Noordrijn-Westfalen haalt regelmatig het nieuws met berichten over verkeerschaos. Zullen de mensen zich u later herinneren als file-minister of als wegwerkzaamheden-minister?

Als met ‘minister van wegwerkzaamheden’ wordt bedoeld dat we voortaan sneller op onze bestemming komen, vind ik dat prima. De achterstand in het herstellen en uitbreiden van onze infrastructuur is enorm. Ons Landesbetrieb Straßen had vorig jaar een recordomzet van bijna 1,4 miljard euro. Dat niveau willen we vasthouden.

Hoe groot zijn de problemen?

Het wegennet is op veel plekken te krakkemikkig en te beperkt. Zo is er een grote behoefte aan investeringen in bruggen die deels niet toegankelijk zijn voor vrachtverkeer, zoals de Rijnbrug in Leverkusen. Alleen al op de A45, die we verbreden naar zes rijstroken, moeten 38 grote bruggen gerenoveerd worden. Tot het jaar 2030 krijgt Noordrijn-Westfalen van de Bund meer dan 20 miljard euro voor tweehonderd wegprojecten.

Zou een snelheidsbeperking op de Autobahnen geen oplossing zijn om de doorstroming te bevorderen? Vrachtvervoerders zijn voor.

Ons snelwegennet telt 2220 kilometer aan Autobahnen, daarbuiten hebben we ook nog 4440 kilometer aan Richtungsfahrbahnen. Op 1708 kilometer daarvan gelden al snelheidsbeperkingen en ligt de toegestane snelheid vaak duidelijk onder de veelbesproken 120 of 130 kilometer per uur. Het is zinvoller om bij verkeersbeïnvloeding alle mogelijke factoren mee te wegen in plaats van een starre snelheidslimiet vast te stellen waarbij geen rekening wordt gehouden met bijvoorbeeld de weersomstandigheden of het verkeersaanbod.

Er zijn voor dieselwagens mogelijk rijverboden op komst in stadscentra. En in het Ruhrgebied zelfs op Autobahnen. Daarmee zou de ­bereikbaarheid van hele regio’s fors worden ingeperkt. Hoe gaat u daarmee om?

Op veel plekken zie je de stikstof­dioxide-waardes al teruglopen, en de milieuminister werkt voortvarend samen met districtsbesturen en lokale gemeenschappen om de luchtverontreiniging met ambitieuze plannen nog verder terug te dringen. Wij eisen dat het spoorwegennet gemoderniseerd wordt en dat er nieuw leven geblazen wordt in spoorlijnen die in onbruik zijn geraakt.

De modal shift van de weg naar het spoor en de binnenvaart gebeurt toch alleen in goedbedoelde toespraken?

Niet wat ons betreft. Onze deelstaatregering heeft het programma voor zogenoemde NE-spoorlijnen weer ingevoerd, wat betekent dat de rem op investeringen op dit soort lijnen eraf wordt gehaald. Industrie- en bedrijfsterreinen worden daarmee weer aangesloten op het hoofdnet van de Duitse spoorwegen. Wat de vaarwegen betreft, er is nog veel werk aan de winkel. Ik heb de Bund, die op dit gebied volledig verantwoordelijk is, gevraagd om plannen en projecten te structureren in een actieplan Waterwegen. Onze bedrijven moeten de zekerheid hebben dat ze per schip bereikbaar zijn.

Rondom een megaproject als de ­Betuwelijn is het erg stil geworden. Havenbedrijf Rotterdam stuurt er zelfs brandbrieven over naar Duitsland.

Onze deelstaat ondersteunt de Betuwelijn tussen Oberhausen en Emmerich met circa 450 miljoen euro om het streekvervoer te bevorderen. Bovendien hebben we vrijwillig de bekostiging van spoorwegovergangen op ons genomen die oorspronkelijk voor rekening van de gemeenten zouden komen. Alle planprocedures voor de Betuwelijn zijn in werking, ze liggen in handen van het federale Eisenbahn-Bundesamt.

En hoe staat het ervoor met de ­IJzeren Rijn?

Nadat de zogenoemde ‘Derde Weg’ van de IJzeren Rijn is benoemd als dringende noodzaak in het federale verkeersplan 2030, moet het nu lukken om tot overeenstemming te komen met de verkeersministers van Duitsland, Nederland en België, zodat we de planning kunnen gaan maken. Bij de ontmoetingen tussen delegaties van Noordrijn-Westfalen, Nederland en Vlaanderen hebben we bovendien afgesproken om een werkgroep te vormen die zich met de railverbinding tussen Antwerpen en het Ruhrgebied zal bezighouden, alsmede met andere spoorverbindingen tussen de landen.

De binnenvaart heeft veel capaciteit te bieden. Kan de deelstaat ervoor zorgen dat die beter benut wordt?

Sluizen moeten gerenoveerd worden en bruggen verhoogd. En de beladen diepgang van de Rijn moet gestabiliseerd worden. Samen met de andere deelstaten waar de Rijn doorheen loopt, hebben we er bij de federale regering op aangedrongen om vaart te maken met het optimaliseren van de belading voor de binnenscheepvaart op de Midden- en Nederrijn. De hete zomer met langdurig laagwater heeft aangetoond dat er veel te snel enorme transportcapaciteit verloren kan gaan. We moeten stappen zetten om een standaard vast te stellen voor de beladen diepgang. We hebben de regering verder gevraagd om extra mensen aan te stellen voor de water­projecten, om daarmee de voortgang van die projecten te garanderen.

Hendrik Wüst: