Althans, dat was de bedoeling. TV Rijnmond meldde deze week dat er in Dordrecht een kink in de kabel is gekomen. Een TNO-onderzoek heeft uitgewezen dat het geplande kunstwerk een ernstige radarverstoorder zou worden en het scheepvaartverkeer compleet in de soep zou laten lopen, wat voor Rijkswaterstaat reden genoeg is om ‘Hanneken van Dordt’ subiet pootje te lichten.

‘Choëphore’, ontworpen door de Dordtse kunstenaar Gerhard Lentink, moest een ietsje verlaat cadeau worden voor het 800-jarige Dordrecht, dat in 1220 stadsrechten kreeg. De planning was dat het grote beeld in 2022 of 2023 op de Stadswerven zou komen te staan, als opvolger van een houten beeld van de Dordtse stadsreuzin Hanneken dat in de middeleeuwen even verderop stond. De ‘Choëphore’ die nu op de tekentafel ligt, is niet op de Dordtse reuzin gebaseerd, maar stelt een stedenmaagd voor uit een verhaal van de antieke Griekse tragediedichter Aischylos, de ‘Plengofferbrengers’, een verhaal dat al in allerlei kunsten is geciteerd, van componist Darius Milhaud tot Harry Potter.

Maar in de grote offerschaal die de moderne, van staal gemaakte maagd in haar handen moet dragen om volgens Lentink een ‘offer te brengen aan de rivier’, worden voorlopig hoogstens de tranen geplengd van de kunstenaar en zijn medestanders zelf. Tegenstanders startten eerder al een petitie tegen de komst van het beeld en door de TNO-bevindingen keert nu zelfs het stadsbestuur zich tegen de gedroomde nieuwe ‘landmark’. Als Dordt een extra radar bekostigt, vindt Rijkswaterstaat het alsnog allemaal prima, maar zo’n ding kost een miljoen euro.

‘Choëphore’ en haar geestelijk vader kunnen zich vasthouden aan de geschiedenis van het Vrijheidsbeeld. Het ontwerp van de Franse beeldhouwer Bartholdi, voorzien van een gietijzeren raamwerk van Eiffel, was oorspronkelijk bedoeld om aan de ingang van het Suezkanaal te worden geposteerd, maar de Egyptenaren kregen de financiën niet rond, waarna het afgewezen beeld toch nog aardig terechtkwam in New York.