Met deze conclusie sloot eurocommissaris Benita Ferrero-Waldner (Externe Betrekkingen) op 3 augustus een tweedaagse internationale conferentie over biobrandstof in Brussel af. ‘Om onze doelstellingen te bereiken hebben we zowel behoefte aan in Europa geproduceerde biobrandstoffen als aan import’, aldus Ferrero-Waldner.

Zij verwees naar het voornemen van de EU om in 2020 het energieverbruik voor transport voor minimaal 10 procent uit biobrandstof te laten bestaan. En zij voegde eraan toe enkel gebruik te willen maken van biobrandstof die op eerlijke en duurzame wijze tot stand is gekomen.

Over het nut van biobrandstoffen bestaat veel discussie. Enerzijds is het schoner dan gewone benzine en biedt het economische mogelijkheden aan arme boeren. Maar anderzijds kan de productie ervan nadelige gevolgen hebben zoals bodem- en waterverontreiniging, ontbossing of de opdrijving van voedselprijzen. Daarom waakt de Europese Commissie ervoor biobrandstoffen als panacee voor de energieproblematiek aan te prijzen.

Door strenge voorwaarden te stellen aan de productie wil ze goedkope en duurzame biobrandstoffen importeren. Want de Commissie ziet biobrandstof vooral als een kans. ,,Ik ben blij dat velen tijdens de conferentie populaire misvattingen hebben ontzenuwd”, sprak Ferrero-Waldner. Ze doelde hierbij onder andere op de president van Brazilië, Luiz Inácio Lula da Silva, die donderdag als hoofdgast speechte. Hij sprak over de vrees dat het tropisch regenwoud in Brazilië weggekapt zal worden om de productie te verhogen.

Dit zal niet gebeuren volgens Lula da Silva, omdat het gebied helemaal niet vruchtbaar is voor de groei van suikerriet (de belangrijkste bio-energiebron in Brazilië).