Dat heeft een tribunaal bepaald in een slepende arbitragezaak rond de bouwkosten van het nieuw sluizencomplex aan de Atlantische ingang van het kanaal. Tijdens de aanleg werd de bouw herhaaldelijk stilgelegd, nadat GUPC op tegenvallers stuitte. Op een gegeven moment dreigde het consortium de bouw volledig stil te leggen, als PCA niet met extra betalingen over de brug zou komen.

Garantie

Het tribunaal heeft ACP ook gemachtigd om onmiddellijk een garantie van ruim dertien miljoen dollar te incasseren als voorschot op de rente op de vordering, die op 16 december is gaan lopen. De procedure werd uitgevoerd in overeenstemming met het Arbitragereglement van de Internationale Kamer van Koophandel (ICC) in Miami.

Het bouwconsortium bestaat uit het Spaanse Sacyr, het Italiaanse Salini-Impregilo, het Belgische Jan De Nul en twee lokale aannemers. GUPC nam het werk oorspronkelijk aan voor 3,1 miljard dollar, maar kreeg uiteindelijk 4,7 miljard dollar. Het aandeel van Jan de Nul in het consortium bedraagt 15%. De aannemers moeten ook de bijna 400.000 dollar betalen, die de arbitragezaak gekost.