen, er is ruimte zat op de Nederlandse inlandterminals.

Zoveel ruimte zelfs, dat zich een overcapaciteit aan het ontwikkelen is. Die zowel hoop als vrees verkondigende boodschap komt naar voren uit de antwoorden die Nederlandse inlandterminals gegeven hebben op de ‘Terminal enquête 2010′ die we op de website van Nieuwsblad Transport hebben gehouden. Op onze stelling/vraag ‘Het aantal inlandterminals in Nederland neemt gestaag toe. Dreigt er overcapaciteit?’, antwoordden negen van de vijftien enquêtedeelnemers bevestigend (maar vier inlandterminals zien geen overcapaciteit ontstaan, twee kruisten geen antwoord aan). Een binnenvaart-/spoorterminal (zeventig werknemers) geeft als toelichting: ‘Wat er momenteel gebeurt, is een versnippering van binnenhavens door subsidies die worden verstrekt door overheden. Zo ontstaan er veel overslagpunten met slechts beperkte mogelijkheden in plaats van krachtige steunpunten waar voorzieningen zijn die in staat zijn meerdere soorten goederen van de weg te halen.’ Volgens een andere binnenvaart-/spoorterminal (dertig werknemers) is er zoveel ruimte beschikbaar op de bestaande inlandterminals dat een verdubbeling van de klandizie ‘voor de meeste terminals geen probleem’ zou zijn. ‘Het merendeel van de bestaande terminals zit nog lang niet aan hun capaciteit’, stelt een binnenvaartterminal met zo’n veertig werknemers. Dezelfde binnenvaartterminal denkt dat dit niet zonder gevolgen zal blijven: ‘bestaande inlandterminals worden gedwongen samenwerkingsverbanden aan te gaan om de concurrentieslag in het achterland met de zeehaventerminals (extended gate) het hoofd te bieden.’

Zoals we bij dit soort enquêtes altijd zien, vinden de bedrijven over het algemeen dat de situatie bij henzelf beter is dan bij de concurrentie. Van een te grote capaciteit is in het eigen bedrijf geen sprake, vinden meerdere terminals blijkens hun antwoorden op onze vraag ‘Verwacht u dat de capaciteit op uw eigen terminal(s) voldoende is om de vraag voorlopig aan te kunnen?’ Een grote binnenvaart-/spoorterminal van driehonderd werknemers zegt momenteel ‘volop aan het uitbreiden’ te zijn, twee andere terminals kiezen voor de antwoordoptie ‘ik moet binnen twee jaar uitbreiden’. Nog eens twee terminals verwachten ‘misschien over twee jaar’ aan uitbreiding te moeten gaan denken. Zeven terminals stellen dat ze ‘voorlopig wel’ voldoende ruimte hebben. Eén terminal zegt ‘ik wacht even af’, twee terminals laten zich niet in hun kaarten kijken.

Die enorme ruimte die er in totaal blijkbaar toch is op de Nederlandse inlandterminals, kan je ook positief bekijken, wat we bijvoorbeeld deden met onze vraag ‘Denkt u dat de inlandterminals in Nederland gezamenlijk voldoende capaciteit blijven houden om een omvangrijke modal shift te realiseren?’ Ja, antwoordden elf enquêtedeelnemers. ‘Weet niet’, was de keuze van de overige vier.

En die serieuze modal shift gaat er de komende vijf jaar komen, zeggen eveneens elf terminals: ‘ja, er zal een beduidende hoeveelheid lading verschuiven van het wegvervoer naar het spoor en de binnenvaart’. Maar er zijn twee wat sceptischere terminals die op het enquêteformulier een kruisje hebben gezet bij het antwoord ‘nee, spoor en binnenvaart zullen langzaam blijven groeien, maar het wegvervoer blijft harder groeien’ (de overige twee terminals hadden geen antwoord). De al eerder genoemde binnenvaart-/ spoorterminal van zeventig werknemers stelt: ‘De bulkstromen die dik genoeg zijn, lopen reeds over water en spoor. De weg blijft harder groeien door versnippering van distributie, door de eisen van de consument. Vandaag besteld, morgen in huis. Denk hierbij aan pakketdienst, koeriers, etcetera.’ Toch ziet de terminal de komende jaren nog wel een gestage groei plaatsvinden in het vervoer over spoor en water. De terminals die wel een grotere verhuizing van de weg naar andere modaliteiten voorspellen, noemen daarvoor redenen als: ‘het wegvervoer wordt relatief duurder’, ‘ontwikkelingen zoals CO2 reductie, kilometerheffing en modal shift maatregelen van de Tweede Maasvlakte’ en ‘de 48-urige werkweek voor chauffeurs en groot onderhoud aan de A15′.

Paul Jumelet